Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Amade M'charek

Potret van Amade M'Charek

Wie: Amade M’charek (1967)
Wat: Hoogleraar Antropologie van de wetenschap
Studie: Politicologie, met bijvakken uit de Sociologie, Filosofie en Economie
Eerste baan: Bollenpellen
Favoriete plek op de UvA: De Common Room van de afdeling Antropologie
Onmisbaar: Vrienden en collega’s met wie ik gesprekken kan voeren over de ingewikkelde aspecten van onderzoek

Engagement

'Mijn ouders zijn eerste generatie-migranten uit Tunesië, zij zijn zelf niet naar school geweest. Na onze komst naar Nederland groeide ik op in Haarlem en later in Beverwijk. Ik zat op school in Aerdenhout. Daar woont de crème de la crème van de Nederlandse bevolking en ik was anders dan de meesten. Na school wilde ik geneeskunde studeren, en toen ik werd uitgeloot was mijn tweede keus in eerste instantie om scheikunde te gaan doen. Doordat ik politiek geëngageerd was, koos ik in een split second toch voor politicologie. Dat engagement is denk ik aangewakkerd door mijn jeugd en door waar ik opgroeide. Als migrantenmeisje voelde ik het haast in mijn lijf. Mijn interesses lagen altijd al breder dan bij wat ik op de middelbare school leerde en mijn wereld was toen al vrij groot. Ik was zo’n meisje dat in de bus naar school de krant las, in een tijd waarin veel politiek-maatschappelijke issues speelden.'

Naar Amsterdam

'Mijn vader had graag gewild dat ik na mijn middelbare school in Leiden zou gaan studeren, want Amsterdam vond hij een gevaarlijke stad. Zelf had ik al van de UvA gehoord. Ik had een beeld van de UvA als universiteit van vrijheid en politiek engagement: daar wilde ik heen. Ik zal nooit mijn eerste momenten aan de universiteit vergeten, toen we als eerstejaarsstudenten in de Oudemanhuispoort stonden. Ik was overweldigd en had een gevoel van ‘hoor ik hier wel thuis?’. Dat gevoel veranderde snel toen een docent weigerde een college te geven en wij in actie kwamen. Met een groepje studenten hebben we toen het secretariaat van Politicologie bezet en zo raakten we al snel in onderhandeling met de universiteit om een oplossing te vinden. Op die manier leerden we binnen korte tijd alle lagen van de organisatie kennen. Gek genoeg was die gebeurtenis voor mij een manier om mijn plek binnen de UvA te vinden.'

'Ik wilde als wetenschapper niet langs de lijn blijven staan.'

Human Genome Project

'In die tijd was ik niet onder de indruk van de studie Politicologie. De opleiding is nu enorm veranderd, maar het bleef toen wat te oppervlakkig naar mijn zin. Daarom breidde ik mijn vakkenpakket uit met vakken van filosofie, economie en sociologie. Economie, in het bijzonder de geschiedenis van het economisch denken en politieke economie, vond ik fantastisch, maar vooral bij de filosofische vakken vond ik de intellectuele uitdaging die ik zocht. Daardoor leerde ik van studeren houden. Geïnspireerd door die filosofische vakken schreef ik mijn afstudeerscriptie over het Human Genome Project (HGP). Dat was toen in opkomst en moest de eerste genetische kaart van ons menselijke DNA produceren. Een enorme ontwikkeling, maar niemand had het erover. Het HGP was het eerste voorproefje van wat er stond te gebeuren binnen de genetica. Mijn scriptie ging over de geschiedenis van de genetica, de eugenetica, de continuïteit en discontinuïteit met het HGP, en over de maatschappelijke aspecten van genetische kennis.'

Het lab in

'Tijdens mijn studie had ik grote vragen over hoe ik mijn toekomst wilde invullen. Moest ik binnen de wetenschap blijven of iets terugdoen voor de samenleving die mij zoveel gegeven had? Ik hield enorm van onderzoek doen en van schrijven en bedacht me: ook als wetenschapper kun je dingen bewerkstelligen en een bijdrage leveren aan de samenleving. Wat ik ook zeker wist, is dat ik als wetenschapper niet langs de lijn wilde blijven staan met mijn onderzoek naar genetica. De positie van de arrogante, alleswetende sociale wetenschapper die genetici zou vertellen wat wel en niet kon, leek me onhoudbaar. Je zult maar een ziek kind hebben, dan kijk je wel anders tegen de genetica aan. Ik besloot om het lab in te gaan, om zelf te leren hoe je DNA analyseert en in de praktijk te onderzoeken wat de genetica om het lijf heeft.'

'Mijn vreemde stam was het lab dat bevolkt werd door genetici, hun apparaten en methoden.'

Promotie

'Door het Belle van Zuylen Instituut voor gender en culturele studies van de UvA werd ik gevraagd promotieonderzoek te doen naar de genetica. Omdat ik me diep interesseerde voor de genetica koos ik voor participerend onderzoek, als een antropoloog. Antropologen zijn bij uitstek experts op het gebied van participerend onderzoek. Ze doen vaak onderzoek naar de cultuur en gewoontes van vreemde stammen, ver weg. Mijn vreemde stam was dat lab dat bevolkt werd door genetici, hun apparaten en methoden. Er bestond daar een hele eigen cultuur, met eigen gewoonten, rituelen en technieken. In die cultuur heb ik me als onderzoeker ondergedompeld. Ik had het niet gestudeerd, maar ben via mijn onderzoek steeds meer antropoloog geworden.'

De weg naar hoogleraar

'Na afronding van mijn proefschrift werkte ik een tijdje als populatiegeneticus in een forensisch lab in Leiden. Later werd ik door de UvA gevraagd om te komen werken bij de vakgroep Biologie. Ik werd universitair docent en snel daarna universitair hoofddocent. In die tijd, begin jaren 2000, ontwikkelde ik twee interdisciplinaire masters, die de hele bètafaculteit overkoepelden. De eerste master was Science, Technology and Public Management en de andere was de master Forensic Science. Die laatste bestaat nog steeds en is een kruispunt waar allerlei wetenschappelijke achtergronden en disciplines samenkomen. Ik had studenten van alle bètaopleidingen in mijn klassen, wat mijn werk erg interessant en inspirerend maakte. In 2008 ben ik gevraagd om toe te treden als universitair hoofddocent bij de afdeling Antropologie. Toen ik in 2014 door het European Research Counsil een ERC-Consolidatorbeurs van 2 miljoen euro kreeg toegewezen, maakte ik de promotie naar hoogleraar Antropologie.'

'De UvA-student is iemand die vrijheden opzoekt.'

RaceFaceID

'Het lesgeven doe ik nog steeds, maar is maar een klein onderdeel van mijn werk. Mijn huidige werk is vooral onderzoeksgerelateerd en heeft met name betrekking op mijn ERC-project RaceFaceID. Dit project gaat over forensische identificatietechnieken waarmee een gezicht gegeven wordt aan een onbekende verdachte of slachtoffer. Het gaat hierbij om nieuwe genetische technieken zoals DNA-fenotypering én om klassieke technieken als schedelreconstructies. Dit geven van een gezicht is clusterwerk dat langzaam moet uitmonden in een te individualiseren gezicht. In dat proces, die zoektocht naar de identiteit van een onbekende, speelt ook ras een rol. Dat is lastig, want wat is ras? Na de Tweede Wereldoorlog hebben we ras dood verklaard, maar nu lijkt het toch weer een comeback te maken. Hoewel het ambivalent is, wordt ras als een te rechercheren categorie in onze DNA-wetgeving opgevoerd. Het is nog ingewikkelder omdat er binnen de genetica de consensus heerst dat ras niet bestaat en dat biologische en genetische verschillen gradueel verdeeld zijn over de wereldbevolking. De vraag is dus hoe biologische verschillen die in het lab worden gevonden, vertaald, veranderd en bijgesteld worden als die kennis wordt overgedragen naar de rechtszaal. Ook is de vraag wanneer statische verschillen geracialiseerd worden en geprojecteerd worden op een individu. Door die vragen te onderzoeken, hoop ik beter te begrijpen wat de relevantie van ras is voor het forensisch veld, maar vooral ook hoe ras vorm krijgt in de praktijk en welke waarde eraan wordt gehecht. Ik wil met mijn onderzoek een bijdrage leveren aan het vraagstuk over ras en racisme in de samenleving.'

Verdronken migranten

'Zelf houd ik me ook bezig met een niche binnen dit project, waarin ik kijk naar het gebruik van forensische technieken voor het identificeren van verdronken migranten. Ik kom net terug uit Tunesië, waar afgelopen week alleen al tachtig verdronken vluchtelingen zijn aangespoeld. De lichamen van die mensen zijn onherkenbaar geworden en het is vaak onduidelijk waar ze vandaan komen. Door forensische identificatie moeten zij een naam kunnen krijgen. In Tunesië heb ik de lichamen zien aanspoelen. Het is inmiddels haast onderdeel van het leven daar, maar het went eigenlijk niet. Ik hoop met mijn onderzoek de gevolgen van de Europese grenspolitiek nog meer tot een thema te kunnen maken en het dicht bij de mensen te kunnen houden. Mensen hebben vaak de neiging om dit onderwerp weg te duwen en dat is begrijpelijk. We sluiten ons als Europa af van de buitenwereld, van Afrika, maar we kunnen niet ontkennen wat er permanent aan de hand is. Daarom vind ik het ook belangrijk om jonge mensen geïnteresseerd te houden. Niet alleen in wetenschap of in technologische vragen over de toekomst, maar ook op het gebied van belangrijke normatieve vraagstukken rondom ras, racisme, seksisme, economische ongelijkheid en uitbuiting.'

Bevoorrecht

'De UvA is de universiteit die het best bij mij past. De UvA is een vrijhaven voor denken, voor samenzijn, voor het uitwisselen van ideeën en ervaringen tussen mensen. Het is een plaats waar we niet alleen de gebaande paden begaan, maar juist ook daarbuiten treden, waar verschillende wegen naar mooie resultaten leiden. Elke universiteit draagt iets van zijn cultuur over op zijn studenten. Bij onze studenten zie ik nog steeds wat ik vroeger zelf heb ervaren: betrokkenheid, de wil om zelf initiatief te nemen. En een beetje brutaliteit, misschien. De UvA-student is iemand die vrijheden opzoekt. Door de veranderingen in het hoger onderwijs en de toenemende prestatiedruk is die vrijheid wel minder geworden, helaas. Het is een bevoorrechte positie om de studenten te mogen begeleiden, vooral in het laatste deel van hun studie, en te zien hoe ze in een korte periode groeien. Er zijn altijd wel studenten die me gemotiveerd weten te houden voor mijn vak.'