Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Sinds 2001 wordt het begrip ‘radicalisering’ wijd gebruikt in beleid, wetenschap en publiek debat. Bedoeld om extremisme en politiek geweld te bestrijden, lijken onbedoelde effecten als stigmatisering ook het resultaat. Wetenschappers ontrafelen het concept in het nieuwe boek ‘Radicalisering in België en Nederland. Kritische perspectieven op geweld en veiligheid’.

Cover 'Radicalization in Belgium and the Netherlands – Critical perspectives on violence and security'
Cover 'Radicalization in Belgium and the Netherlands – Critical perspectives on violence and security' (Bloomsbury)

Onder redactie van Nadia Fadil (KU Leuven), Martijn de Koning (UvA) en Francesco Ragazzi (Universiteit Leiden), wordt het werk van vooraanstaande onderzoekers bij elkaar gebracht in een kritische analyse van het ontstaan van het begrip radicalisering, de discussies erover en de werking in het beleid, rechtspraak en de verhouding met islamitische organisaties en denkers. Op 12 juni vindt de officiële presentatie plaats.

De rol van Nederland

Nederland en België hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het begrip radicalisering. Het werd rond 2001 door de AIVD (de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) als beleidsconcept geïntroduceerd. Het doel was om middelen te ontwikkelen waarmee extremistisch geweld, dat als eindpunt van radicalisering werd gezien, beter kon worden bestreden. De AIVD was hiermee de initiator van (de)radicaliseringsbeleid beleid. Vanuit Nederland is dit vervolgens ook in Brussel op de kaart gezet en verspreid naar andere landen zoals Engeland.

Van beleidsbegrip naar ‘radicaliseringsindustrie’

Inmiddels is het begrip radicalisering ingeburgerd in binnen- en buitenland, in beleidskringen en academische kringen, en in het bredere publieke debat. “Iedereen gaat ermee aan de haal, maar niet iedereen bedoelt hetzelfde”, stelt mederedacteur Martijn de Koning. “Er is zelfs een hele radicaliseringsindustrie ontstaan van organisaties en bedrijven die zich op het voorkomen van en de-radicalisering richten”, voegt Annelies Moors (UvA hoogleraar en auteur van een van bijdragen) toe. “En al zitten daar goede initiatieven tussen, ook de nadruk op problemen wordt hiermee gefinancierd”.  

Radicalisering en stigmatisering

De AIVD zette het concept radicalisering oorspronkelijk onder andere in om stigmatisering van bepaalde groepen te voorkomen: stigmatisering werd als voedingsbodem van extremisme gezien. Officieel is het radicaliseringsbeleid dan ook niet tot een specifieke groep beperkt. Maar wat is van deze gedachte terecht gekomen nu het concept radicalisering zich tot moslims en de (politieke) Islam lijkt te beperken en in het publieke debat dit doel niet te stigmatiseren ontbreekt? Wat zijn de onbedoelde effecten op onze samenleving? Welke rol spelen beleid en wetenschap hierin?

Een reflectie op het begrip radicalisering

“Dit boek gaat niet over de effectiviteit van het radicaliseringsbeleid, maar over hoe het idee rond radicalisering is ontstaan, hoe het zich heeft ontwikkeld en verspreid. Natuurlijk zijn ook wij tegen geweld en aanslagen, maar in tegenstelling tot de VS en Engeland misten we nog een reflectie op de mogelijk onbedoelde effecten van het begrip, terwijl juist Nederland zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in het ontstaan”, vertelt de Koning. “Met dit boek willen we dan ook België en Nederland meer in het centrum van de internationale academische discussies brengen én het belang benadrukken van een kritische reflectie op begrippen, de werking ervan en op de kracht van het radicaliseringsparadigma."

"Reflectie is nodig"

Voor Moors en De Koning is dit boek onderdeel van het NWO gefinancierde project ‘Forces that Bind and/or Divide’, dat zich richt op de vraag hoe moslims zich in het publieke debat na 1989 manifesteren. Kort na de start van dit project besloten de onderzoekers zich op radicalisering te richten. Ze werden overvallen door hoe sterk beleid, wetenschap en het publieke debat gedomineerd werden door dit begrip: “Als onderzoeker word je dan ingehaald door maatschappelijke ontwikkelingen die je niet kunt negeren en waar je je toe moet verhouden. Reflectie is dan nodig”, vertelt Moors.

Het boek geeft niet direct beleidsadvies, maar is met haar rijke materiaal bedoeld als bron voor belanghebbenden in het veld waarmee ze op hun eigen rol kunnen reflecteren.

Wat heeft deze reflectie jullie gebracht?

“Ik heb nu een beter begrip hoe de overheid werkt en meer inzicht in de kaders binnen welke moslims zich in het publieke debat kunnen bewegen en waar zij mee kampen. Ook zie ik nu beter hoe ons eigen onderzoek zich verhoudt tot dit verhaal en hier wel of niet aan bijdraagt”, vertelt de Koning.

Annelies Moors voegt toe: “We hebben in dit boek en onderzoeksproject veel geleerd over onze rol als onderzoeker. In een bepaald politiek klimaat kan het heel moeilijk zijn om gehoor te krijgen voor rationele argumenten. Daar waar het over radicalisering, moslims en Islam gaat, spelen in beleid en publiek debat ontzettend veel gevoelens een rol. Het wordt dan lastig je onderzoek en resultaten met het brede publiek te delen, vooral als je een onderzoeker met een moslimachtergrond bent. Het is belangrijk aandacht te hebben voor deze gelaagdheid.”

Boekpresentatie

Op 12 juni wordt het boek officieel gepresenteerd in Amsterdam. De redacteuren van het boek gaan dan onder leiding van Nawal Mustafa (VU) in gesprek met Floris Vermeulen (UvA, en medeauteur van één van de bijdragen), Ibtissam Abaaziz (Meld Islamofobie) en Abdelhaq Jermoumi (PvdA) en het publiek. Het gesprek richt zich deze avond op wat een kritische reflectie op radicalisering kan betekenen voor het beleid.

Links

Meer informatie en aanmelden voor de boekpresentatie

Meer informatie over het NWO project "Forces that bind and/or divide'