For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
NL

Studieprogramma

Sociale geografie en Planologie

De bachelor Sociale geografie en Planologie duurt drie jaar. Elk studiejaar is opgebouwd uit twee semesters van elk ongeveer 20 weken college en omvat 60 studiepunten. Het eerste semester loopt van begin september tot eind januari; het tweede semester eindigt begin juli..

  • Eerste jaar - ontmoeten

    Het eerste jaar van het programma staat in het teken van “ontmoeten”.  Je maakt kennis met de ruimtelijke bril waarmee geografen en planologen naar de samenleving kijken; welke onderwerpen en concepten staan centraal? Welke ‘tools’ gebruikt een sociaal-ruimtelijk wetenschapper om zicht te krijgen op de wereld om haar heen? Wat betekent het om een academicus te worden en welke vaardigheden heb je nodig omdat te kunnen leren?

    In het eerste jaar volg je een vast programma. Je start met twee uitgebreide vakken 'Inleiding Planologie' en 'Inleiding Sociale geografie'. Hierin maak je kennis met de centrale begrippen, theorieën en denkwijzen, ga je aan de slag met geografische en planologische vraagstukken en leer je het speelveld van de discipline kennen. Daarnaast wordt in het eerste semester veel aandacht gegeven aan academische vorming zoals: leren hoe je wetenschappelijk moet schrijven, een stuk goed kunt lezen, hoe je omgaat met bronvermelding, feedback geven en ontvangen, leren presenteren etc.

    In het tweede semester volg je onder meer een vak dat zich bezighoudt met hoe stedelijke dynamiek wordt beïnvloed door economische en sociale processen. Tevens leer je de beginselen van sociaalwetenschappelijk onderzoek doet, hoe je gegevens kunt verzamelen & analyseren en leer je werken met GIS (geografische informatiesystemen).

    Je sluit het jaar af met project waarin je met een groep met een ruimtelijk ontwerp maakt om een actueel probleem op te lossen.

    Studiegids Sociale geografie & Planologie

  • Tweede en derde jaar - verkennen en ontwikkelen

    In het eerste semester van het tweede jaar van de studie staat "verkennen" centraal. Je verkent hoe je met een specifieke geografische of ruimtelijke bril kijkt. Je kiest hier of je verder gaat in sociale geografie of planologie en leert welke thema’s, begrippen en concepten centraal staan in het door jouw gekozen vakgebied. Daarnaast ontwikkel je jeverdere onderzoeksvaardigheden en doorloop je middels leeronderzoek de volledige onderzoekscyclus.

    Vanaf het tweede semester van jaar twee begint de "ontwikkelfase". De vraag die dan centraal staat is welk individueel profiel zichtbaar wordt als je een ruimtelijke bril toepast op je eigen interessegebieden. Met andere worden: hier krijg je de ruimte om je eigen ruimtelijke bril te ontwikkelen. Welke thematische accenten krijgt jouw ruimtelijke bril?  Welke ruimtelijke bevindingen kun je zelf ontwikkelen? Naast het versterken van deze kennisgebieden krijgen reflectie, positionering en voorbereiding op de arbeidsmarkt in deze fase veel aandacht.

    In deze derde fase volg je twee profileringsvakken naar keuze, en vul je de vrije keuzeruimte in. De keuzeruimte kun je invullen door extra profileringsvakken te volgen, een minor of vakken bij een andere opleiding te doen, of door een half jaar in het buitenland te studeren. Of je kiest ervoor om stage te lopen om een deel van je keuzeruimte in te vullen.

    Het vak 'Buitenlandonderzoek' is verplicht. Studenten nemen deel aan een door de universiteit georganiseerde studiereis aan het einde van het tweede studiejaar.

    Je sluit de bachelor af met een scriptieproject. Als je alle onderdelen van de bachelor met goed gevolg hebt afgerond, ontvang je het bachelordiploma en de titel Bachelor of Science (BSc).

  • Opbouw studiejaar

    De bachelor Sociale geografie en Planologie duurt drie jaar. Elk studiejaar is opgebouwd uit twee semesters van elk 20 werkweken en omvat 60 studiepunten. Het eerste semester loopt van begin september tot eind januari; het tweede van begin februari tot begin juli. Een semester bestaat uit twee lange blokken van acht weken en een kort blok van vier weken. Een lang blok bestaat altijd uit zes collegeweken en twee weken die besteed worden aan toetsen en reparaties. Het korte blok kent geen aparte toetsweek. De lang blokken volg je twee vakken tegelijk, in het korte één.

  • Hoeveel studeer je per week?

    De bachelor is zo ingericht dat je 40 uur per week met je studie bezig bent. In het eerste jaar heb je ongeveer 12-15 uur college per week; de resterende tijd besteed je aan zelfstudie. Je doet veldwerk, maakt opdrachten, studeert voor tentamens, en je bereidt je voor op excursies en colleges. 

    In het tweede en derde studiejaar ligt het aantal contacturen wat lager dan in het eerste jaar, en wordt zelfstudie belangrijker.

  • Onderwijsvormen

    Als student Sociale geografie en Planologie krijg je te maken met hoorcolleges, werkcolleges, practica, excursies en veldwerk. 

      • Tijdens hoorcolleges is voornamelijk de docent aan het woord. Zij of hij geeft een lezing gericht op de stof toe die je van tevoren hebt bestudeerd.
      • Bij een werkcollege staat de verwerking van de literatuur centraal. Je bediscussieert en bespreekt in een kleine groep de literatuur met de docent en je medestudenten. Dit gebeurt vaak aan de hand van een opdracht die je vooraf gemaakt hebt en waarop tijdens het college feedback gegeven wordt.
      • Tijdens  practica leer je hoe je verschillende bronnen kunt verwerken, hoe bepaalde onderzoekstechnieken in elkaar zitten en hoe je die, soms met behulp van informatica, toepast.
      • Veldwerk en excursies: in diverse vakken worden excursies georganiseerd. Bijvoorbeeld een stadswandeling in Amsterdam Zuidoost (Bijlmer) of de tweedejaars veldwerkweek om onderzoeksmethoden in praktijk te brengen. Voor alle studenten is het vak Buitenlandonderzoek verplicht, hiervoor worden jaarlijks studiereizen aangeboden door de opleiding.

    De meeste colleges worden afgesloten met meerdere toets(vorm)en, bijvoorbeeld een schriftelijk of mondeling tentamen, een werkstuk of een referaat.

  • Stage

    Binnen de studie is het mogelijk om een stage te volgen. Je kunt ervoor kiezen een deel van je vrije keuzeruimte in te vullen met dit studieonderdeel. In principe kan een stage bij elke denkbare instelling worden gevolgd, mits er onder begeleiding een (klein) onderzoek op het gebied van sociaal-ruimtelijke vraagstukken wordt uitgevoerd.

    Een stage kan je intellectuele houding, kennis en vaardigheden, die in eerdere studiejaren zijn opgedaan, aanscherpen. Bovendien kan de (onderzoeks) stage een zinnige voorbereiding bieden op het schrijven van de bachelorscriptie. Je kunt zelf op zoek naar een stageplek maar je kunt ook de stage-coordinator benaderen. 

     

  • Buitenlandonderzoek en uitwisseling

    Daarnaast biedt de opleiding de mogelijkheid om een half jaar aan een buitenlandse universiteit te studeren. De Universiteit van Amsterdam heeft met meer dan vijftig buitenlandse universiteiten afspraken gemaakt over studentuitwisseling. Daarnaast heeft de opleiding Sociale geografie en Planologie met 22 Europese opleidingen Sociale geografie en Planologie samenwerkingsovereenkomsten gesloten.

    Met het Erasmus-uitwisselingsprogramma kun je in het derde jaar een semester onderwijs volgen aan een universiteit in de EU, maar ook in landen daarbuiten (bijvoorbeeld Turkije of Canada).

    Als je je tijdens je studie richt op International Development Studies, kun je één buitenlands veldwerk doen.

    Kijk voor meer informatie over studeren in het buitenland op de site buitenland.uva.nl

    Studeren in het buitenland

    FMG Sociale Geografie en Planologie - Migratie
    Veldwerk in Afrika (Migratie problematiek) Foto: Jan Stammes
  • Minoren & keuzevakken

    Naast keuzeruimte binnen het programma in de vorm van profileringsmodules, is in het studieprogramma een halfjaar (30 studiepunten) vrij geroosterd om volledig naar eigen inzicht in te vullen.

    Keuzevakken

    Deze vrije keuzeruimte kun je invullen bij de eigen opleiding om jezelf te verder te specialiseren. Ook kun je jezelf verbreden door bij een andere opleiding vakken te volgen, zoals bijvoorbeeld bij Sociologie, Communicatiewetenschap, Politicologie of Economie. Je kunt de keuzeruimte ook gebruiken om je voor te bereiden op een master in een andere richting dan de Planologie of Sociale Geografie.

    Minor

    Daarnaast is het mogelijk om een minor te volgen bij een andere opleiding binnen of buiten de faculteit, of één van de interdisciplinaire minoren. Een minor is een samenhangend vakkenpakket van meestal 30 EC dat je de mogelijkheid biedt kennis te maken met een ander vakgebied.

    Studenten doen bijvoorbeeld binnen hun bachelor Sociale geografie en Planologie een minor Politicologie, Sociologie of Geschiedenis.

    Door de keuze van een minor kun je je persoonlijke interesses in een studiepad combineren.

    Zoek een minor

    Educatieve Minor

    Studenten die kiezen voor de educatieve minor van het Instituut voor de Lerarenopleiding (ILO) verwerven daarmee een zogenaamde tweedegraads lesbevoegdheid en mogen na afronding onderwijs geven aan de onderbouwklassen van het middelbaaronderwijs.

    Lerarenopleiding ILO

  • Honours en Talentprogramma

    Ben jij een talentvolle student op zoek naar meer verdieping in je studie, dan is het Talentprogramma van het College Sociale Wetenschappen geknipt voor jou.

    Doel van het Talentprogramma is om gemotiveerde studenten al tijdens de bachelor extra stimulans te bieden en op originele wijze kennis te laten maken met wetenschappelijk onderzoek. Je volgt  eenvolgt een uitdagend pakket van diepgaande vakken met een studielast van minimaal een halfjaar (30 studiepunten). Hieruit kunnen bijzondere projecten, zoals bijvoorbeeld documentaires, ontstaan. Je richt je programma zelf in en kiest voor een meer verbredende- of verdiepende wijze. Het programma biedt innovatief onderwijs en je werkt op hoog niveau samen in kleine groepen.

    Het Talentprogramma van CSW omvat tevens het Honoursprogramma. Voor dit programma moet je minimaal een 7,5 gemiddeld staanen een toelatingsbrief schrijven, waarin je je motivatie toelicht.

    Het afronden van dit programma is vanzelfsprekend een mooie aanvulling op je CV.

    Honours en Talentprogramma

  • Studiebegeleiding en Bindend studieadvies (BSA)

    Studieadviseurs

    De studieadviseurs zijn er voor de begeleiding van individuele studenten. Je kunt bij hen terecht met vragen over bijvoorbeeld de invulling van je studieprogramma of over stages, maar ook voor het oplossen van problemen zoals studievertraging of persoonlijke problemen.

    De studieadviseur roept eerstejaarsstudenten, die in de loop van het studiejaar achter raken, op voor een gesprek.  Alle eerste- en tweedejaars studenten hebben elk jaar een individueel gesprek met de studieadviseur.

    Bindend studieadvies (BSA)

    Sinds studiejaar 2014-2015 wordt aan alle eerstejaars aan het einde van het studiejaar een bindend studieadvies (BSA) gegeven.

    Met het BSA stelt de opleiding vast in hoeverre een student aan het einde van het eerste studiejaar daadwerkelijk de motivatie en capaciteiten bezit om te slagen in de opleiding. Het BSA is onderdeel van een reeks van maatregelen die de kans vergroten dat een student de opleiding tijdig succesvol afrondt.

    Het aantal punten dat een student moet halen om een positief studieadvies te krijgen is 42 (= 70% van de vakken).

      • Gedurende het eerste jaar krijgen alle studenten meerdere voorlopige studieadviezen, op basis waarvan zij tijdig actie kunnen ondernemen of besluiten om de studie te beëindigen.
      • Eerstejaars studenten die aan het einde van het eerste studiejaar het aantal benodigde studiepunten om een positief BSA te krijgen (of meer) hebben behaald, mogen hun bachelor in het daaropvolgende studiejaar zonder meer voortzetten.
      • Studenten die een negatief BSA ontvangen, kunnen zich in de daaropvolgende drie studiejaren niet herinschrijven voor deze bacheloropleiding.
      • Mocht een student door bijzondere omstandigheden, zoals ziekte of andere persoonlijke factoren, er niet in slagen het aantal benodigde studiepunten voor een positief BSA halen, dan kan bij de BSA-commissie bezwaar worden gemaakt tegen een negatief BSA

    Functiebeperking

    Heb je een functiebeperking, chronische ziekte of dyslexie en wil je - voordat je met een studie aan de UvA start - weten wat de UvA aan begeleiding en ondersteuning kan bieden? Lees dan de informatie hierover (zie link) goed door.

    Studeren met een functiebeperking

  • Praktijk

    Kennismaking met de praktijk van Sociaal geografen en Planologen speelt een belangrijke rol in de opleiding. Aan de ene kant brengen we de praktijk de opleiding binnen: gastdocenten die actief zijn in het werkveld van geografen en planologen geven college in de opleiding, studenten interviewen alumni over hun werk en het belang van hun opleiding. In het tweedejaars vak Geografie/Planologie: wetenschap en praktijk wordt gekeken hoe theoretische kennis wordt toegepast in de praktijk.

    Aan de andere kant, werk je op verschillende momenten in de studie aan de oplossing van een probleem aangedragen door een partner, bijvoorbeeld de gemeente. Alle studenten doen dit in het eerstejaars vak Ruimtelijk Programmeren en Ontwerpen, en in het Leeronderzoek in het tweede jaar. Dat laatste speelt zich altijd af in een gemeente/gebied buiten de randstad. Ook kun je stage lopen in de opleiding.

    Studenten op veldwerk