Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Leo Dorst geeft het eerstejaarsvak lineaire algebra voor de bachelor Kunstmatige Intelligentie en de bachelor Informatica, en het tweedejaarsvak beeldverwerken in de bachelor Kunstmatige Intelligentie. Daarnaast verzorgt hij ook onderwijs op het gebied van robotica en de wiskunde van Machine Learning in de master Artificial Intelligence.

Leo Dorst. Foto: Maartje Meesterberends

De vakken die Leo Dorst doceert hebben met name betrekking op de wiskundige aspecten van kunstmatige intelligentie, een kant die door studenten soms best een beetje zwaar wordt gevonden. ‘Die wiskunde, waar lineaire algebra een voorbeeld van is, is een tussenstap die je nodig hebt om voor de computer precies beschrijfbaar te maken wat je intuïtief begrijpt. En dat is voor studenten soms een beetje onverwacht, maar ik probeer te laten zien dat je er wat aan hebt, dat de programma’s die je schrijft er beter van worden.’

Vermoeider dan de docent

Het helpt dat Dorst een natuurlijke verteller is. ‘Ik ben derde generatie docent. Mijn oma was docent, mijn moeder, mijn vader, mijn broer… Het is in onze familie heel normaal om dingen aan elkaar uit te leggen.’ Het op een leuke manier delen van een leuk onderwerp, Dorst krijgt er energie van. ‘Bij de BKO hoor je dat studenten vermoeider moeten worden dan de docent… Nou dat lukt mij wel!’

Niet elke wiskundedocent zal het beamen, maar er zijn volgens Dorst regelmatig grappen te maken in de lineaire algebra. ‘Ik geef het met plezier en als je eenmaal lekker aan het praten bent komt er wel eens een kwinkslag tussendoor. Dat doet ook wonderen voor de aandacht.’

Zelfvertrouwen van een professional

Zoals gebruikelijk in wiskundeonderwijs werkt Dorst veel op het bord. En hoewel hij daar behoorlijk vies van wordt (‘Ik zit vaak onder het krijt’), ziet hij vooral de voordelen: ‘Op het bord kun je iets laten groeien. Het gaat op natuurlijke wijze in een tempo waarop je kunt schrijven – en dus ook lezen – en je weet dat je alles wat je opschrijft behandelt.’

Dat hij daarbij weleens vastloopt in zijn eigen notaties, is eigenlijk alleen maar mooi meegenomen. ‘Misschien zijn de colleges waarin ik een fout maak en kan laten zien hoe je daarvan herstelt wel mijn meest geslaagde colleges.’ Want het mooie aan lineaire algebra, volgens Dorst, is dat je jezelf kunt nakijken. ‘De routine van zelf even kijken – ben ik nog op de goeie weg en klopt dit nog? – is eigenlijk veel belangrijker dan feitenkennis. Dus dat probeer ik mijn studenten bij te brengen, want dat geeft je uiteindelijk het zelfvertrouwen van een professional.’

Tentamens

Wellicht onconventioneel en op het eerste gezicht paradoxaal, maar dat zelfvertrouwen probeert Dorst ook te stimuleren met zijn tentamens, die als ‘pittig’ bekend staan. ‘Ik stop er altijd iets nieuws in. Daarbij neem ik studenten wel mee in stapjes die aansluiten op de stof die ze hebben geleerd, maar de vraag gaat dan over iets wat ze nog niet eerder zijn tegengekomen, bijvoorbeeld met betrekking tot een toepassing. Dat maakt het onvoorspelbaar, maar waar ik op hoop is dat studenten weglopen van het tentamen met het idee ‘goh, ik wist niet dat ik dat al kon.’’