Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Uit 14 FGw-inzendingen nomineerde de selectiecommissie FGw twee scripties voor de UvAscriptieprijs.

De facultaire commissie bestond dit jaar uit Paul Dijstelberge en Robin Celikates. Zij selecteerden de scripties van Mashya Boon en Marieke Zoodstra voor nominatie. De winnaars van de UvAscriptieprijs worden bekend gemaakt op de Universiteitsdag (6 juni).

Mashya Boon sloot haar master Film Studies af met de scriptie ‘Cinematic Clones, Illusive Identities & Mercurial Memories’. Uit het commissieverslag: ‘Mashya Boon presenteert met haar scriptie een origineel onderzoek naar de uitdagingen van het klonen voor ons zelfbegrip en het idee van op herinnering gebaseerde individuele identiteit. Aan de hand van drie science fiction films – Moon, Alien: Resurrection en The 6th Day – die Boon als gedachte-experimenten leest, analyseert en problematiseert zij de relatie tussen subjectiviteit, bewustzijn en lichamelijke continuïteit. […]De scriptie is in een zeer leesbare en heldere taal geschreven en maakt ook overtuigend gebruik van beelden die een frisse kijk op de besproken films bieden.’

Marieke Zoodstra voltooide haar master Holocaust and Genocide Studies met de scriptie ‘Then we came to understand that I was hurt and you were hurt too’. Uit het commissieverslag: ‘De scriptie van Marieke Zoodstra gaat over een gecompliceerd onderwerp: hoe de verschillende bevolkingsgroepen in Bosnië met elkaar proberen te leven in een land dat wordt gekenmerkt door diepe verscheurdheid, een corrupte politieke klasse en een economie die aan de rand van de afgrond staat. De drie belangrijkste bevolkingsgroepen, (orthodoxe) Serviërs, (katholieke) Kroaten en Bosnische moslims hebben jaren van strijd achter de rug, compleet met massamoorden, etnische zuiveringen en bloedwraak. Wat de scriptie zo voorbeeldig maakt, is de mix van wetenschap, onderzoek ter plaatse en stijl. Ze is als ‘ik’ aanwezig in de scriptie maar nergens is dat storend. Ze heeft ter plaatse onderzoek gedaan. De scriptie eindigt met concrete voorstellen voor verder onderzoek die nu eens niet bestaan uit obligate opmerkingen maar uit zeer concrete voorstellen.’