Taalkundige verscheidenheid in Europa: een maatschappelijke uitdaging

27 november 2018

Twee doelstellingen die essentieel zijn voor het Europese ideaal staan op gespannen voet met elkaar: mobiliteit en vrij verkeer voor burgers enerzijds, en erkenning van de culturele en taalkundige verscheidenheid in Europa anderzijds. Dit spanningsveld is onderzocht in een recent afgerond internationaal onderzoeksproject (MIME) door onder meer sociale wetenschappers aan de Universiteit van Amsterdam.

De Europese Unie bevordert vrij verkeer van burgers voor werk, studie, ontspanning of pensioen. Dit vraagt om eenvoudige communicatie tussen mensen met verschillende taalachtergronden. Tegelijkertijd is de linguïstische pluriformiteit in Europa juist een cruciaal onderdeel van de Europese verscheidenheid en een kernwaarde van de EU.

MIME is een internationaal consortium van wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar de taalkundige verscheidenheid in Europa en naar manieren om de spanning tussen mobiliteit en inclusie te beperken. Het team heeft een gereedschapskist ontwikkeld om het taalbeleid mede vorm te geven.

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdame hebben onderzocht hoe taalbeleid kan helpen om mobiliteit en inclusie te verenigen.

Language Diversity

Pluriformiteit van talen en mobiliteit

Taal raakt aan alle aspecten van het menselijk leven, zowel op individueel als op collectief niveau. Het maakt cognitie, communicatie en identificatie mogelijk. De veelheid aan talen, individuele en maatschappelijke meertaligheid, is van nature niet goed of slecht, maar heeft voor- en nadelen.

Globalisering en Europeanisering hebben de taalkundige verscheidenheid drastisch vergroot. Deze verscheidenheid aan talen is een cruciaal onderdeel van de diversiteit en daarmee een kernwaarde van de EU. Hoe kunnen we communicatie ten behoeve van mobiliteit tot stand brengen en er tevens voor zorgen dat alle inwoners van de EU in elke lidstaat en regio zich opgenomen voelen?

Individuen en gezinnen, werkgevers en werknemers, burgers en beleidsmakers die voor deze potentiële afweging staan, hebben instrumenten nodig om de materiële en symbolische voordelen van taalkundige verscheidenheid te maximaliseren en tegelijkertijd de nadelen te minimaliseren.

Het MIME-project: Mobiliteit en inclusie in een meertalig Europa

Het MIME-project is het eerste onderzoeksproject over taalkundige verscheidenheid dat een breed scala aan disciplinaire benaderingen combineert die verder reiken dan taalkunde en sociolinguïstiek, met onder andere pedagogische, sociologische, geografische, economische en filosofische deelvragen. Het project heeft tot doel de verscheidenheid aan talen te bestuderen binnen de context van de politieke veranderingen en uitdagingen waar Europeanen door taaldiversiteit mee te maken hebben. En om deskundige kennis te leveren aan belanghebbenden zodat zij het beleid kunnen vormgeven dat het beste bij hen past, aangezien er geen universele oplossingen zijn voor de uitdagingen van meertaligheid.

MIME Vademecum

Een gereedschapskist voor beleidsvorming: Het MIME-vademecum

Eén van de resultaten van het MIME-project is een gereedschapskist die 72 taalkundige beleidsvragen verzamelt, het MIME-vademecum. Deze gereedschapskist is bedoeld om mensen te helpen bij het aanpakken van meertaligheidsvraagstukken, vertrouwd te maken met de nieuwste ontwikkelingen in het onderzoek, kennis te laten vergaren uit praktijkvoorbeelden en hun eigen antwoorden te laten ontwikkelen op de uitdagingen die taalkundige verscheidenheid met zich meebrengt.

De verzameling is met name bedoeld voor mensen die uit hoofde van hun beroep of politieke activiteiten betrokken zijn bij taalpolitieke kwesties (zoals ambtenaren of parlementsleden op lokaal, nationaal of internationaal niveau) en zich in dit verband moeten uitspreken.

Bijdrage van het UvA-onderzoeksteam aan de gereedschapskist

Het UvA-team van het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) heeft drie vragen bijgedragen aan het vademecum:

  1. Is de Engelse taal toereikend om contact te maken met nieuwkomers voordat ze de lokale taal/talen leren?
  2. Hoe zouden gemeenten gegevens moeten verzamelen en doorgeven over de taalprofielen van hun plaatselijke gemeenschappen?
  3. Zouden gemeenten het taalgebruik in de openbare ruimte moeten reguleren?
Class room

Onderwijs als zwaartepunt

Taalkundige verscheidenheid is bijzonder actueel voor het onderwijs, waar het ouders, leerkrachten en scholen voor specifieke uitdagingen stelt. Terwijl in het verleden het accent lag op het onderwijzen van de taal van de  betreffende lidstaat, hebben pedagogische inzichten aangetoond dat het belangrijk is om op school alle talen die kinderen spreken te erkennen en te verwelkomen. Dit heeft positieve gevolgen voor zowel het welzijn van de kinderen als hun cognitieve prestaties in de onderwijstaal.

Hoe organiseren we het onderwijs voor een steeds diversere schoolbevolking?

De MIME-teams van AISSR en ARTES (Faculteit der Geesteswetenschappen) hebben de afgelopen twee jaar samen met Karijn Helsloot (Studio Taalwetenschap) een aantal bijeenkomsten voor deskundigen georganiseerd over meertaligheid en onderwijs. De laatste had als titel Van peuterspeelzaal tot universiteit en bij deze gelegenheid werd het MIME-vademecum gepresenteerd aan een grote groep belanghebbenden, waaronder de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen, docenten op alle onderwijsniveaus, leerlingen, ouders en taalopleidingen voor migranten. Tevens werd NOMinA, het Netwerk Onderwijs en Meertaligheid in Amsterdam, opgericht om als discussieplatform en netwerk van belanghebbenden te blijven fungeren teneinde taalkundige verscheidenheid en onderwijs te bevorderen.

MIME

Meer over het MIME-project

Het MIME-project ontving 5 miljoen euro van het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling van de Europese Commissie. Het project werd gecoördineerd door professor François Grin aan de Universiteit van Genève (UNIGE). MIME omvatte vijfentwintig teams uit zestien landen en bracht onderzoekers uit elf verschillende disciplines samen.

UvA-onderzoekers in het MIME-project

Van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen namen deel Virginie Mamadouh, universitair hoofddocent politieke en culturele geografie, en promovendus Nesrin El Ayadi. Beiden behoren tot de onderzoeksgroep Geographies of Globalizations van het AISSR.

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen