Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Geert ten Dam

Geert ten Dam

Wie: Geert ten Dam (1958)
Wat: Voorzitter College van Bestuur en hoogleraar Onderwijskunde
Studie: Andragogie, afstudeerrichting volwasseneducatie
Eerste baan: Aardbeienplukken
Favoriete plek op de UvA: Het Roeterseilandcomplex, een mooie, interdisciplinaire campus die letterlijk en figuurlijk een open verbinding heeft met de stad.
Onmisbaar: Mijn fiets. Ik fiets van campus naar campus en gebruik het fietsen als denkruimte. 

Van Oss naar Amsterdam

'Studeren werd bij ons thuis, zeker door mijn moeder, erg gestimuleerd. In de jaren ’20 werd zij in de crisis van school gehaald om in het huishouden en het bollenbedrijf van haar ouders te komen helpen. Ze was heel graag naar de kweekschool gegaan en dat het anders gelopen is, heeft ze haar leven lang betreurd. Mij, mijn vier zussen en broer, moedigde ze aan om wel te gaan studeren. Ik groeide op in het Brabantse Oss. Op mijn achttiende vertrok ik naar Amsterdam, waar ik bij de UvA Andragogie ging studeren met als afstudeerrichting volwasseneneducatie. Tijdens mijn doctoraal ben ik twee jaar studentassistent geweest. Onderwijs en onderzoek zijn me sindsdien blijven inspireren.'

Onderzoek en onderwijs

'Toen ik drie jaar geleden voorzitter werd van het College van Bestuur van de UvA heb ik meteen duidelijk gemaakt dat ik onderwijs wilde blijven geven. Samen met een collega geef ik de mastermodule Onderwijsbeleid: stelsel en sturing. In de colleges koppel ik de ervaring die ik heb opgedaan als voorzitter van de Onderwijsraad en kroonlid van de SER aan theorieën over onderwijsbeleid. Samen met de studenten akker ik actuele beleidsdossiers door. Dat wordt gewaardeerd en daar heb ik plezier in. Ik houd van de combinatie van onderwijs en onderzoek, dus ook het onderzoek heb ik als bestuursvoorzitter niet losgelaten. Ik werk mee aan een paar cohortstudies en effectiviteitsstudies naar burgerschapsvorming en de ontwikkeling van democratische waarden bij jongeren. Het is een druk bestaan, maar ik krijg er energie van.'

'Een universiteit moet ademen met zijn omgeving.'

Meebewegen met de universiteit

'Door het combineren van mijn werk als bestuursvoorzitter van de UvA met onderzoek en onderwijs blijf ik meestromen met de universiteit. Niemand kan mij zeggen dat ik geen zicht heb op de praktijk. Contact met studenten en medewerkers is ook de reden waarom we de bestuurskamers hebben verplaatst van het Maagdenhuis naar de Roeterseilandcampus. Het Maagdenhuis is een prachtig, traditioneel bestuursgebouw, maar je komt daar geen studenten of medewerkers tegen. Op het REC heb ik een prima werkruimte en op de campus is altijd reuring. Mensen spreken me aan op de gang, in de lift en in de fietsenkelder. Na veertig jaar te hebben doorgebracht in verschillende lagen van de UvA ken ik de organisatie en de mensen hier goed. Ik ben vergroeid met deze universiteit. Daarom kan ik hier besturen en daarom zou ik het in bijvoorbeeld een zorginstelling niet kunnen. Ik bestuur vanuit mijn inhoudelijke rugzak. Onderwijs en onderzoek horen daarbij.'

Brede universiteit

'Als bestuursvoorzitter zie je zo veel intellectuele rijkdom aan de UvA. Ik besef nu pas echt hoe goed de UvA het doet in de volle breedte. Maatschappelijke uitdagingen als duurzaamheid, artificial intelligence, migratiestromen, accumulatie van ongelijkheid, sociale segregatie en circulaire economie zijn per definitie niet in één discipline te vangen. De aandacht vanuit politiek en beleid is nu vooral gericht op de bètawetenschappen en techniek, maar dat is een veel te smalle kijk op de behoeften van de samenleving en de arbeidsmarkt. Voor veel innovaties is technologische kennis vereist, maar draagvlak en een goede landing in de maatschappij evenzeer. Daarvoor is het noodzakelijk om te kijken naar bijvoorbeeld de ethische implicaties, maatschappelijke gedragscomponenten of wet- en regelgeving. De UvA is bij uitstek goed gepositioneerd om de grote maatschappelijke uitdagingen in de breedte op te pakken, over de muren van faculteiten en disciplines heen. Dat is onze kracht, maar ook onze opgave. Hoe zorgen we dat disciplines meer met elkaar in contact komen? Interdisciplinaire samenwerking staat hoog op onze vernieuwingsagenda.'

'Maatschappelijke betrokkenheid is niet iets extra’s, het is verweven met de kerntaken van de universiteit.'

Maatschappelijke betrokkenheid

'Het meest kenmerkende aan de UvA vind ik de combinatie van topkwaliteit met maatschappelijke bevlogenheid. Een universiteit moet ademen met de omgeving. De mensen die hier werken, zijn met hun onderzoek en onderwijs van grote waarde voor de samenleving, op de korte én op de lange termijn. Op de universiteit leiden we bovendien de nieuwe generatie op. Onze grootste gift aan de samenleving is het opleiden van studenten, met hoogwaardige kennis én met gevoel voor maatschappelijke verantwoordelijkheid. De universiteiten zijn cruciaal voor de innovatie- en veerkracht van de samenleving. En dan heb ik het niet over het oude beeld van valorisatie, van kennisbenutting, in de zin van ‘we hebben iets moois bedacht en dat geven we, al dan niet in ruil voor geld, aan de samenleving’. Het gaat om een tweerichtingsverkeer. Wetenschappers ontwikkelen hun inzichten vaak samen met maatschappelijke partners. Die brengen op hun beurt weer kennis en informatie naar de universiteit. Als die kenniscyclus goed loopt, verrijk je gelijktijdig het onderwijs en onderzoek. Maatschappelijke betrokkenheid is niet iets extra’s, het is verweven met de kerntaken van de universiteit.'

Diversiteit

'Diversiteit is een belangrijk thema voor de UvA. Iedereen moet zich hier gewaardeerd, gerespecteerd, veilig en welkom voelen. We hebben onlangs een diversiteitsnota opgesteld, waarin we onder meer de piketpalen hebben geslagen voor het benoemen van meer vrouwelijke hoogleraren. Er komt een talentprogramma voor gepromoveerden met een migratieachtergrond. We hebben weer een summer school voor eerstegeneratiestudenten en breiden de mentorprogramma’s uit van ouderejaarsstudenten voor de eerstejaars voor wie de universiteit een heel nieuwe omgeving is. De UvA moet een toegankelijke universiteit zijn voor wie wil en kan studeren. Ik verzet mij erg tegen het idee dat diversiteit zou afdoen aan excellentie. Vanuit een rechtvaardigheidsoptiek en vanuit de maatschappelijke behoeften is het onverteerbaar als studenten enkel vanwege hun sociaal-culturele achtergrond de weg naar de universiteit niet vinden of daar struikelen. We maken stappen in de goede richting, maar het gaat langzaam. Ik word er soms ongeduldig van, maar de aandacht voor diversiteit is er en het gesprek wordt actief gevoerd. Als we dit met elkaar doen, kunnen we daar trots op zijn.'

'De kracht van de UvA zit in de breedte; we kijken over de muren van faculteiten en disciplines heen.'

Open debat

'De universiteit is bij uitstek de plek voor de confrontatie met feiten en meningen die schuren of zelfs tegen de borst stuiten. Het open debat is ons kroonjuweel. Daar moeten we zuinig op zijn. In mijn functie is het een illusie om te denken dat je het iedereen naar de zin kunt maken, maar ik hecht enorm aan de dialoog. Zorgen dat je in gesprek blijft, praten, maar vooral: luisteren. Ik ben een polderaar. Ik vind dat je altijd moet kijken waar je elkaar kunt treffen of op zijn minst moet proberen elkaars perspectief te zien. En als je dan een ander besluit neemt, moet je dat kunnen uitleggen. Je moet ook niet te beroerd zijn om na een jaar te zeggen: we maken even pas op de plaats. Als College van Bestuur zijn we een goed samenwerkend team. We delen veel, we bemoeien ons uitbundig met elkaars portefeuille en we lachen, anders word je stapelgek. Voor het contact met de overheid helpen mijn jaren bij de Onderwijsraad. Ik weet hoe de hazen lopen, ik ken het Haagse, de sectororganisaties, de NVAO. En ik ben niet bang om te zeggen wat ik ergens van vind. Ik ben niet aan het pluche gehecht. Ik zal het zo goed doen als ik kan en ben aanspreekbaar op mijn verantwoordelijkheid. Mijn baan heeft prachtige kanten, maar het is ook een heavy job.'

Discipline

'Rond een uur of zes sta ik op en zet een liter thee. Dan is het nog stil in huis en neem ik aan de keukentafel mijn stukken door. Je moet altijd alles hebben gelezen, nooit verzaken. Een paar uur later ben ik op de universiteit, met een fris hoofd en goed voorbereid. Vanaf dan ga ik van bijeenkomst naar bijeenkomst. Afspraken, vergaderingen, werkoverleggen, zowel binnen als buiten de UvA. Dat houdt rond een uur of half zeven op. Als het ook maar even kan, eet ik thuis. Voor elf uur ga ik naar bed. Ik ben heel gedisciplineerd, anders houd ik het niet vol. De crux in dit soort banen is om uitgerust te zijn. De universiteit is een mammoettanker. Je moet zorgen dat je het overzicht houdt. Dat kan alleen als je niet te moe wordt. Anders word je tobberig en als je iets niet kan hebben in een baan als deze, is het tobberig worden. Ik fiets een uur, anderhalf uur per dag, een heerlijke manier om mijn hoofd uit te tochten. Toen ik werd gebeld voor het voorzitterschap van het College van Bestuur, dacht ik: wil ik dat eigenlijk wel? Maar het ging toch kriebelen. Ik heb veel kansen gekregen van de UvA. Als ik op deze manier iets terug kan doen, iets kan betekenen, dan is dat goed.'