Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Pleun Aarts

Pleun Aarts

Wie: Pleun Aarts (1995)
Studie: Bachelor Future Planet Studies, master Biological Sciences, track: Ecology and evolution.
Eerste baan: Bij een Utrechtse ijswinkel.
Favoriete plek op de UvA: De koffiecorner bij het Science Park, tot voor kort werkte daar Sjeel, een lieve vrouw die altijd je naam wist, en wat je wilde drinken.
Onmisbaar: Een statistiekboek.

Bèta

'Mijn gezin is best een bètagezin. Mijn vader heeft Kunstmatige Intelligentie gestudeerd en mijn moeder Taalwetenschap, maar ik denk dat zij ook wel graag een bèta-opleiding had gevolgd. Zij en mijn vader hebben dat bij mij en mijn drie zussen erg gestimuleerd. Op de middelbare school deed ik een cultuurprofiel en volgde ik biologie en aardrijkskunde als extra vakken. Aardrijkskunde was mijn favoriete vak. Ik vond bètavakken leuk, maar wist niet goed of ik het wel kon. Uiteindelijk vind ik de kruising tussen bèta en gamma het leukst. Daarom ben ik net als mijn oudere zus Future Planet Studies gaan studeren. Niet super bèta, maar het komt in de buurt.'

'Ik wist niet of ik het zou kunnen, maar vond het een leuke uitdaging om het te proberen.'

Ecologie en biologie

'Ik heb in mijn leven veel gekampeerd, ik ben veel buiten geweest. Dat heeft mijn interesse voor de natuur aangewakkerd. Ik vind het interessant hoe mensen zich verhouden tot de natuur en hoe de natuur zich heeft aangepast, hoe die ook bepaalde veerkracht heeft. In de bachelor Future Planet Studies volgde ik het ecologische track. Ik was altijd al bezig met de toekomst van de aarde en met duurzaamheid en bij Future Planet Studies gaat het daar veel over. Ik heb geen eindexamen in scheikunde of natuurkunde gedaan, en biologie en wiskunde waren niet mijn sterkste vakken op de middelbare school, dus ik was er onzeker over of ik zo’n biologische studie wel aan zou kunnen. Ik vond het een leuke uitdaging, dus ik heb het toch geprobeerd.'

Abstract wordt concreet

'Toen ik begon met biologie, gingen we op een introductieweekend naar Texel. We moesten daar allemaal vage dingen doen met planten en ik dacht: wat doe ik hier? Daarna moesten we een heel heftig wiskundevak volgen, niets voor mij. In het eerste college voor dat vak keken we een film over kannibalisme, er werd uitgelegd dat dat eigenlijk best normaal is en veel voorkomt in de natuur. Toen vond ik het opeens zo cool allemaal. Door dat filmpje werd duidelijk dat wiskunde niet alleen abstract is, omdat je het bij zaken als kannibalisme heel concreet kunt toepassen. Zo maak je vakken als wiskunde veel tastbaarder, omdat je begrijpt wat de connectie is met minder abstracte dingen. Het motiveerde me om echt mijn best te doen voor dat vak.'

'Ik was altijd al wel bezig met duurzaamheid en de toekomst van de aarde.'

Leren in de praktijk

'Biologie is dus best concreet en redelijk 9-tot-5. Tijdens de studie werk je veel samen. Dat vind ik fijn, veel leuker dan in mijn eentje boeken lezen in de bieb. We leerden veel in de praktijk, achter de computer, maar ook buiten. We zijn bijvoorbeeld eens een week naar Noord-Frankrijk geweest. Daar moesten we zelf een onderzoek opzetten om te bekijken hoe een bepaalde zeewiersoort over de hele gradiënt van de kust groeide. Heel leuk. We hebben ook eens acht dagen lang paleo-onderzoek gedaan in Drenthe. Paleo-onderzoek is een soort archeologie van de natuur. Aan de hand van pollen van duizenden jaren oud, kun je vaststellen hoe het klimaat vroeger was en hoe het landschap er toen uitzag. Overdag liepen we door bossen en determineerden we planten, ‘s avonds zaten we met een biertje achter de microscoop.'

Slakken met persoonlijkheid

'Mijn master is een onderzoeksmaster die twee jaar duurt. Het eerste half jaar volg je vakken, daarna doe je twee grote experimentele onderzoeken en een literatuuronderzoek. Mijn eerste experimentele onderzoek heb ik net afgerond, dat ging over slakken in de stad. Ik hou van de natuur, maar ben ook echt een stadsmens, dus ik vond het leuk om dat te combineren. Er vindt op heel veel manieren, door heel veel soorten, evolutie plaats in de stad. Mijn onderzoek ging over hoe de gewone tuinslak zich heeft aangepast aan de stedelijke omgeving in Amsterdam. Op mijn fietsje ging ik de stad door om slakken te zoeken in parken, in tuinen en in het Amsterdamse Bos. Met die slakken deed ik een testje, ik liet ze schrikken met een kwastje. Door de schrik verdwenen ze in hun huisje en ik telde dan hoe lang het duurde voor ze weer naar buiten kwamen. Zo test je hoe lang de slakken verborgen blijven bij potentieel gevaar. Als je dat drie dagen lang een paar keer per dag doet, kun je zien of er verschillen zijn tussen dieren van binnen en buiten de stad. Je gaat dan ook zien in hoeverre het gedrag bij een individu hoort. Het is een beetje een antropomorfisme, waarbij je op een menselijke manier naar dieren kijkt, maar zo kun je onderscheiden of slakken een persoonlijkheid hebben.'

'We leerden veel in de praktijk.'

Enthousiasmeren

'Het onderzoek was een citizen-science-project, waarbij mensen thuis ook mee konden doen. Een week lang deed ik het experiment samen met een schoolklas. Met twaalfjarige kinderen zocht ik slakken in het park. Daarna voerden we elke dag op school het proefje uit. De resultaten waren voor mijn onderzoek niet wetenschappelijk genoeg, maar de kinderen waren heel enthousiast en ik heb er veel van geleerd. Hoe leg je iets uit aan mensen die geen wetenschapper zijn, hoe maak je mensen enthousiast voor biologie? Ik merkte dat ik het leuk vind om verhalen te vertellen en te enthousiasmeren, dus daar zou ik meer mee willen doen. Daarom volg ik nu het vak Wetenschapsjournalistiek. Ik wil niet per se het onderzoek in, al vind ik het belangrijk en interessant. Qua werkvorm vind ik het te individueel en ik ben niet secuur genoeg om jaren aan een klein project te werken. Ik vind het wel goed dat het gebeurt, juist daarom vind ik het belangrijk dat op het op een goede manier naar buiten gecommuniceerd wordt.'

Gezellig en geïnteresseerd

'Op mijn vijftiende had ik me al ingeschreven op Studentenwoningweb. Ik wist nog niet eens wat ik wilde studeren, maar wist zeker dat ik naar Amsterdam wilde. Ik ben hier geboren en heb ben de eerste jaren van mijn leven opgegroeid in een leuke, diverse wijk in West. Ik hou ervan dat er altijd wat gebeurt in de stad, ik vind het interessant als mensen wat minder in de pas lopen. Naar de UvA ging ik vooral voor de studie, maar ik vind het er ook heel gezellig. Dat komt ook door de gebouwen op Science Park. Ik voel me daar thuis, het is comfortabel en licht, je kunt mensen makkelijk vinden. UvA-studenten zijn mondig, ze zijn bereid om op de barricaden te gaan. En ze zijn vaak geïnteresseerd in andere dingen. Niet alleen in feestjes, maar ook in cultuur, musea, films. Zo ben ik zelf ook, ik hou ervan als mensen niet alleen maar in hun universiteitsbubbel zitten, maar ook gefocust zijn op de stad en op alles wat je hier kunt doen.'