Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Een team van psychologen en biologen van de Universiteit van Rochester, de Universiteit van Amsterdam, en de Cardiff University, onderzocht of de mening van consumenten over genetisch gemanipuleerd voedsel verandert als zij de wetenschappelijke basis beter begrijpen. Het korte antwoord is ‘ja’: meer kennis leidt tot een positievere mening. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Journal of Environmental Psychology’.

Getty Images

Met genetische modificatie (GM) worden eigenschappen van planten, bacteriën of gisten veranderd. GM kan planten bijvoorbeeld ongevoelig maken voor onkruid- of insectenbestrijdingsmiddelen. GM biedt mogelijkheden voor de wereldwijd groeiende vraag naar voedsel, maar tegelijkertijd zijn veel consumenten sceptisch over GM voedsel. Is het wel te vertrouwen? Een meerderheid van wetenschappers meent van wel, maar slechts een derde van de consumenten deelt die visie. Critici voeden hun wantrouwen door GM voedsel als onnatuurlijk en ‘Frankenfood’ te bestempelen. Toch is er geen bewijs gevonden voor een negatieve impact op de gezondheid of omgeving.

Heeft kennis invloed op je mening?

Het internationale onderzoeksteam, waar ook UvA psycholoog Bastiaan Rutjens deel van uitmaakte, vroeg zich af hoe je deze kloof in meningen kunt overbruggen. Verandert de publieke opinie over GM voedsel als mensen de wetenschappelijke achtergrond beter begrijpen? Ook politieke voorkeuren en demografische factoren hebben grote invloed op iemands mening over wetenschap, maar deze zijn lastig te veranderen. Mensen meer leren over de wetenschap achter GM voedsel is wel haalbaar. Rutjens en zijn collega’s concluderen dat dergelijke kennis inderdaad impact heeft op de keuzes die mensen maken om bepaalde producten juist wel of niet te consumeren.

Hoe is dit onderzocht?

Uit verschillende studies in de Verenigde Staten bleek al dat (geringe) kennis over GM voedsel de belangrijkste verklaring is waarom mensen het wel of niet willen consumeren. Kennis is zelfs veel belangrijker dan opleiding, socio-economische status, ras, leeftijd of gender. Deze studies zijn door het internationale team herhaald in het Verenigd Koninkrijk en Nederland waar de weerstand tegen GM voedsel nog groter is en waar er, als gevolg van deze weerstand, veel regulatie in de GM sector bestaat.

In de replicatiestudies werden vragen gesteld rond de huidige mening over GM voedsel, rond de algemene wetenschappelijke kennis en rond specifieke kennis over de wetenschap achter GM voedsel. Hierop volgde een experiment waarin de onderzoeksdeelnemers over een periode van vijf weken de wetenschap achter gemanipuleerd voedsel werd bijgebracht.

Het effect van kennisoverdracht

Op basis van de diverse studies in de VS, VK en Nederland concluderen Rutjens en collega’s dat:

  1. specifieke kennis over genetisch gemanipuleerd voedsel niet samenhangt met iemands algemene wetenschappelijke kennis en een veel belangrijker verklaring is voor de meningsvorming over GM voedsel dan die algemene kennis. 
  2. het leren over de wetenschap achter GM voedsel tot een positievere mening, een grotere neiging dit te eten en minder zorgen over mogelijke risico’s leidt.

Scepticisme hangt samen met ontbreken van kennis

Het internationale team concludeert dat hun analyse onderschrijft dat scepticisme ten aanzien van de wetenschap en techniek betreffende GM vooral te maken heeft met het ontbreken van kennis en gebrek aan juiste informatie. Het simpele advies hoe wantrouwen jegens GM voedsel te overkomen luidt: richt je op de wetenschap die eraan ten grondslag ligt en niet alleen op de boodschap of belofte van het product.

Link naar het wetenschappelijk artikel

dhr. dr. B.T. (Bastiaan) Rutjens

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Social Psychology