Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Het opleidingsprogramma van de Master Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs (Leraar VHO) aan de Interfacultaire Lerarenopleidingen (ILO) vindt voor een deel plaats op de Universiteit van Amsterdam (het zogenaamde instituutsdeel) en voor een deel op de (stage)school.

Opbouw van het programma

  • Semesterindeling

    Het eerste semester (periode 1 en 2) heeft een overwegend ambachtelijk karakter:

    • Je oefent dan met de basisgereedschappen die nodig zijn voor goed leraarschap en bouwt aan je kennisbasis. Dit onderwijs vindt plaats op het instituut.

    In het tweede semester (periode 3 en 4) staat de schoolcontext centraal:

    • Je ontwerpt dan onder meer een lessenserie voor een bovenbouwklas waarmee je aantoont onderwijskundige en vakdidactische kennis te kunnen toepassen op de lespraktijk, voert deze lessen uit en evalueert je ontwerp.

    In deeltijd bestaat het studieprogramma uit drie of vier semesters. Een beschrijving hiervan kun je vinden in de Studiegids.

  • Weekindeling

    Eén dag in de week heb je les op de ILO. Wanneer je in februari start met de opleiding, volg je colleges op dinsdag. Kies je voor een start in september, dan zijn de colleges op donderdag geroosterd.

    De rest van de week ben je op de (stage)school waar je je praktijkdeel uitvoert. Meer informatie over het praktijkdeel vind je hieronder.

  • Praktijkdeel

    Een masterstudent besteedt de helft van zijn opleidingstijd (840 uur) aan het praktijkdeel. In totaal moet de leraar in opleiding (lio) ten minste 100 klokuren zelfstandig lesgeven in het voortgezet onderwijs, waarvan 50 klokuren in de bovenbouw. De overige uren (740 uur) worden besteed aan school-gerelateerde zaken. De lio draait, zo volledig als mogelijk is, mee op school. De voltijds lio is 2½ dag per week beschikbaar voor werk voor school. De deeltijder begint met minder stage-uren en bouwt zijn aanwezigheid op school langzaam op.

    De opleiding met een stageplaats

    Studenten krijgen van het stagebureau een stageplek toegewezen op een school waar de Lerarenopleiding intensief mee samenwerkt. Meestal is dit een opleidingsschool. De opleidingsscholen zijn medeverantwoordelijk voor het programma en streven, met hun specifieke kennis van het onderwijs, naar een goede afstemming van theorie en praktijk. De schoolbegeleiders en schoolopleiders zijn getraind door de Lerarenopleiding. Om aan de opleiding te kunnen beginnen moet er een stageplek beschikbaar zijn. Dit is een absolute voorwaarde. In de meeste gevallen gaat dit goed, maar voor sommige schoolvakken kan er een tekort aan stageplaatsen zijn.

    In principe zoekt de stagecoördinator een stageplek voor jou op een van de opleidings- of praktijkscholen waarmee wij een samenwerkingsverband hebben, en mag je dus niet zelf naar een stageplek op zoek gaan. Alleen na overleg met de stagecoördinator kan hier bij hoge uitzondering van worden afgeweken. Je dient dan voor 10 mei (septemberstart) of 10 november (februaristart) een e-mail te sturen naar stage-ilo-fmg@uva.nl. Na deze datum is het niet mogelijk om een verzoek voor een eigen stageplek in te dienen en word je sowieso op één van onze opleidingsscholen geplaatst.

    De opleiding met een eigen baan in het voortgezet onderwijs

    De opleiding kan ook worden gevolgd met een eigen baan in het voortgezet onderwijs. Een eerstegraads collega in jouw vakgebied functioneert als practicumbegeleider. De Lerarenopleiding biedt een adequate begeleiding op de UvA, toegesneden op individuele situaties. Schoolbegeleiders kunnen deelnemen aan een trainingsaanbod van de Lerarenopleiding. Op basis van ervaringen in het verleden adviseren we studenten die hun praktijk invullen met een eigen baan maximaal 9 lesuren van 50 minuten per week te combineren met een voltijdstudie en maximaal 13 lesuren van 50 minuten per week te combineren met een deeltijdstudie. Door extra belasting loop je het risico van studievertraging.

    Meer informatie

    Voor meer informatie over de stage kun je contact opnemen met de stagecoördinator via stage-ilo-fmg@uva.nl.

  • Curriculum

    De master heeft een omvang van 60 studiepunten. Voor meer informatie over de inhoud en de verdeling van de studieonderdelen over de opleiding verwijzen we je naar de studiegids.

    UvA Studiegids

 

Studiebelasting en opleidingsduur

  • Voltijd

    Als je de master in voltijd volgt, dan duurt de opleiding een jaar. Sommige aangepaste trajecten duren korter dan een jaar (zie voor meer informatie het tabblad Opleidingstrajecten).

    Bij een voltijdse opleiding is het nodig dat je vijf dagdelen per week (maandag tot en met vrijdag) beschikbaar bent om colleges voor te bereiden en bij te wonen, instituutsopdrachten uit te werken en zelfstudie te doen.

    De andere vijf dagdelen heb je nodig voor het praktijkleren (onderwijsbaan of stage). Als je een flinke baan in het onderwijs (meer dan 9 lesuren van 50 minuten per week) hebt, volg je het deeltijdprogramma dat anderhalf jaar omvat.

  • Deeltijd

    Het is mogelijk om de master in deeltijd te volgen; het programma duurt dan twee jaar. Maar je kan er voor kiezen om het programma iets te versnellen, waardoor je er 1,5 jaar over doet. Zo kan je de opleiding gemakkelijker combineren met je baan.

    Ook in deeltijd zijn er aangepaste trajecten mogelijk, bijvoorbeeld voor studenten die al beschikken over een eerstegraads of tweedegraads lesbevoegdheid, of die de minor Educatie hebben afgerond (zie voor meer informatie het tabblad Opleidingstrajecten). 

    Deeltijdstudenten besteden gemiddeld ruim 6 dagdelen per week (maandag tot en met vrijdag) aan de opleiding. De praktijk leert dat deeltijdstudenten de eerste helft van hun opleiding als zwaarder ervaren dan de tweede helft. De helft van de studielast is bestemd voor het instituutsprogramma (colleges voorbereiden en bijwonen, instituutsopdrachten uitwerken en zelfstudie) en de andere helft voor het praktijkdeel van de opleiding.