Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Raf Bocklandt

Raf Bocklandt

Wie: Raf Bocklandt (1977)
Wat: Onderzoeker en docent in de bachelor Wiskunde en in de master Mathematics.
Studie: Wiskunde en Natuurkunde
Eerste baan: Als student programmeerde ik voor een veilingbedrijf een computersysteem dat de actuele prijzen kon weergeven.
Favoriete plek op de UvA: Rond Science Park kun je mooi wandelen. De bebouwing heeft een interessant lijnenspel en perspectief, omdat het zo strak is.
Onmisbaar: Een krijtbord en een krijtje, of pen en papier.

Commodore

'Als kind had ik duidelijk aanleg voor wiskunde. Er waren in die tijd nog niet veel computers, maar ik was erdoor gefascineerd. Toen ik elf werd, vroeg ik een computer voor mijn verjaardag. Mijn ouders wisten er niks van, dus vroegen ze een bevriende ingenieur om advies. Ik kreeg een tweedehands Commodore, een homecomputer die je kon aansluiten op de televisie. Zo’n ding kon veel minder dan een telefoontje nu kan. Je kon er wat spelletjes op spelen, maar als je iets anders wilde doen, moest je zelf programmeren. Dus vanaf het moment dat ik die computer had, leerde ik mezelf hoe dat moest. Al snel besloot ik dat ik een digitaal zonnestelsel wilde bouwen. Daarvoor heb je wiskunde nodig: je moet cirkels kunnen tekenen, je moet iets weten van goniometrie. Spelenderwijs leerde ik die dingen. Op die manier is mijn fascinatie voor wiskunde ontstaan.'

Wis- en natuurkunde

'Ongeveer op mijn vijftiende las ik een boek over de vierde dimensie. Het voelde exotisch: ik raakte erdoor gefascineerd. Door middel van wiskunde bleek je aan de drie dimensies in onze normale wereld een vierde te kunnen toevoegen. Die kun je, ook door middel van wiskunde, verkennen: hoe zien figuren eruit in die vierdimensionale wereld? En welke werelden kunnen we ons nog meer inbeelden? De mogelijkheden zijn eindeloos. Na mijn middelbare school ging ik daarom Wiskunde en Natuurkunde studeren in Gent. Mijn plan was eigenlijk om alleen Wiskunde te doen, maar omdat ik de interactie met Natuurkunde interessant vond, ben ik die vakken in het tweede jaar gaan combineren. Wat ik tof vind aan Natuurkunde is dat het meer te maken heeft met de werkelijkheid. Wiskunde spreekt me toch meer aan, omdat het breder is - en preciezer. Ik vind het leuk om duidelijk te krijgen waarom dingen gebeuren en om strak te redeneren.'

'Achter dit krijtbord vol krabbeltjes zie ik dingen gebeuren die jij je niet kunt inbeelden.'

Ver landschap

'Om Wiskunde te studeren, moet je er een zekere passie voor hebben. Alleen het rekengedeelte leuk vinden, is niet voldoende. Er moet nieuwsgierigheid zijn naar hoe iets werkt en waarom het zo werkt. Er is een hele wereld waar niet-wiskundigen het bestaan niet van kennen. Denk aan vier- vijf- of zelfs tiendimensionale ruimten, of ruimten vol met gaten: allemaal dingen die je eigenlijk alleen maar kunt ontdekken en verkennen als je wiskundige bent. Het nadeel is ook dat je wiskunde moet kennen om ervan te genieten. Het is alsof je een bergbeklimmer bent die een ver landschap heeft gezien, omdat je tot aan de top van een hoge berg bent geraakt. Je kunt dat aan iedereen beschrijven, maar voor wie zelf niet op de top heeft gestaan, is het moeilijk te begrijpen en te appreciëren. Zo is dat ook voor wiskundigen. Achter dit volgeschreven krijtbord, waar jij alleen wat krabbeltjes ziet, zie ik dingen gebeuren die jij je niet kunt inbeelden. Dat is eigenlijk een van de mooiste aspecten van wiskunde: er is een oneindige jungle van dingen die je kunt onderzoeken.'

Knopentheorie

'Tegen het eind van mijn studie was ik gefascineerd geraakt door de knopentheorie. Een knoop is, zoals een schoenveter, een draadje dat in een lus zit gevouwen. Er zijn veel methodes ontwikkeld om te berekenen of een ingewikkeld kluwen los zou kunnen komen of echt in een knoop zit. Ik was erdoor geboeid en besloot mijn thesis erover te schrijven. Toen dat eenmaal gedaan was, wilde ik op de theorie promoveren. Aan mijn universiteit in Gent kon dat niet, maar in Antwerpen scheen eraan gewerkt te worden, dus toog ik daar naartoe. Toen ik er eenmaal was aangenomen voor een promotieplaats, bleek dat het onderwerp waar ze in Antwerpen mee bezig waren breder en abstracter was dan enkel die knopentheorie. Zo ben ik terechtgekomen in het vakgebied van de algebra en de niet-commutatieve meetkunde. In dat vakgebied voel ik me thuis.'

'Er is een hele wereld waar niet-wiskundigen het bestaan niet van kennen.'

Van Newcastle naar Amsterdam

'Nadat ik in Antwerpen was gepromoveerd, heb ik een tijdje als postdoc in Rome gezeten, toen weer in Antwerpen en daarna kreeg ik een baan als lecturer in Newcastle. Daar zijn mijn gezin en ik vier jaar gebleven. Een fijne, interessante tijd. Tegen de tijd dat mijn dochters naar school moesten, ben ik gaan uitkijken naar posities in Nederland en kwam ik terecht bij de UvA. Van alle universiteiten waar ik gewerkt of gestudeerd heb, heerst in het departement Wiskunde van de UvA de beste collegiale sfeer. We gaan goed samen als groep, collega’s trekken veel met elkaar op. Er zijn veel verschillende richtingen in de wiskunde - de zuivere wiskunde, de toegepaste wiskunde, statistiek, algebra, meetkunde - maar er is weinig onderlinge strijd. De opleiding Wiskunde is vrij kleinschalig en dat maakt het werken hier leuk. We kennen de studenten persoonlijk. Er wordt bijvoorbeeld jaarlijks een muziekavond georganiseerd waar zowel studenten als docenten optreden. De sfeer is hier goed, dat is wel duidelijk.'

Lesgeven

'Op dit moment heb ik de droombaan. Ik mag college geven over de dingen die ik het boeiendst vind aan studenten die geïnteresseerd zijn. We hebben goede studenten, die elkaar op niveau houden, die het leuk vinden om samen dingen te doen en die gemotiveerd zijn om buiten het vaste programma te leren. Ik merk dat ik goed match met Nederlandse studenten, omdat ze open zijn en veel feedback geven. Ik geef visueel les: als ik iets kan laten zien, doe ik dat. Ook vind ik het leuk om aan mijn vakken een filosofische component te verbinden. Waarom doen wiskundigen precies dit, en wat is de reden daarvoor? En waarom is dit een interessante stelling, maar dat niet? Ik probeer uit te weiden over vragen die niet in de syllabus staan en behandel daarbij graag wat historische context. In een vak als Meetkunde vertel ik bijvoorbeeld over de tijd van de oude Grieken en van de Franse Revolutie, toen er veel gebeurde op het gebied van de meetkunde. Wiskunde is ingebed in een historische en maatschappelijke context, het is goed om studenten dat bij te brengen en het wordt aan de UvA zeer gewaardeerd.'

'Wiskunde op de middelbare school verschilt enorm van de wiskunde aan de universiteit.'

Bewijzen, niet berekenen

'Wiskunde op de middelbare school verschilt enorm van de wiskunde aan de universiteit, het is een van de richtingen waar dat contrast het grootst is. Op de middelbare school draait wiskunde vooral om dingen berekenen, aan de universiteit gaat het over bewijzen. Je leert wat een goed bewijs is en om de stappen die je zet te rechtvaardigen. Van eerstejaarsstudenten kun je niet verwachten dat ze al op voorhand beslissen in welke richting ze willen slaan. In het eerste jaar volg je als Wiskundestudent dus nog veel algemene vakken. Daarna merken studenten meestal wel wat ze leuker vinden, bijvoorbeeld toegepaste wiskunde, zuivere wiskunde of meetkunde. In het tweede en derde jaar is er meer keuzeruimte en kunnen studenten zich op de gewenste richting focussen. Tegelijk blijven ze vakken van de andere richtingen volgen, zodat de basis breed blijft. Tegen de tijd dat ze een master gaan doen, weten studenten waar hun kracht en interesse ligt en kunnen ze gefundeerd kiezen voor een specifieke mastertrack.'

Baanzekerheid

'Binnen de opleiding Wiskunde aan de UvA is veel keuzeruimte. Vaak volgen studenten meer vakken dan ze eigenlijk zouden moeten volgen. Soms moeten we ze zelfs een beetje terugfluiten, zo enthousiast zijn ze. De meeste vakken hebben een honours-uitbreiding. Als een student iets interessant vindt en goed met de stof kan omgaan, kan ik hen een extra onderwerp bieden dat te maken heeft met het vak. Ze lopen een aantal oefeningen door, werken het onderwerp uit en ontwikkelen zo zelf een theorie. Ook zijn er binnen de opleiding mogelijkheden om stage te lopen, bij een bedrijf dat hulp nodig heeft bij een bepaald probleem, bijvoorbeeld. Daar kunnen studenten wat praktijkervaring opdoen. Wiskunde is een opleiding die veel baanzekerheid biedt. Wiskundigen zijn flexibel, omdat ze goed abstract kunnen denken. Dat kun je op veel plaatsen inzetten.'