Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Prof. dr. Bas de Bruin

Bas de Bruin is hoogleraar Bio-inspired sustainable catalysis en docent bij de bachelor Scheikunde.

dhr. prof. dr. Bas de Bruin, medewerker FNWI, hoogleraar Bio-inspired sustainable catalysis
Prof. dr. Bas de Bruin

Lees ook: Bas de Bruijn winnaar Docent van het Jaar 2015

‘Mijn vakgroep houdt zich bezig met katalyse. Katalyse is het versnellen van een reactie door het toevoegen van een stof. Dit wordt veel toegepast bij de productie van materialen, chemicaliën en medicijnen. Wij kijken naar homogene katalyse, oftewel katalyse bij stoffen die allemaal in dezelfde fase zijn. Ze zijn allemaal gasvormig bijvoorbeeld, of allemaal in oplossing. Wij bestuderen hoe homogene katalyse duurzamer kan. Oftewel: schoner, sneller en efficiënter. We proberen bijvoorbeeld nieuwe technieken uit om zo weinig mogelijk afval te produceren.’

Met VIDI-beurs naar Amsterdam

‘Tien jaar geleden heeft de overheid bepaald dat universiteiten zich moesten specialiseren in vakgebieden. Een paar universiteiten kozen toen voor katalyse, waaronder de UvA. Ik werkte op dat moment in Nijmegen. Daar heb ik Scheikunde gestudeerd, en vervolgens ben ik er gepromoveerd. Met een omweg via Duitsland ben ik daarna weer als universitair docent in Nijmegen terechtgekomen. Omdat de UvA zich ging richten op katalyse, ben ik naar Amsterdam gegaan met de VIDI-beurs die ik in 2005 kreeg.’

Welke rol spelen metalen?

‘Ik geef twee vakken: Anorganische chemie en Coördinatiechemie overgangsmetalen. Deze vakken vormen de basis voor het katalyseonderzoek. We gaan in op de vraag waarom stoffen bepaalde eigenschappen hebben en wat voor rol ze spelen in de maatschappij. Wat zijn de magnetische eigenschappen? Welke rol spelen die metalen in levende cellen? En waarom kun je ze als katalysator gebruiken? Studenten vinden dit meestal leuke vakken omdat ze zich er iets bij kunnen voorstellen en omdat ze de basis leggen voor latere vakken.’

Brede studie

‘Bij Scheikunde word je getraind in een analytische manier van denken. Je leert, net als bij elke andere wetenschappelijke opleiding, gegevens verzamelen en verwerken. Met deze vaardigheden kun je veel kanten op. Veel scheikundigen komen na hun studie terecht bij chemische bedrijven of bij bijvoorbeeld de overheid of NWO of TNO. De functies zijn breed. Denk aan adviseur of een managementfunctie. Er zijn ook veel scheikundigen die onderzoek gaan doen op een universiteit.’

Chemische simulaties

‘Een van de pittigste vakken van de bachelor Scheikunde in de ogen van studenten is Kwantummechanica. Dit gaat over de theorie achter het computerprogramma bij chemische simulaties. Veel studenten vinden dit een zwaar en abstract vak. Ook het tweedejaarsvak Thermodynamica wordt vaak ingewikkeld gevonden. Dit gaat over de energieprofielen van reacties, waarbij je leert te voorspellen of reacties wel of niet verlopen. Beide vakken zijn pittig maar heel belangrijk. Maar de studie mag ook best een beetje pittig zijn, toch? Het is tenslotte een universitaire studie en geen MBO opleiding.’

Voortbouwen op vakken

‘Scheikunde is een studie die veel voortbouwt op vorige vakken. Dat maakt het mooi, maar voor sommige studenten ook lastig. Je moet alles wat je leert goed onthouden. Haal je een vak niet, dan mis je essentiële kennis bij volgende vakken. Scheikunde heeft dit sterker dan veel andere studies. Het is heel belangrijk dat je alles goed bijhoudt. Maar voor de studenten die de vakken echt interessant vinden is dat natuurlijk geen enkel probleem.’

Simulaties op de computer

‘Scheikundestudenten krijgen steeds meer les met simulaties op de computer. Sommige van deze simulatieprogramma’s zijn in Amsterdam ontwikkeld. De programma’s zorgen voor een goed begrip van scheikundige reacties. Maar simulaties zijn geen vervanger van echte proeven. Het blijft ook nodig om zelf chemische reacties uit te voeren. Veel studenten vinden het erg leuk om zelf proeven te doen in het lab. Dat maakt het vak ook zo mooi: er is ruimte voor studenten die praktisch georiënteerd zijn en voor studenten die meer theoretisch georiënteerd zijn.’