Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Bachelor Biomedische wetenschappen

De loopbaan van prof. dr. Stanley Brul

Een interview met de opleidingsdirecteur van Biomedische wetenschappen

Stanley Brul is professor in de moleculaire biologie en microbiële voedselveiligheid, adviseur bij Unilever én opleidingsdirecteur van de opleiding Biomedische wetenschappen. En dat word je natuurlijk niet zomaar. We vroegen hem naar zijn studiekeuze en loopbaan.

Stanley Brul
prof. dr. Stanley Brul

Van Biologie naar Scheikunde en weer terug

‘Op de middelbare school was ik erg geïnteresseerd in het grensvlak van biologie en scheikunde. Ik merkte dat ik het verklaren van de biologie boeiender vond, dan het beschrijven ervan. Daarom besloot ik chemie te gaan studeren aan de UvA. Tijdens mijn studie, en dat gaat terug naar 1982 - 1986, wilde ik graag weten hoe cellen functioneren en biologische systemen werken. In het 3e jaar koos ik daarom voor het hoofdvak Biochemie om een biologische richting op te gaan. Planten vond ik mooi, maar niet meer dan dat. Ik wilde met zoogdieren en mensen werken.

De voormalige faculteit Biologie - waar nu het nieuwe faculteitsgebouw staat - heette toen nog Anna's Hoeve. En het was ook echt een landelijk stukje Amsterdam. Je studeerde letterlijk tussen de weilanden. Ik werkte er tijdens mijn eerste stage aan celinteracties bij algen. Daarna kreeg ik de kans om mijn tweede stageonderzoek te doen in het net opgerichte Academisch Medisch Centrum (het AMC). Op de afdeling Medische Enzymologie droeg ik bij aan een onderzoek naar metabole stapelingsziekten. Van daaruit heb ik gesolliciteerd naar een promotieplaats op diezelfde afdeling.'

Dé biomedische wetenschap bestaat niet

‘Mijn promotie ging over peroxysomen. Dat zijn organellen die heel belangrijk zijn bij de afbraak van bepaalde vetzuren. Heb je ze niet, dan ontstaan ernstige stofwisselingsstoornissen. Hét vakgebied Biomedische wetenschappen bestond nog niet zoals we het nu kennen. Om bijvoorbeeld metabole stapelingsprocessen en verouderingsprocessen te verklaren was er wel de behoefte aan het samenbrengen van kennis uit verschillende disciplines. Onderzoeksgroepen vanuit de biochemie, moleculaire biologie en geneeskunde zochten elkaar op en gingen steeds meer als één organisatorische eenheid werken. Amsterdam was daar met het E.C. Slater Instituut een voorloper in.

Na mijn promotie ben ik in Nijmegen als post-doc verder onderzoek gaan doen naar de evolutionaire oorsprong van die organellen. Ik onderzocht een 'oud-familielid' van de peroxisomen. Het onderzoek had een evolutionaire maar ook een maatschappelijke vraag: hoe belangrijk zijn organellen voor de aanwezigheid van methaan producerende bacteriën in vee en daarmee voor de problematiek van mestoverschotten? In deze tijd kwam ik ook veel in aanraking met de microbiologie.'

Nieuw Amsterdam en Unilever

De faculteit Biologie - waar nu het nieuwe faculteitsgebouw staat - heette toen nog Anna's Hoeve. En het was ook echt een landelijk stukje Amsterdam.

‘Tijdens mijn post-doc periode heb ik ook een tijdje op de Rockefeller University in New York gewerkt. Mijn vrouw, die ik in Italië via een samenwerkingsverband tussen universiteiten heb leren kennen, en ik gingen erheen op één beurs. Dat was aanpoten, maar een hele mooie tijd. Na 4 jaar als post-doc te hebben gewerkt moest ik kiezen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een vaste baan als microbiologisch onderzoeker bij Unilever. Vroeger kreeg je als student namelijk niet mee dat bedrijven óók onderzoeksafdelingen hebben. Ik had niet echt een idee wat ik bij Unilever kon verwachten, maar het bood een goed financieel perspectief.

Het eerste half jaar was behoorlijk wennen. De bedrijfscultuur was toch wel heel anders dan ik op universiteiten gewend was. Veel van het onderzoek was toepassingsgericht, namelijk om voedingsmiddelen te optimaliseren. De houdbaarheid van margarine is een voorbeeld van productgericht onderzoek wat toch veel fundamentele vragen opriep naar het gedrag van schimmels. Door samen met onderzoekers van de UvA naar de structuur van schimmels te kijken, probeerden we tot nieuwe conserveermiddelen te komen.

Terug naar de UvA

‘Het contact met jongeren was voor mij een belangrijke reden om de overstap terug naar de universiteit te maken. Daarnaast is er binnen bedrijven tegenwoordig minder ruimte voor wetenschap. Productinnovaties moeten steeds sneller plaatsvinden. Dat vraagt om een veelheid aan expertise en kennis die bedrijven zelf niet in huis hebben. Om een voorbeeld te geven: aan één gen werd vroeger wel 4 jaar - een promotie lang - gewerkt. Vandaag de dag kun je het genoom van een bacteriestam in een paar dagen bepalen. Het onderzoek binnen het bedrijfsleven wordt daarom steeds vaker uitbesteed aan universiteiten.

In 1999 werd ik bijzonder hoogleraar, en in 2002 kwam ik als hoogleraar in dienst bij de UvA. Mijn leeropdracht was de moleculaire biologie, in het bijzonder microbiële voedselveiligheid. Voor mij is het voordeel van de UvA haar grootte en haar multidisciplinaire karakter. Er zijn veel collega's die met je mee kunnen denken vanuit andere vakgebieden. Naast mijn werk voor de UvA ben ik nog regelmatig als adviseur bij Unilever en andere bedrijven betrokken. Sinds een jaar ben ik ook voorzitter van het Nederlands Instituut voor BioScience (NIBI). Het is voor mij een mooie combinatie om fundamenteel onderzoek te toetsen aan maatschappelijk nut.'

De uitdaging voor biomedici van de toekomst

‘Voorkomen is beter - en vaak goedkoper - dan genezen. Preventie zal daarom ook in het biomedisch onderzoek steeds meer nadruk krijgen. Welke voeding heeft wetenschappelijk aangetoonde voordelen voor je gezondheid? En welke factoren dragen bij aan het ontstaan van diabetes type 2? We weten dat overgewicht en weinig beweging de kans op deze vorm van suikerziekte vergroten, maar we kennen niet alle oorzaken. Er blijft dus nog veel te ontdekken over. Met het kennen van het menselijke genoom dachten we er te zijn. Dat is de teleurstelling geweest van 25 jaar onderzoek maar het is nu ook de uitdaging! We hebben de ‘bouwblokken' voorhanden. De vraag is hoe die stukken in elkaar passen om het mechaniek van de levende cel te begrijpen.'

De persoonlijke pagina van prof. dr. Stanley Brul