Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Hoe liggen de verhoudingen tussen joodse en islamitische Amsterdammers? En hoe worden de onderlinge relaties beïnvloed door bijvoorbeeld extremistische aanslagen en het conflict tussen Israël en Palestina? Dat onderzocht religiewetenschapper en socioloog Suzanne Roggeveen, die 13 maart op het onderwerp promoveert.

Suzanne Roggeveen

Roggeveen interviewde mensen uit de joodse en islamitische gemeenschap, bezocht gebedshuizen en scholen, woonde samenwerkingsprojecten bij en observeerde demonstraties. Zo onderzocht ze de invloed van verschillende factoren – positief en negatief – op de verhoudingen tussen Amsterdamse joden en moslims in de periode 2014-2015.

Blikje bier

Vanzelfsprekend zijn de extremistische aanslagen op Charlie Hebdo en het Joods Museum in Brussel voorbeelden van gebeurtenissen die onder zowel joden als moslims veel onrust veroorzaakten. Roggeveen: ‘Bij sommige joodse Amsterdammers ontstond meer angst voor moslims. Zij voelden zich minder veilig op straat, vooral voor degenen die zichtbaar joods zijn was het lastig. Maar ook onder moslims heerste na de aanslagen een gevoel van onveiligheid – op Amsterdam Centraal was er bijvoorbeeld een incident waarbij een man een blikje bier uitgoot over twee islamitische vrouwen.’

Toch veroorzaakten de gebeurtenissen verrassend genoeg niet alleen maar onrust: ze hadden ook positieve gevolgen, ontdekte Roggeveen. ‘Naar aanleiding van de aanslagen, en ook vanwege de opgelaaide spanningen in Gaza, werden Amsterdamse joden en moslims ook juist actiever in samenwerkingsprojecten.’

Op zoek naar gedeelde waarden

Er bleek in Amsterdam sowieso meer samenwerking te zijn tussen joodse en islamitische gemeenschappen dan de promovenda  van tevoren had gedacht. In de afgelopen decennia werden vele tientallen samenwerkingsprojecten georganiseerd, van voorlichting over discriminatie op scholen tot dialoogtafels voor volwassenen. Een van de succesfactoren in die samenwerking, zegt Roggeveen, is dat joden en moslims in dit soort projecten op zoek gaan naar wat ze gemeenschappelijk hebben. Bijvoorbeeld op het gebied van religie, maar ook in gedeelde culturele waarden, zoals het belang van familie.

Wat de samenwerkingsprojecten wel vaak in de weg zit, is geldgebrek. Roggeveen: ‘Overheden vinden het soms lastig om religieuze groepen te financieren. Daardoor draaien veel van die projecten puur op vrijwilligers, dat maakt het moeilijk om ze een structureel karakter te geven.’

Veel mensen durven niet over het Israëlisch-Palestijnse conflict te praten, omdat ze bang zijn dat er ruzie van komt.

Olifant in de kamer

Soms lijken de verschillen tussen joden en moslims groter dan ze in sommige groepen zijn, ontdekte Roggeveen, doordat niet overal over gepraat wordt. Zo is het Israëlisch-Palestijnse conflict in veel samenwerkingsprojecten een taboe-onderwerp. ‘Veel mensen durven het er niet over te hebben, omdat ze bang zijn dat er ruzie van komt. Maar uit mijn gesprekken met joden en moslims bleek dat ze het soms minder oneens zijn dan ze denken. Aan beide kanten zijn bijvoorbeeld best veel mensen voorstander van een tweestatenoplossing. Ik begrijp de huivering om over het conflict te praten wel, maar door het er helemaal niet over te hebben, wordt er soms een olifant in de kamer gecreëerd, wat tot meer spanningen kan leiden.’

Een extra complicerende factor is dat bij kwesties zoals het conflict tussen Israël en de Palestijnen veel meer partijen betrokken zijn dan alleen joden en moslims. Zo zag de promovenda bij demonstraties allerlei groepen voorbijkomen: van christenen tot pro-Palestijnse joden en activisten uit zowel de linkse als de rechtse hoek. Roggeveen: ‘Het ligt allemaal nog een stuk complexer dan veel mensen in eerste instantie denken. Ik hoop dat mijn proefschrift bijdraagt aan het verhelderen van een aantal van deze kwesties.’