Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Daan Roovers

Potret van Daan Roovers

Wie: Daan Roovers (1970)
Wat: Docent publieksfilosofie en Denker des Vaderlands
Studie: Medicijnen en Filosofie
Eerste baan: Verkoper in een bloemenwinkel
Favoriete plek op de UvA: De Oudemanhuispoort en de bibliotheek aan het Singel
Onmisbaar: Boeken

Omvergeblazen

'Filosofie speelde vroeger geen rol in mijn leven. Op school in Veghel kreeg ik het niet onderwezen en ik wist nauwelijks wat het was - het leek me al helemaal niet iets wat je kon studeren. Ik koos een bètapakket en oriënteerde me dus op bètastudies. Na school ben ik medicijnen gaan studeren in Nijmegen. Dat viel tegen, maar ik was nou eenmaal begonnen dus ik hield het vol. In mijn derde jaar ben ik een bijvak filosofie gaan doen. Dat waren fantastische colleges, waar ik eindelijk een intrinsieke motivatie vond. Ieder college deed onze docent Harm Boukema vol vuur een nieuw wereldbeeld uit de doeken. Ik begreep niets van de teksten die we moesten lezen, maar vond dat niet vervelend. Het fascineerde en intrigeerde me juist. In het college, door die bevlogen docent, viel alles op zijn plek. De week daarop leerde ik weer over een ander wereldbeeld, dat vaak in tegenspraak was met het vorige. Elke week werd ik opnieuw omvergeblazen en geïnspireerd. Ik droomde ervan: dat je dát allemaal kunt denken.'

Filosofie Magazine

'Omdat ik filosofie ook toen nog niet zag als iets waarmee je je brood kunt verdienen, heb ik mijn medicijnenstudie afgemaakt. Ik kende niemand die werkte in de filosofie. Een paar mensen aan de universiteit natuurlijk, maar buiten de universiteit bestond er nauwelijks een filosofische beroepstak. Het onderzoeksgebied van de filosofie was al niet zo groot, dus het leek me niet realistisch dat ik daarin terecht zou komen. Ik dacht: ik ben liever arts dan werkloos. Destijds moest je soms een paar maanden wachten op je coschappen - in die tijd studeerde ik af bij filosofie. Na een coschap in het buitenland volgde weer wat wachttijd. Om die te overbruggen, ben ik stage gaan lopen bij Filosofie Magazine. Dat tijdschrift was toen net opgericht door een club enthousiaste, ambitieuze studenten. Uit die stage volgde de mogelijkheid daar te gaan werken. Toen heb ik mijn coschappen uitgesteld om te kijken of ik met filosofie aan de bak kon komen. Het is gelukt, ik ben nooit meer teruggegaan.'

'Wat is filosofie? Er is geen eenduidige definitie. De definitie die ik zelf geef, is ‘ruimte maken in je hoofd om hetzelfde anders te zien.'

Zweefkees

'Nu denk ik heel anders over de baankansen voor wie Filosofie heeft gestudeerd. Mede door het pad dat ik met de mensen van Filosofie Magazine ben ingeslagen, is er een heel nieuw domein opengetrokken. Filosofen zijn nu werkzaam buiten de universiteit, maar toch binnen de filosofie. Er zijn mensen die programma’s organiseren, die journalist zijn, die boeken schrijven, lezingen geven of die bij culturele instellingen aan de slag gaan. Filosofie is nu niet meer zo’n eng woord als vroeger. Er is nu een beeld van de filosoof als iemand met een breed perspectief die iets kan betekenen. Het is niet meer de zweefkees, de oude man met baard en sandalen. Met Filosofie Magazine hebben we veel kunnen betekenen voor de verandering van dat beeld. Na mijn stage ben ik er eerst gaan freelancen, later werd ik eindredacteur en hoofdredacteur. Het was een ongelofelijk vrije positie, omdat Filosofie Magazine een nieuwe titel was zonder verleden en zonder vaste structuur. Dat maakte dat we álles zelf konden bedenken.'

De filosofie

'Wat is filosofie? Er is geen eenduidige definitie. ‘Liefde voor de wijsheid’, ‘verwondering’, of ‘de ontmaskering van vanzelfsprekendheden’: mooie, waardevolle beschrijvingen. De definitie die ik zelf geef, is ‘ruimte maken in je hoofd om hetzelfde anders te zien’. Het gaat om een denkactiviteit. Je kunt filosofie ook definiëren als ‘de traditie van het kritisch denken’. Mijn eerste filosofiedocent, Harm Boukema, zei altijd: ‘Filosofie is de strijd tegen de vooroordelen’. Het gaat erom je primaire oordelen op te schorten, afstand te nemen van je idee, er even omheen te lopen en zoveel mogelijk nieuwe perspectieven in dat idee te incorporeren. Filosofie kan het democratisch gesprek bevorderen. Dat is een gesprek van allen tussen allen, dat op alle niveaus moet kunnen plaatsvinden. Het is een vak van teksten, boeken en nadenken. Ik kom meestal op ideeën tijdens het lezen, dus dat probeer ik altijd veel te doen. Recente dingen, maar ook oude koek. De boeken die ik lees, laat ik bezinken en vervolgens kies ik in die informatie mijn eigen weg. Ik sta als filosoof altijd op de schouders van anderen. Aan hun werk geef ik mijn eigen draai. Zoals filosoof Michel de Montaigne al adviseerde: gebruik je boekenkast, maar blijf op eigen benen staan.'

'Ik wil filosofie relevant maken voor de samenleving en de politiek, omdat ik vind dat we iedereen moeten aanzetten tot denken.'

Relevant voor de samenleving

'Filosofie Magazine zagen we destijds als een instrument voor onze missie om de filosofie onderdeel van de cultuur te maken. Dat is vrij goed gelukt, we hebben door het succes van het magazine veel kunnen ontwikkelen. De Socratesbeker, de Nacht van de Filosofie, de Maand van de Filosofie, colleges, lezingen en reizen. Ook de Denker des Vaderlands heb ik destijds zelf bedacht. Nu, jaren later, ben ik zelf gevraagd voor die titel. Het was een enorme verrassing, ik was stomverbaasd. Het is zo’n eer en zo’n kans, en in het verlengde van de missie waar ik altijd mee bezig ben: de filosofie voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar maken. Ik heb er zó veel plezier aan beleefd tijdens mijn studie, dat gun ik iedereen. Ik wil filosofie relevant maken voor de samenleving en de politiek. Niet omdat ik denk dat ik vanuit de ideeën in mijn boekenkast een model voor de samenleving kan creëren, maar omdat ik vind dat we iedereen moeten aanzetten tot denken. De democratie stelt hoge eisen aan haar burgers. Mensen moeten geïnformeerd zijn en een mening kunnen vormen. Daar zou de filosofie idealiter een rol in moeten spelen.'

Publieksfilosofie

'Ik houd me bezig met publieksfilosofie. Die term heb ik, denk ik altijd, zelf in Nederland geïntroduceerd. Een aantal jaar geleden vroeg een journalist me naar de ‘popularisering van de filosofie’. Ik vond dat een te simplistische typering. Het gaat niet over Plato voor dummies, over top-down filosofie. Het gaat er juist om dat we kijken naar wat er speelt in de samenleving en hoe we daarover moeten nadenken. Ik heb het toen publieksfilosofie genoemd. De term public philosophy bleek al langer een begrip in Amerika. Walter Lippmann, een politiek denker en journalist uit het begin van de 20ste eeuw, omschrijft het als een basis van ideeën, principes en kennis over de rechtsstaat en over hoe de samenleving werkt. Een basis voor burgerschap, eigenlijk. Ik dacht dus met het woord ‘publieksfilosofie’ iets nieuws te introduceren, maar het bleek op allerlei plekken al op te duiken. Als buitenpromovendus bij de UvA breng ik de verschillende definities in mijn proefschrift bij elkaar. Mijn proefschrift gaat over de ontwikkeling van de publieke opinie en de normatieve uitdagingen die daaraan gesteld worden in de digitale publieke sfeer.'

'Vergis je niet in wat een studie in je los kan maken.'

Toekomstperspectieven

'Ik ben ook docent aan de UvA. Toen Filosofie Magazine steeds groter werd, verwijderde mijn takenpakket zich langzaamaan van de filosofie zelf. Dat zag ik niet zitten, dus ben ik teruggegaan naar de universiteit. Aan de UvA gaf ik toen al een klein vak, het Filosofisch Practicum. Er waren toen twee masters voor filosofie: een researchmaster en een algemene master. Ik vroeg me af: wat gaan de studenten daarna doen? In het onderzoek zijn maar weinig plekken en als je dat ambieert doe je wel de researchmaster. Maar wat zijn de perspectieven na de algemene master? Ik heb aan de UvA voorgesteld een vak te ontwikkelen waarin we ingaan op wat je met je filosofische expertise zou kunnen doen. Daar kreeg ik alle ruimte voor, heel leuk. In het mastervak Publieksfilosofie dat ik doen heb ontwikkeld, probeer met studenten na te denken over op welke manier je als filosoof kunt interveniëren in het publieke debat. Met mijn studenten maak ik ‘schoolreisjes’, zoals ik dat noem. We bezoeken lezingen en plekken waar filosofie beoefend wordt. We bouwen daardoor een band op en ik vind het goed om studenten iets te laten zien van een mogelijke beroepspraktijk.'

Intrinsiek gemotiveerd

'Omdat ik zelfstandige ben en maar twee vakken geef, sta ik er met een half been in, maar ik vind de UvA een prettige plek om te werken, vol eigenwijze, slimme en betrokken mensen. Opvallend is de politieke betrokkenheid, ook onder studenten. Studenten filosofie zijn bijna altijd mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn. Filosofie ga je studeren omdat je het leuk vindt en niet omdat je iets wil worden. Dat is een prettige motivatie, ook voor de docenten. Mensen zijn geïnteresseerd in het vak, vanwége het vak. Vergis je niet in wat een studie in je los kan maken. Als je gedreven bent, geïnteresseerd en bereid hard te werken, dan vind je je eigen pad. Het overkomt niet iedereen, maar als je het voorrecht hebt om iets te vinden dat je écht leuk vindt, dan moet je dat nooit laten lopen, denk ik. Als ik op dit punt terugkijk naar wat ik de afgelopen 25 jaar gedaan heb, dan komt het allemaal samen in een bepaalde richting: filosofie, politiek en media. Dat vind ik geruststellend. Het is het pad dat ik voor mezelf heb uitgegraven.'