Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Over de Universiteit

Thomas Vaessens

Thomas Vaessens

Wie: Thomas Vaessens (1967)
Wat: Hoogleraar Nederlandse Letterkunde
Studie: Nederlandse taal en cultuur en Literatuurwetenschap
Eerste baan: Docent aan de Universiteit Utrecht
Favoriete plek op de UvA: De binnentuin van de Oudemanhuispoort
Onmisbaar: Enthousiasme van studenten

Schrijvend bestaan

'Op school deed ik niets liever dan schrijven. Opstellen, werkstukken, noem het maar op. Ik wist zeker dat ik een schrijvend bestaan wilde leiden, dat ik van de pen wilde leven. Dat plan is maar ten dele bewaarheid geworden, maar nog steeds vind ik het schrijven van boeken een van de leukste delen van mijn vak als hoogleraar Nederlandse Letterkunde. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in taal. In hoe het werkt en wat voor effect bepaalde taalconstructies hebben op lezers of luisteraars. Als ik met iemand spreek, luister ik niet alleen naar wat diegene zegt, maar ook naar hóe hij dat doet, naar welke eigenaardigheden erin zitten.'

Van Maastricht naar Utrecht

'Mijn ouders waren sociale stijgers. Zij, in 1930 geboren en dus nog geen babyboomers, vonden het geweldig dat ik na de middelbare school ging studeren. Dat was een enorm groot moment voor hen. Maar ze vonden het ook een beetje griezelig, geloof ik. Zou hun jongen dat allemaal wel aankunnen? Voor mij was de stap naar de universiteit een logische. Ik was een kind van het nieuwe, gedemocratiseerde middelbare onderwijs van na de Mammoetwet, en net als bijna al mijn klasgenoten ging ik studeren. Maar waar de meeste klasgenoten in Maastricht bleven, vertrok ik naar het Westen. Amsterdam was geloof ik nog net een brug te ver, maar Utrecht was al best een eind in de richting. Nederlandse taal en cultuur werd mijn hoofdstudie, later ben ik er Literatuurwetenschap bij gaan doen.'

'Als je een baan wilt, ga dan vooral Nederlands studeren!'

Perspectiefrijke studie

'De universiteit van toen was totaal anders dan die van nu. Studenten en docenten gingen anders met elkaar om. Er was meer afstand, meer hiërarchie. Het is nu veel dynamischer. Het programma dat wij nu doceren, is bovendien beter en uitdagender dan het was toen ik studeerde. Wat niet veranderd is, en wat ik ook vroeger al jammer vond, is dat mensen enigszins verbaasd zijn als je Nederlands gaat studeren. Vooral als je, zoals ik, op de middelbare school een bètaprofiel hebt gevolgd. Met die grote focus op bètastudies, die er toen al was en die nog steeds groeit, lijkt de studie Nederlands minder perspectiefrijk. Terwijl, als je nou een baan wil, ga dan vooral Nederlands studeren! Niet alleen omdat we goede leraren nodig hebben, maar ook taalprofessionals. Mensen die, actief en passief, steengoed zijn met taal. Die op taaladviesbureaus kunnen werken, of die bijdragen kunnen leveren aan taalbeleid. Of waar dan ook in de media: mensen die kunnen schrijven, daar hebben we er veel te weinig van.'

Nieuwe Generatieoffensief

'Ik ben altijd een lezer geweest, maar pas tijdens mijn studie ontdekte ik de wereld áchter de literatuur. Een wereld van mensen die, net als ik, willen nadenken en praten over wat boeken van gisteren en vandaag ons over de wereld te zeggen hebben. Een wereld waarin veel bedrijvigheid is, waarin banen bestaan. Dat trok me geweldig, en ik heb dan ook een jaar of vijftien heel enthousiast in die wereld rondgelopen. Dat ik aan de universiteit terechtgekomen ben, komt omdat ik na mijn studie als promovendus onderzoek ging doen. In die tijd werd ik ook als jonge docent voor de leeuwen gegooid. Heel spannend, maar ik vond het gewéldig. Nadat ik een jaar of 10 in Utrecht had gewerkt, werd ik in 2003 onderdeel van een programma aan de UvA dat het ‘Nieuwe Generatieoffensief’ heette. De universiteit had twaalf of dertien vacatures uitgeschreven voor jonge universitair docenten die zich niet aan één vakgroep zouden verbinden, maar die juist tussen de vakgroepen in zouden bewegen. Onze speciale opdracht was: verzin vakken en dergelijke die de grenzen van de vakgroepen doorkruisen. Dat was heel leuk. Sindsdien ben ik bij de UvA gebleven.'

'Ik ontdekte een wereld achter de boeken in de kast.'

Taal is politiek

'Het is zonneklaar dat mensen de nationale taal als een van de identiteitsbepalende dingen van een land zien, maar het is een misverstand dat het nationalistisch is om Nederlands te gaan studeren. Het gaat niet over het verdedigen van ‘onze taal’, maar over creatief én kritisch leren lezen, schrijven en denken. Dat is belangrijk, alleen al als je kijkt naar de politiek. We hebben voortdurend te maken met sturende, verleidende en soms zelfs ronduit demagogische uitingen van politici, van lobbyorganisaties, van reclamebureaus. Vind daarin maar eens de waarheid, of op zijn minst je eigen overtuiging. In een discussiecultuur als de onze, waarin iedereen via alle media kan meepraten, is het van groot belang dat we onze kritische blik op de taal onderhouden. Taal is politiek, en taalvaardigheid is cruciaal voor de democratie. Als mensen niet meer taalvaardig zijn, zijn ze dan nog weerbare, zelfstandig denkende en handelende burgers? We onderschatten het belang van de taal, in het algemeen, voor de samenleving in een land.'

Het schoolvak Nederlands

'Ik zou wensen dat het schoolvak Nederlands inspirerender was. Onder meer doordat er voor Nederlands weinig dwingende eindtermen zijn die voor elke school gelden, wordt het vak overgelaten aan wat de school er toevallig mee wil. Dat kan goed uitpakken, maar met name op het gebied van de literatuur is het vaak echt fnuikend. In het centrale eindexamen speelt literatuur bijna geen rol, dus laten leraren dat al snel een beetje links liggen. Dat ligt niet aan hen, maar aan de eisen die er aan het vak worden gesteld. Omdat scholen er niet op worden afgerekend, stelt de leeslijst weinig voor en wordt er in lessen niet of nauwelijks over gepraat. Het zaadje wordt daardoor onvoldoende geplant, en dat merken we bij de studie Nederlands. Vroeger had je op elke middelbare school wel tien leerlingen die gepassioneerd raakten voor lezen en literatuur. Dat lijkt op het moment minder te zijn.'

'Als ik met iemand spreek, luister ik niet alleen naar wat diegene zegt, maar ook naar hóe hij dat doet.'

Ontlezing

'Er wordt veel gesproken over ‘ontlezing’ in de samenleving, maar dat is overtrokken. Het percentage van hun tijd dat mensen besteden aan lezen is in de afgelopen decennia niet veel veranderd. Wél is het aantal uren vrije tijd dat men heeft, toegenomen. Per saldo lezen mensen even veel. Literatuur is nog steeds een belangrijk venster op de wereld, ook voor jongeren. Wat veranderd is, is dat die jongeren er een heleboel andere vensters bij hebben gekregen. In de jaren vijftig kon je eigenlijk alleen een boek lezen, en soms naar de film. In de jaren zestig kwam de televisie daarbij. Vóór de jaren zeventig gingen nog maar weinig jongeren naar concerten of festivals. Internet was er pas laat in de jaren ’80, en nog weer later kwam Netflix. Het culturele consumptiepatroon van een twintiger van nu is ongelofelijk divers en veel rijker dan het vroeger was. Maar het aantal schrijvers, boeken of uitgeverijen blijft redelijk constant. Er is een levendige literaire cultuur, waarvoor in de media veel aandacht is. Het leeft, maar het heeft niet meer die status van vroeger. Lezen is nu gewoon een van de dingen die veel mensen in cultureel opzicht doen.'

Vrolijk en creatief

'De UvA is echt een intellectuele en creatieve hotspot. Het geestelijk klimaat is intens, en er heerst een enthousiaste discussiecultuur. Niemand is op zijn mondje gevallen en niemand is bang om zijn standpunten te presenteren. De mensen zijn geëngageerd en bevlogen. Expliciet en extravert. Dat vind ik hartstikke leuk, hoewel je er soms ook gek van kunt worden. Het heeft natuurlijk ook alles met de stad Amsterdam te maken. Het is een zelfverzekerde stad, vol trotse mensen die durven te laten zien wie ze zijn. Mijn eigen studenten zeker ook: studenten Nederlands zijn over het algemeen creatieve mensen. Mensen die schrijven, toneelspelen, muziek maken of al die dingen tegelijk. Dat is mooi, want dat betekent dat ze nauw betrokken zijn bij waar de studie over gaat: taal, literatuur, spreken, schrijven, je uiten. Het is een creatief vakgebied, en dan heb ik het niet alleen over de literatuur. De studie Nederlands gaat over hoe je je uitdrukt, over hoe andere mensen zich uitdrukken en over hoe je dat creatief kunt doen.'