Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

De Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam (WOA) ontvangt 600.000 euro subsidie van NRO voor de  Werkplaats Gelijke Onderwijskansen. In deze werkplaats gaan onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam, het Kohnstamm Instituut en leerkrachten van vijf besturen voor basisonderwijs in de metropoolregio Amsterdam samen op zoek naar interventies en methoden die gelijke kansen in het basisonderwijs bevorderen. Lisa Gaikhorst, UD bij de programmagroep Onderwijswetenschappen, is verantwoordelijk voor het onderzoek en zal inhoudelijk leiding geven aan de werkplaats. Medeaanvrager van de subsidie en algemeen coördinator van de WOA Erna van Hest: ‘Onderwijs is een emancipatiemotor – om gelijke kansen te bevorderen, moet je daar beginnen.’

De werkplaats gaat zich in kernteams richten op drie deelonderwerpen die van invloed zijn op gelijke kansen: taal, buitenschoolse kennisbronnen van leerlingen en leerkrachtverwachtingen.

Hoe belangrijk is taal als we het hebben over kansengelijkheid?

‘Taal is een heel belangrijk aangrijpingspunt. Kinderen die de taal minder goed beheersen, kunnen al heel vroeg vertraging en achterstanden oplopen op school. Achterstanden die soms lastig meer in te lopen zijn en die ook hun latere kansen op de arbeidsmarkt en op een gezond leven negatief kunnen beïnvloeden. Het is dus zaak om die taalachterstand zoveel mogelijk te  voorkómen of te beperken. Niet alleen bij kinderen van buitenlandse komaf, maar ook bij Nederlandstalige kinderen in kwetsbare opvoedings- of achterstandssituaties.’

Jullie richten je ook op kennisbronnen van de leerling zelf, ook wel funds of knowledge genoemd. Wat zijn dat precies?

‘Een voorbeeld: een leerling zat de hele tijd te trommelen tijdens de les. De leerkracht vroeg hem waarom hij dat deed, en toen vertelde de leerling dat hij graag muziek maakt en rapt. De leerkracht daagde hem vervolgens uit om een speciaal nummer te schrijven en dat in de klas te rappen. Op deze manier benut je de eigen kennis van de leerling (over hobby’s, over zijn of haar specifieke achtergrond et cetera) en integreer je die in het lesprogramma. Leerlingen voelen zich op die manier veel meer betrokken, krijgen meer zelfvertrouwen en gaan beter presteren.’

Tot slot de leerkrachtverwachtingen. Welke invloed hebben die op gelijke kansen?

‘Leerkrachten hebben, vaak onbewust, via hun verwachtingen, heel veel invloed op leerlingen. Als een leerkracht een leerling geen aandacht geeft omdat deze niet oplet tijdens de les, kan de leerling denken: “de leraar heeft toch geen aandacht voor mij, ik hoef niet op te letten”. De leerkracht denkt op zijn beurt weer: “Zie je, deze leerling is niet gemotiveerd, hier is niets aan te doen”. Die dynamiek willen we proberen te doorbreken.’

Nederland is een egalitair land met een grote kansengelijkheid, toch? Waarom is dit thema dan toch zo belangrijk?

‘Vergeleken met veel andere landen doen we het heel goed, maar sinds het laatste jaarverslag van de Onderwijsinspectie is kansengelijkheid weer een heel belangrijk thema geworden. De Inspectie geeft aan dat ze zich zorgen maakt over de toenemende kansenongelijkheid en segregatie in het onderwijs. Kinderen van laagopgeleide ouders stromen vaker door naar een lager onderwijsniveau, ook al doen ze qua intelligentie niet onder voor kinderen van hoogopgeleide ouders. Nederland kent minder gemixte scholen dan vroeger en kinderen van met name bemiddelde ouders gaan steeds vaker naar scholen buiten of aan de randen van de stad. Juist omdat onderwijs zo’n belangrijke emancipatiemotor is, is het van belang dat we op scholen beginnen om de gelijke kansen te bevorderen.’

Veel leerkrachten zullen enthousiast zijn, maar het is ook wel weer een extra taak.

‘Daarom werken we in deze werkplaats samen met leerkrachten die het leuk vinden om zelf onderzoek te doen. En daarnaast gaan we uit van vragen die bij leerkrachten zelf leven, zodat leerkrachten in hun eigen praktijk ook direct profijt kunnen hebben van het onderzoek. Bovendien onderzoeken we reeds gebruikte interventies en methoden bij scholen, proberen we die waar nodig te vervolmaken en gaan we die vervolgens toepassen bij andere scholen. We gaan dus niet helemaal opnieuw het wiel uitvinden. En ja, in eerste instantie vergen sommige nieuwe of vernieuwde methodes een tijdsinvestering, maar op deze manier kunnen leerkrachten werken aan hun persoonlijke en professionele ontwikkeling en behoud je hen voor het onderwijs.  

In de Academische werkplaats Gelijke Onderwijskansen  werken UvA, HvA en Kohnstamm Instituut samen met vijf besturen voor basisonderwijs – drie uit Amsterdam (Amsterdamse Stichting voor Katholiek, Protestants-Christelijk en Interconfessioneel Onderwijs, Samen Tussen Amstel en IJ en Stichting Sirius) één uit de Zaanstreek (Zaan Primair) en één uit Almere (Almeerse Scholen Groep). Bij de werkplaats is ook een beleidsmedewerker van de Gemeente Amsterdam betrokken.