Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Laurien is adjunct-directeur van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK). Hiervoor had ze een eigen bureau.

Laurien Saraber

Eerst een eigen bureau

‘Omdat (Algemene) Cultuurwetenschappen mijn tweede studie was werkte ik naast mijn studie al intensief. Dat deed ik zo veel mogelijk in de culturele sector en toen ik klaar was met studeren ben ik hiermee verder gegaan. Een belangrijke fase in mijn carrière is dat ik zo’n zeven jaar een eigen bureau heb gehad: ik deed onderzoek naar- en schreef adviezen over cultuurbeleid, podiumkunsten en culturele diversiteit in kunst voor allerlei partijen, zoals theaters en de Hogeschool voor de Kunsten in Amsterdam. Door dit werk kreeg ik een goed beeld van wat ik leuk vond en wat mij goed en minder goed lag. Na mijn eigen bureau werkte ik tot juni vorig jaar bij het Fonds Podiumkunsten. Eerst als programmamanager culturele diversiteit, daarna als senior beleidsmedewerker en daarna als hoofd beleid & ontwikkeling. Door mijn ervaring ben ik door het Amsterdams Fonds voor Kunst (AFK) gevraagd om voor ze te komen werken.’

Werken bij het AFK

‘Het AFK verdeelt geld (ruim 31 miljoen euro per jaar) van de gemeente aan kunstenaars en culturele organisaties in de stad, van experimentele, jonge kunst tot gerenommeerde muziekensembles, musea en festivals. Jaarlijks krijgen we zo’n 1400 aanvragen binnen en sinds kort behandelen we ook subsidies voor langere perioden. Als adjunct-directeur ben ik verantwoordelijk voor het primaire proces rondom deze subsidies. Ik schep de voorwaarden voor een eerlijk en transparant beoordelingsproces voor aanvragen, zorg voor het opstellen en evalueren van subsidieregelingen, stuur collega’s en adviseurs aan en draag bij aan nieuw beleid van het fonds. Het AFK is ook altijd op zoek naar nieuwe manieren om kunstenaars te ondersteunen, bijvoorbeeld door middel van crowdfunding of een cultuurlening.’

De studie sluit goed aan

‘Mijn studie heeft zeker geholpen bij het werk dat ik daarna heb gedaan. De combinatie van inhoudelijke vakken over kunst en meer bestuurlijke- en bedrijfsmatige onderdelen, sluiten goed aan bij het werk dat je doet voor een fonds. Je moet echt iets weten over kunst en op hoogte zijn van de artistieke ontwikkelingen om je heen zijn, maar tegelijkertijd moet je bijvoorbeeld ook de werking van bestuurlijke verhoudingen met de overheid begrijpen, je verdeelt immers gemeenschapsgeld.’

Alles komt terug

‘Aan de vakken die ik heb gevolgd bij Theaterwetenschap heb ik bijvoorbeeld veel gehad. Door mijn kennis over schrijvers en opvoeringsgeschiedenis die ik heb opgedaan kan ik een volwaardig gesprekspartner zijn voor mensen in de theaterwereld. Je leert bij cultuurwetenschappen om goed te kijken naar kunst en methodes toe te passen om kunst te begrijpen en te duiden. Deze kennis is niet alleen noodzakelijk gebleken om met mensen te communiceren uit de kunstsector, maar ook om vervolgens beleid binnen deze sector te kunnen maken. Dit geldt ook voor vakken als kunstbeleid en kunstsociologie waar je leert wat kunst (en het subsidiëren van kunst) betekent voor de samenleving. Bijna alles wat ik bij mijn opleiding heb geleerd ben ik eigenlijk met mijn werk op de één of andere manier weer tegen gekomen.’