Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

In 2012-2013 heeft de NVAO alle geesteswetenschappelijke opleidingen in Nederland gevisiteerd. De visitatiecommissies hebben een aantal opleidingen van de UvA als onvoldoende beoordeeld en deze opleidingen zijn direct aan de slag gegaan met de constateringen. De NVAO maakte dinsdag 24 juni bekend dat de verbeterplannen zijn goedgekeurd.

Vorig jaar heeft de NVAO 26 bacheloropleidingen, 13 masters (met verschillende masterprogramma’s) en 6 duale masters (ook met verschillende programma's) van de Faculteit der Geesteswetenschappen gevisiteerd. De resultaten zijn eerder bekend gemaakt in de facultaire Nieuwsbrief.
De visitaties hebben geleid tot een onvoldoende eindoordeel bij de bachelor Algemene cultuurwetenschappen, de bachelor Archeologie en prehistorie, en de bachelor Theaterwetenschap. De NVAO heeft bij deze opleidingen vooral commentaar op het terrein van toetsing en beoordeling (standaard 3).
Ook de duale master Journalistiek en media (en niet - zoals sommige media melden - de master Mediastudies) kreeg een onvoldoende eindoordeel. De academische dimensie krijgt in de ogen van de NVAO onvoldoende aandacht in het curriculum, de NVAO oordeelde dat dit programma meer academisch geprofileerd moet worden.
Bij de bachelor Culturele informatiewetenschap werd een onvoldoende geconstateerd op standaard 2 - de NVAO wil dat de opleiding meer samenhang ontwikkelt en zich academisch sterker profileert - maar het overall oordeel was voldoende.
Voor deze opleidingen zijn in de afgelopen periode verbeterplannen opgesteld, die zijn goedgekeurd door een panel van evaluatiebureau QANU en door de NVAO.

Gerichte aanpak

'De betreffende opleidingen zijn direct aan de slag gegaan met het commentaar van de NVAO', licht Frank van Vree, decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen, toe. 'Het is goed om zwakke plekken in beeld te hebben gekregen en die aan te kunnen pakken. De NVAO heeft geconstateerd dat we hiertoe alle middelen hebben'. De maatregelen uit de verbeterplannen zijn of worden dan ook op korte termijn doorgevoerd.

  • Bij de bachelor Algemene cultuurwetenschappen, de bachelor Archeologie en prehistorie en de bachelor Theaterwetenschap gaat het onder andere om: invoering bindend studieadvies, vergroten aantal contacturen, verplichte deelname aan scriptiewerkgroepen, en workshops scriptiebeoordeling voor de staf.
  • Bij de bachelor Culturele informatiewetenschap gaat het vooral om meer samenwerking met de bachelor Media en cultuur.
  • Bij de duale master Journalistiek en media betreft het onder meer het verzwaren van het overzichtsvak ‘Journalism Studies’ en het opstellen van een onderzoeksplan voorafgaand aan de stage. 

Positieve beoordelingen

De meeste opleidingen scoorden een voldoende, zowel op de drie standaarden als in de overallscore. Een aantal opleidingen scoorden op 1 of meer standaarden goed, een aantal opleidingen kregen als overall score een goed (4 opleidingen).

  • Een aantal opleidingen scoorden op een standaard een ‘goed’: de bachelor Hebreeuwse taal en cultuur, de bachelor Kunstgeschiedenis, de bachelor Muziekwetenschap, de bachelor Nederlandse taal en cultuur, en de duale master Museumconservator. 
  • De duale masters Neerlandistiek (Redacteur/editor) en Taalwetenschappen (NT2) en Kunst- en cultuurwetenschappen (Dramaturgie) kregen op twee standaarden een ‘goed’. 
  • Een aantal opleidingen scoorden niet alleen op twee of drie standaarden een ‘goed’, maar kregen ook als overall eindoordeel een ‘goed’: de bachelor Griekse en Latijnse taal en cultuur, de bachelor Latijnse taal en cultuur, de master Oudheidstudies en de bachelor Nieuwgriekse taal en cultuur.   

Vierpuntschaal voor drie standaarden

De NVAO beoordeelt elke zes jaar in opdracht van het ministerie van OCW het niveau van opleidingen. De NVAO geeft voor elke opleiding een beoordeling op drie standaarden en een overall score per opleiding.
Er wordt gekeken naar de inhoud en kwaliteit van de opleiding aan de hand van drie vragen: Wat beoogt de opleiding?; Hoe realiseert de opleiding dit?; Worden de doelstellingen bereikt?
Deze drie vragen zijn vertaald in drie standaarden. Over deze standaarden geeft een visitatiepanel een gemotiveerd oordeel op een vierpuntschaal: onvoldoende, voldoende, goed of excellent. Tevens geeft het panel een gemotiveerd eindoordeel over de kwaliteit van de opleiding als geheel.
De accreditatietermijn na een beperkte opleidingsbeoordeling bedraagt zes jaar.