Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Heb je altijd al het idee gehad dat de uren die je achter je Nintendo of Playstation zat vast ergens goed voor waren? Die vage notie kun je nu voorzien van een wetenschappelijke onderbouwing. Een onlangs in het Journal of Communication gepubliceerde studie van Karin Fikkers (UU), Jessica Piotrowski (UvA) en Patti Valkenburg (UvA) wijst namelijk uit dat een bepaald type intelligentie toeneemt door te gamen.

Fluid intelligence

Het gaat hier met name om de zogeheten fluid intelligence, het vermogen om nieuwe problemen op te lossen door patronen te herkennen, verbanden te leggen en logisch te redeneren. Fluid intelligence is de tegenhanger van crystallized intelligence, wat draait om het langetermijngeheugen en de algemene ontwikkeling. Ook op dit vlak is vooruitgang gemeten, zij het in beperktere mate.

Verscheidene studies wijzen uit dat kinderen sinds de jaren ’50 gestaag slimmer worden. Wetenschappers brengen de toegenomen intelligentie de laatste jaren in verband met het spelen van computerspelletjes, omdat juist daarbij het probleemoplossend vermogen wordt getraind. De vraag bleef of kinderen die een grotere fluid intelligence hebben eerder geneigd zijn om te gaan gamen of dat door te gamen de fluid intelligence toenam.

De NeuroRacer-studie

Om dit te testen konden de onderzoekers gebruikmaken van gegevens uit een groot onderzoeksproject gefinancierd door een ERC-Advanced Grant die Professor Patti Valkenburg in 2009 ontving. Haar project heeft als doel om beter te begrijpen hoe entertainment (zoals games en tv-programma’s) effect heeft op de cognitieve ontwikkeling, agressie en ADHD van bepaalde kinderen en jongeren. 

Jessica Piotrowski, onderzoeker in dit project, werd geïnteresseerd in de relatie tussen gamen en intelligentie door de NeuroRacer-studie uit 2013. Aan de hand van het racespel NeuroRacer, dat multitaskvaardigheden van de speler vraagt, stelden onderzoekers van de Universiteit van Californië vast dat ouderen door het spelen van dit spel beter gingen functioneren in het dagelijks leven. Net als deze ouderen zouden kinderen die dagelijks achter hun game console zaten, intelligenter moeten worden, was de hypothese van Fikkers, Piotrowski en Valkenburg.

Om dat uit te vinden volgden de onderzoekers van het Centre for research on Children, Adolescents and the Media (Ccam) 934 kinderen in de leeftijd van 3 tot 7 jaar voor een periode van 4 jaar. Het resultaat van de studie is dat gamen inderdaad lijkt te zorgen voor een toename in fluid intelligence. Het omgekeerde kon niet worden vastgesteld. De onderzoeksresultaten zijn echter niet eenduidig; nader onderzoek is dus geboden.

Over CcaM

CcaM is onderdeel van de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) en doet onderzoek naar de rol van media in het leven van kinderen en adolescenten. Het onderzoek heeft twee doelen: in de eerste plaats het mediagebruik van deze groep in kaart brengen. In de tweede plaats wil CcaM de mechanismen die achter het mediagebruik schuilgaan en de effecten ervan blootleggen. CcaM richt zich zowel op entertainment en informatie in traditionele media, en op interpersoonlijke communicatie in nieuwe media, zoals games, apps, virtual reality en sociale media. Daarbij maken de onderzoekers van CcaM gebruik van theorieën en methoden uit de psychologie en sociologie, pedagogiek en communicatie wetenschappen.  

Onderzoekers

mw. dr. K. (Karin) Fikkers

mw. dr. J. (Jessica) Piotrowski

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Youth & Media Entertainment

mw. prof. dr. P.M. (Patti) Valkenburg

Bestuur en Bestuursstaf