Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Over de Universiteit

Vincent Kuitenbrouwer

Vincent Kuitenbrouwer

Wie: Vincent Kuitenbrouwer (1978)
Wat: Universitair Docent in de Geschiedenis van Internationale Betrekkingen
Studie: Geschiedenis
Eerste baan: Student-assistent bij de opleiding Geschiedenis
Favoriete plek op de UvA: Het binnenhofje bij de ingang van het Oost-Indisch Huis
Onmisbaar: Historische ervaringen en een gevoel van verbondenheid en direct contact met de materie die je onderzoekt.

Voorliefde voor verhalen

“Mijn voorliefde voor verhalen zat er al vroeg in. Ik las veel, werd veel voorgelezen én ik had een heel goede geschiedenisdocent op de middelbare school. Zolang ik me kan herinneren ben ik op zoek geweest naar mooie verhalen over hoe de wereld in elkaar zit. De geschiedenis vertelt die verhalen: het was voor mij dus een logische stap om Geschiedenis te gaan studeren. Ik ben opgegroeid in Amsterdam, in de buurt van de UvA, dus ging ik bijna als vanzelfsprekend aan deze universiteit studeren. Ik heb wel een Erasmus-uitwisseling gedaan in Aberdeen in Schotland en een master in Oxford, dus ik ben ook buiten de ring geweest, haha. Amsterdam is een goede plek om connecties te maken met de rest van de wereld. Het is niet alleen een centrale stad waar veel mensen langskomen, het is vooral ook een open stad waar veel invloeden naast elkaar bestaan. Traveling without moving is hier mogelijk.”

Geschiedenis gaat over het stellen van kritische vragen en over reflecteren.

Kritisch denkvermogen

“Het is bij Geschiedenis belangrijk dat je niet alleen feiten leert, maar dat je die feiten ook kritisch leert te benaderen en dat je je eigen interpretatie formuleert. Ik had het niet echt verwacht toen ik begon met studeren, maar juist dat kritische denken vond ik interessant en ik heb er veel aan gehad: dat was een positieve eyeopener. Geschiedenis gaat uiteindelijk niet om het weten: je kunt nooit alles weten wat er in het verleden is gebeurd. Bovendien komt er steeds meer bij, dus is ‘alles weten’ een onbegonnen taak. Het gaat vooral om het stellen van kritische vragen en daar op zelfstandige wijze vorm aan te geven door het vinden van de juiste, bijpassende informatie. Door goed op die informatie te reflecteren, kun je er een interessant verhaal uit construeren. Studenten zouden geschiedenis moeten gaan studeren vanwege de mooie verhalen die je er hoort, maar vooral vanwege de mogelijkheid om die kritische denkvaardigheid te ontwikkelen. We leggen daar tijdens de opleiding steeds meer nadruk op. Die vaardigheid is veel waard in de buitenwereld, ook als je niet met geschiedenis bezig bent. Je kunt ermee op allerlei plekken terechtkomen: zelfstandigheid en kritisch denkvermogen worden door veel werkgevers gewaardeerd.”

Zuid-Afrika

“Ik ben gespecialiseerd in de geschiedenis van de internationale betrekkingen en dan met name de koloniale geschiedenis van Nederland. Mijn proefschrift ging over de Nederlandse beeldvorming over de Zuid-Afrikaanse Oorlog rond 1900. Mijn onderzoek ging vooral over de vraag hoe informatie uit Zuid-Afrika naar Nederland kwam en hoe die hier werd omgezet in boeken, pamfletten en andere culturele objecten. Toen ik in Oxford aan mijn onderzoek begon, dacht ik: dat wordt gewoon een onderzoek in de Nederlandse archieven. Maar veel van die archieven en collecties bleken te zijn opgestuurd naar Zuid-Afrika. Toen Zuid-Afrika na de oorlog onderdeel werd van het Britse rijk, vonden Nederlandse propagandisten het belangrijk dat de Nederlandse of de Afrikaner identiteit in het land bleef bestaan. De collecties zijn weer teruggestuurd om een rol te spelen in de opbouw van die identiteit. Er is dus een wisselwerking: ruwe informatie werd naar Nederland gebracht, waar het werd omgezet in tastbare publicaties die daarna weer zijn teruggestuurd naar Zuid-Afrika. Die connectie heeft veel invloed gehad, zowel in Nederland als in Zuid-Afrika. Door die realisatie ben ik gaan nadenken over het belang van medianetwerken: daar ben ik uiteindelijk op gepromoveerd.”

In veel identiteitsdiscussies speelt koloniale geschiedenis een belangrijke rol.

Koloniale geschiedenis en radio

“Mijn huidige onderzoek gaat verder dan alleen Nederland en Zuid-Afrika. Ik vind koloniale geschiedenis belangrijk, omdat het leert hoe verschillende delen van de wereld met elkaar in contact kwamen. Daarbij ontstond een spanningsveld tussen conflicten, exploitatie en uitsluiting aan de ene kant en verbinding tussen mensen aan de andere kant. Dat spanningsveld fascineert me en ik denk dat onderzoek naar media er een goed beeld van kan geven. In dat deel van de samenleving vinden dit soort discussies plaats, zij het vaak impliciet. Sinds mijn promotie houd ik me bezig met de geschiedenis van radio als medium waarmee Nederland de rest van de wereld probeert te bereiken. Dat onderzoek gaat over kolonialisme en dekolonisatie, maar ook over nation branding, ontwikkelingssamenwerking en de beïnvloeding van nieuwsstromen. Ik merk dat veel mensen zich de vraag stellen wat de verbintenissen die vroeger zijn gelegd nu betekenen. In veel identiteitsdiscussies speelt koloniale geschiedenis een belangrijke rol. Op een of andere manier denk ik dat aan het begin van de 21ste eeuw gedacht werd dat het een afgesloten hoofdstuk was, en nu laait het toch weer op. We moeten de geschiedenis, of bepaalde onderdelen ervan, eigenlijk steeds blijven herinterpreteren.”

De Wereldomroep

“Ik richt me zoveel mogelijk op de mediageschiedenis. Voor een internationaal project over global radio schrijf ik bijvoorbeeld een hoofdstuk over radio en propaganda. Ik onderzoek hoe radio in het verleden is ingezet om publieken buiten de eigen grenzen te beïnvloeden en manipuleren. Ook ben ik bezig een geschiedenis te schrijven over de Wereldomroep. De Wereldomroep was de internationale publieke omroep van Nederland, die in zeven verschillende talen uitzond. Het is een actueel onderzoek, omdat de Wereldomroep pas in 2012 is opgeheven én omdat er een fake news-component bij komt kijken. In 2014 besefte men namelijk dat er met het verdwijnen van de Wereldomroep geen centrale organisatie meer is die de internationale mediakanalen van Nederland beheert. In 2012 werd, nogal naïef, gedacht dat het niet meer nodig was. Inmiddels zijn de geopolitieke omstandigheden weer zo veranderd dat er steeds meer roep komt om een organisatie die niet alleen uitzendt, maar die ook in de gaten houdt wat er in internationale media over Nederland wordt gezegd en die daar zo nodig een weerwoord tegen kan bieden. In november 2019 is het ‘100 jaar radio’, dan gaan we in Beeld en Geluid in Hilversum in op radiogeschiedenis in Nederland. Mensen van de Wereldomroep kunnen er hun geschiedenis presenteren en laten zien wat voor mooi materiaal ze nog hebben.”

Geschiedenis voelen

“Geschiedenis moet je kunnen voelen. Dat lijkt lastig bij iets dat er niet meer is, dat in het verleden gebeurd is, maar er zijn veel plekken in Nederland en in het buitenland waar je naartoe kunt gaan om een connectie met het verleden te leggen. Kijk naar Amsterdam: er zijn veel plekken in de stad waar je de geschiedenis tegenkomt. Als je hier door de straten en steegjes struint, kom je als je goed oplet overal monumentjes tegen. Op het binnenhofje bij het Oost-Indisch Huis staat bijvoorbeeld een gedenksteen voor een vliegtuig dat is neergestort in 1949. In dat vliegtuig zaten Amerikaanse journalisten die naar Indonesië waren geweest om een verslag te schrijven over de oorlog. Met hun vliegongeluk zijn ook al hun stukken verloren gegaan. De urban myth is dat als die stukken gepubliceerd waren, de wereldopinie zich achter Nederland had geschaard tijdens de dekolonisatie. Het is een plek waar ik veel mee heb omdat het me dicht bij mijn onderzoek brengt.”

Meerdere perspectieven

“Een andere plek die me is bijgebleven, ligt in Zuid-Afrika: Bloedrivier of Ncome – zoals de namen bij respectievelijk Afrikaners en Zulu’s bekend zijn. In 1838 hebben witte pioniers, die Voortrekkers werden genoemd, daar een slag geleverd met een impi van het Zuluvolk. In de witte geschiedschrijving van Zuid-Afrika wordt dat moment vaak als een overwinning voor de Voortrekkers beschreven en neergezet als het begin van de ‘beschaving’ van Zuid-Afrika. In de jaren 1960 is er een monument neergezet van bronzen huifkarren in een cirkel, op de plek waar de Voortrekkers vandaan schoten. Zij noemden die plek Bloedrivier omdat de rivier rood kleurde van het bloed van de slachtoffers die ze maakten, zo gaat het verhaal. Na 1994 is er aan de andere kant van het riviertje een Zulu Heritage Center gekomen, waar de andere kant van het verhaal wordt verteld. In dat centrum wordt niet ontkend dat de Zulu’s zijn verslagen, maar er wordt wel gepraat over wat die slag nou eigenlijk heeft betekend. Er worden alternatieven aangedragen voor de Afrikaner lezing, bijvoorbeeld door te benadrukken dat de Zulu’s andere opvattingen hadden over landbezit. Het Heritage Center is gebouwd in de vorm van een ossenhoorn, de aanvalsformatie van de Zulu’s. Op de buitenkant zijn schilden gehangen. Aan de oevers van de rivier staan dus letterlijk twee visies op de geschiedenis tegenover elkaar. Op zo’n plaats leer je nadenken over de meerstemmigheid van zo’n gebeurtenis.”

Bij Geschiedenis ontwikkelen studenten een kritische denkvaardigheid.

Keuzevrijheid

“De UvA is verbonden met de stad Amsterdam. De stedelijke omgeving is goed voor de universiteit, je merkt het ook aan de mensen die er rondlopen. De plekken en de gebouwen waar je komt als student of als medewerker kunnen je vormen. Voor geesteswetenschappers, met name voor de mensen die geschiedenis studeren of onderzoeken, is het goed dat we in het centrum van Amsterdam zitten. Het is een mooi besef dat je door de straten loopt waar de geschiedenis echt gebeurd is. Je raakt ervan doordesemd. Wat ik ook prettig vind, is de grote keuzevrijheid aan deze universiteit. Je wordt niet in mallen gestopt en er is veel ruimte om je eigen ding te doen. Dat is een belangrijke kwaliteit om te behouden. Ik heb toen ik hier studeerde bijvoorbeeld deelgenomen aan de Grand Tour: een reis waar geesteswetenschappenstudenten zich voor kunnen aanmelden en waar ze leren over de geschiedenis van de plaats waar ze heen gaan. Zulke dingen typeren de opleiding aan de UvA en maken de universiteit leuk.”