Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Olmo van der Mast

Olmo van der Mast

Wie: Olmo van der Mast (1995)
Studie: Bachelor Universitaire Pabo van Amsterdam en Research Master Child Development and Education
Eerste baan: Krantenwijk
Favoriete plek op de UvA: In het gebouw van de Universitaire Pabo van Amsterdam op de Roeterseilandcampus
Onmisbaar: Goede docenten

Universitaire Pabo van Amsterdam (UPvA)

'Toen ik in de laatste klas van het vwo zat, was ik niet zo met mijn studiekeuze bezig. Ik focuste me eerst op mijn examens. Toen de studiekeuze steeds dichterbij kwam en ik me echt moest gaan oriënteren, ben ik gaan googelen. Ik gaf voetbaltraining en bijles aan kinderen, dus ik wist dat ik het leuk vond om met kinderen te werken. Bovendien is mijn familie altijd veel met onderwijs bezig geweest. Mijn tante heeft een kinderopvang opgericht, mijn andere tante is directeur van een basisschool. Ook mijn moeder zit in het onderwijs, zij geeft schilderlessen. Ik weet niet of ik daardoor ben beïnvloed, maar bewust of onbewust ben ik in mijn zoektocht naar opleidingen op de Universitaire Pabo van Amsterdam uitgekomen. Ik bezocht wat voorlichtingsdagen, ook van andere opleidingen, en besloot uiteindelijk hier naartoe te gaan.'

Onderzoek en praktijk

'Ik vond het interessant dat de Pabo te combineren was met een universitaire opleiding. Op sommige universiteiten staan die twee aspecten redelijk los van elkaar, maar aan de UvA zijn ze mooi geïntegreerd. Dat is de reden dat ik ervoor koos om hier te studeren. We hebben zelfs een eigen plek op de UvA, waardoor we niet hoeven te schipperen tussen de hogeschool en de universiteit. In de vier jaar die de opleiding duurt, krijg je zowel pabovakken als vakken van Pedagogische wetenschappen. In de stages die je gedurende de hele opleiding loopt, komen die twee onderdelen samen. Op je stage leer je hoe het lesgeven er in de praktijk aan toe gaat en doe je elk halfjaar een onderzoekje. Je stelt bijvoorbeeld vragenlijsten samen die je bij de leerlingen afneemt, of je ontwikkelt een observatie-instrument dat je gaat toepassen. Die combinatie van onderzoek en praktijk is een kernonderdeel van de UPvA.'

'De combinatie van onderzoek en praktijk is een kernonderdeel van de UPvA.'

Kennis over ontwikkeling

'Op de Universitaire Pabo word je opgeleid tot leraar basisonderwijs. Ik ging er dus heen met het idee: ik word meester en zal later voor de klas staan op een basisschool. Leerlingen tussen de vier en de twaalf jaar zijn vaak veel leergieriger dan pubers op de middelbare school. Daarom wilde ik me specifiek op die jonge doelgroep richten en niet op middelbare schoolleerlingen. Maar ik wist ook dat er door de combinatie met de universiteit meer mogelijkheden waren. Doordat je Pedagogische wetenschappen studeert, ontwikkel je veel kennis over de algemene en de afwijkende ontwikkeling van leerlingen. Dat vind ik een grote meerwaarde van de UPvA. Afgestudeerde studenten worden daardoor vaak intern begeleider bij een school, voor kinderen die extra behoeften hebben. Een andere meerwaarde is de onderzoekende houding die we krijgen aangeleerd: we bekijken steeds waarom iets wel of niet werkt en hoe we dingen anders kunnen doen.'

Stagelopen

'Al vanaf week twee van de opleiding word je op stage gestuurd. Eén dag per week ga je naar je stageschool. De stages zijn een belangrijk onderdeel van de opleiding en bouwen mooi op in vier jaar. In het begin kijk je alleen mee en in de loop van het eerste jaar geef je af en toe zelf een lesje. In het tweede jaar geef je een halve dag les en in het derde jaar bouw je dat op naar een hele lesdag. In het vierde jaar loop je een LIO-stage. LIO staat voor Leraar In Opleiding. Je geeft dan twee dagen helemaal zelf les en bent dan dus echt verantwoordelijk voor een groep. Je mentor komt dan nog maar af en toe kijken. Je gaat dus vrij snel de praktijk in, maar blijft die altijd combineren met de theorie. Dat vind ik mooi, omdat je niet alles uit boeken kunt leren. Hoe je moet omgaan met lastige leerlingen kun je in de literatuur lezen, maar dat is ook iets dat je moet ervaren. Zeker in het begin zijn die stagedagen een fijne indicatie van hoe je werkveld er later uitziet.'

Als docent speel je een grote rol in de ontwikkeling van kinderen.

Invloed op leerlingen

'In elke klas kom je wel leerlingen tegen van wie je denkt: wat moet ik ermee? Een jongetje in een groep 3-klas die ik lesgaf, was erg agressief en luisterde nooit. Hij ging zijn eigen gang en werd daarin door zijn ouders helemaal niet gecorrigeerd. Je rol als docent is dan niet groot genoeg om dat gedrag echt te veranderen. Soms zijn er teveel factoren waar je geen invloed op kunt uitoefenen. Ik geloof er wel in dat je als docent een grote rol speelt in de ontwikkeling van kinderen. Kijk alleen al naar het aantal uren dat je als leraar basisonderwijs met je leerlingen doorbrengt. Je ziet zo’n kind in ieder geval een jaar lang vijf dagen per week. Dat zijn lange dagen, waarin je veel tijd hebt om een band op te bouwen. Dan heb je natuurlijk veel invloed op het gedrag en de kennis van leerlingen. Eigenlijk is het een belachelijk moeilijk beroep. Je moet veel verschillende vakken onderwijzen en tegelijk de groep managen, het gedrag van leerlingen in de gaten houden. En dan moet je óók nog met de ouders communiceren.'

Lerarentekort

'Er is een groot gebrek aan leerkrachten, dus er wordt alles aan gedaan om meer docenten aan te trekken en op te leiden. Voor ons is dat nu natuurlijk fijn, je kunt overal meteen aan de slag. Maar voor de basisscholen en de maatschappij is het minder leuk: veel directeuren zitten met de handen in het haar. Het is jammer, omdat die kleine instroom ook invloed heeft op de diversiteit in teams. Vroeger was leraar basisonderwijs echt een mannenberoep, maar in de loop van de tijd heeft er een omslag plaatsgevonden en nu zijn er vooral juffen. Dat is helemaal niet erg, maar jongens denken nu misschien eerder: het is een vrouwenberoep, dus is het niks voor mij. Dat is natuurlijk onzin, het is een prachtig beroep en het is goed als er veel diversiteit is binnen teams van leerkrachten. Iedereen bekijkt de dingen vanuit een ander perspectief, zo houd je elkaar scherp.'

In de master Child Development and Education word je opgeleid tot onderzoeker in het onderwijsveld.

Child Development and Education

'Ik denk dat ongeveer de helft van de UPvA-studenten na de opleiding meteen het onderwijs in gaat. De andere helft doet nog een master. Zelf merkte ik in mijn vierde jaar dat ik het doen van onderzoek ontzettend leuk vind. Mijn stage rondde ik dat jaar met moeite af, terwijl ik voor mijn scriptie een hoog cijfer haalde. Daarom ben ik na de UPvA de onderzoeksmaster Child Development and Education gaan doen. Daarin word je opgeleid om onderzoek te gaan doen in het onderwijsveld. We kijken bijvoorbeeld naar de effectiviteit van lesmethodes, naar wat de invloed kan zijn van diversiteit op leeruitkomsten en op leerkracht-leerlingrelaties en in hoeverre het bijvoorbeeld uitmaakt als je thuis een andere taal spreekt dan op school. Ik heb dus een stapje opzij gedaan van het lesgeven, maar ben wel nog bezig met het onderwijs en hoe dat kan worden verbeterd. We krijgen meer statistiek en onderzoeksmethoden, precies de dingen die ik leuk vind. De master duurt twee jaar, als het goed is studeer ik in juli af.'

Onderwijspraktijk verbeteren

'Het lijkt me leuk om deel te nemen aan onderzoeksprojecten waarin de theorie en de praktijk nauw verbonden zijn. Ik wil geen onderzoeken schrijven die alleen gelezen worden door andere wetenschappers, maar door middel van mijn onderzoek de onderwijspraktijk verbeteren. In de researchmaster moet je eigenlijk twee scripties schrijven. Vorig jaar heb ik een onderzoek gedaan waarvoor ik niet zelf de data heb verzameld, dit jaar moest ik dat wel zelf doen. Ik werk op dit moment aan een breed project van de UvA en de HvA samen. Kortgezegd is de vraag hoe je controversiële maatschappelijke onderwerpen aan bod kunt laten komen in de klas. Denk bijvoorbeeld aan racisme, seksisme of homoseksualiteit. Dat vind ik een superinteressant thema. Leerkrachten vinden die onderwerpen moeilijk te bespreken en gaan ze soms zelfs uit de weg. In dit onderzoek worden ze daarin getraind. Ik ga daarna met hen in gesprek over of en hoe die trainingen hen hebben geholpen. Ons onderzoek draagt hopelijk bij aan de verbetering van de onderzoekspraktijk.'

Student-assistent

'Sinds vorig jaar ben ik student-assistent bij de UPvA. Ik geef onderzoeksvakken aan eerste- en tweedejaars bachelorstudenten. Zelf vond ik die vakken leuk om te doen, dus ik haal er veel voldoening uit om studenten te leren een wetenschappelijk onderzoek te schrijven, een onderzoeksvraag op te stellen of een literatuurstudie te doen. Ik leer hun ook empirische studies te doen, waarin ze zelf observatie-instrumenten en vragenlijsten ontwikkelen en in de praktijk brengen. Lesgeven aan studenten is heel anders dan aan basisschoolleerlingen, natuurlijk. Eigenlijk bevalt het me hartstikke goed. Het voordeel van deze doelgroep vind ik dat je altijd met de inhoud bezig kunt zijn. Je helpt de studenten echt verder en kunt met hen discussiëren over de onderwerpen die je bespreekt. Ik zie mezelf wel docent worden op de universiteit en lesgeven in onderzoeksvaardigheden of statistiek.'