Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Maarten de Rijke

Maarten de Rijke

Wie: Maarten de Rijke (1961)
Wat: Universiteitshoogleraar Artificial Intelligence and Information Retrieval
Studie: Wijsbegeerte en wiskunde
Eerste baan: Vakkenvuller
Favoriete plek op de UvA: De Startup Village op Science Park, een co-working space die bestaat uit zeecontainers. Het is er rommelig, ongedwongen, er loopt een diverse groep mensen rond.
Onmisbaar: Mensen, creatieve frictie.

Zoektocht naar motivatie

'Ik was geen goede middelbareschoolleerling, ik wist niet precies wat ik daar deed. Daardoor was er geen energie en motivatie, dus ik deed net genoeg om niet stil te blijven staan. Ik ben na het afronden van de middelbare school dan ook niet meteen gaan studeren, maar heb eerst drie jaar gewerkt en gereisd. In die tijd ontdekte ik langzamerhand wat ik interessant vond en wat ik wilde, pas toen ben ik gaan studeren. Toen het eenmaal zover was, begon ik met een studie Wijsbegeerte. De vragen over hoe taal kennis kan overdragen, hoe taal iets kan weerspiegelen van de wereld, boeiden me. Taal en informatieoverdracht zijn wonderbaarlijke fenomenen.'

Wijsbegeerte en Wiskunde

'De combinatie van wijsbegeerte met wiskunde lijkt wonderlijk, maar is het eigenlijk niet. Ik kwam er al vrij snel achter dat relaties tussen taal en de wereld, of tussen verschillende talen, nogal wat wiskundig inzicht vergden. Hoe meer ik in mijn mars had, hoe meer ik merkte dat ik dat inzicht moest bijspijkeren. De makkelijkste manier om dat te doen, is door Wiskunde te gaan studeren. Daar is een universiteit toch voor, om het brein te expanderen. Er stond toen nog geen strafpremie op een tweede studie, dus ik kon dat gewoon gaan doen. Bovendien had ik eindelijk veel motivatie. Ik heb beide studies cum laude afgerond en ben daarna gepromoveerd op het gebied van formele kennisrepresentaties - het raakvlak van wiskunde en informatica.'

'De studie van taal vergt wiskundig inzicht.'

Zoekmachinetechnologie

'Op een zeker moment wil je wat doen met de theorieën die je ontwikkelt. Ik heb me gespecialiseerd op het gebied van vraag-antwoord-systemen. Zoekmachinetechnologie dus, waarmee je mensen aan informatie kunt verbinden. Ik onderzoek de mogelijkheid om een systeem te leren een echt antwoord te geven op een vraag. Dat werkt anders dan een gewone zoekmachine, die kijkt vooral of de documenten ruwweg over dezelfde dingen gaan als waar de zoekvraag over gaat. Die systemen zoeken grotendeels naar woordoverlap van de vraag met mogelijk passende documenten. Bij het zoeken naar een echt antwoord is woordoverlap meestal geen goede indicatie. Het antwoord zit juist niet in de vraag - daarom stel je hem. Een systeem moet dan zoeken naar woorden of zinsfragmenten die wezenlijk anders zijn dan de vraag die gesteld wordt. Dat maakt het lastiger. Het vinden van genoeg geschikte documenten waar systemen antwoorden uit kunnen halen, bleek uitdagend. Daar ben ik een beetje blijven hangen. Er komt een hoop machineleer en zelflerende technologie bekijken, daar raakt mijn onderzoek aan de Artificial Intelligence.'

Hoofdstedelijke arrogantie

'Na mijn promotie werkte ik een tijdlang voor het CWI, het Centrum voor Wiskunde en Informatica. Daarna naar heb ik even in Engeland gezeten en sinds 1998 ben ik weer terug aan de UvA. Er is een zeker UvA-DNA. Dat komt door de verwevenheid met de stad, door het feit dat we niet één campus hebben, maar meerdere. Er is ook een soort koppigheid die mensen aan de UvA eigen is, een zekere hoofdstedelijke arrogantie. Dat heb je altijd wel in grotere, centrale steden. Dat niet negatief, constructieve frictie is juist goed. Het betekent soms dat beslissingsprocessen wat moeizamer gaan en wat langer duren, maar dat hoort erbij. Je hebt een langer voorbereidingstraject, je moet meer aftasten. Op de resultaten die je dan behaalt, mag je best trots zijn, daar is een beetje arrogantie soms best op zijn plaats.'

'De internationaliteit van de master geeft ook lokale studenten een impuls.'

Internationale impulsen

'Ik geef niet veel lessen meer, maar af en toe geef ik nog college in de master AI. Die master is de laatste jaren veel internationaler geworden. Dat geeft ook de lokale studenten een impuls. Van heinde en verre komen mensen hierheen, met maar één einddoel, namelijk vooruitkomen in de studie en iets boeiends doen. Die studenten zijn heel gefocust, die lopen hard, weten van aanpakken. Het was voor de Nederlandse studenten even wennen om dat hogere tempo bij te houden. Het geldt waarschijnlijk voor ons allemaal: je doet het even vrij goed, dus dan ga je naar een nieuw niveau en ben je weer de middelmaat. Dan werk je je weer omhoog en op het volgende niveau ben je wéér beginner. Dat gaat je hele leven zo door, maar nu blijkt ineens dat de personen met wie je je meet niet van om de hoek komen, maar van over de hele planeet. Daar moet je mee leren omgaan.'

Universiteitshoogleraar

'Ik ben net benoemd tot Universiteitshoogleraar van de UvA. We zijn nu met zijn vijven. We worden een beetje losgeweekt uit onze eigen faculteit en  moeten ons meer overkoepelend met alles bemoeien. Wij vertegenwoordigen de UvA ook buiten de deur. Mijn stoel heet ‘Universiteitshoogleraar Artificial Intelligence and Information Retrieval’ en mijn plannen hebben dus betrekking op de zoekmachinetechnologie, op de stimulatie van onderzoek en kennisontwikkeling. Die technologie leeft niet in isolatie, daar zijn ook maatschappelijke aspecten en impact aan verbonden. Die moeten worden onderzocht in dwarsverbanden met andere disciplines, buiten de informatica, zoals rechten of sociale wetenschappen. En dan zijn er ook nog de ethische-juridische kaders die ik samen met filosofen onderzoek. Er komen nog meer Universiteitshoogleraar-benoemingen aan: een in de toepassing van AI, een op geesteswetenschappelijk gebied en een in de juridische hoek. Aan ons is het om samen op te trekken en op dwarsverbanden de wereld verder te helpen. Dat vult de week wel.'

'Mensen denken dat robots de wereld overnemen, dat we autonomie verliezen. Daar hebben ze gelijk in.'

Angst voor technologie

'Mensen denken dat de robots de wereld overnemen, dat we autonomie zullen verliezen, dat we menselijke waarden kwijtraken. Daar hebben ze gelijk in. Al vanaf de eerste keer dat we een instrument maakten, droegen we in zekere zin vaardigheden over naar iets anders. Het meest recente, overduidelijke voorbeeld is het navigeren. Kaartlezen kunnen we niet meer, dat doet onze telefoon veel beter. Machines kunnen beter veel informatie verwerken dan mensen, kunnen beter samenvatten, kunnen beter medische beelden interpreteren. In de nabije toekomst gaan er nog veel meer cognitieve vaardigheden aan apparaten overgedragen worden. Sommige mensen zijn bang: schieten we niet door? De angst die je nooit hoort, is: doen we niet veel te weinig? Als we ons door angsten laten blokkeren, blokkeren we ook meteen allerlei manieren om oplossingen te bedenken voor maatschappelijke problemen die we nu aan zien komen. Je moet natuurlijk niet blindelings vooruit hollen, maar je moet ook niet blindelings blijven stilstaan. Veel dingen die met de beste bedoelingen werden bedacht, werden ook misbruikt. Dat zal altijd blijven gebeuren. Betekent dat dan dat je niets meer moet bedenken? Nee, dat betekent dat je je bevolking moet opleiden, dat je erbij moet blijven, dat je moet begrijpen wat er gebeurt, zodat je onderlegd kunt ingrijpen als dat nodig is.'