Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Van radicalisering tot verslaving en van files tot depressie: achter alle grote maatschappelijke vraagstukken gaan complexe systemen schuil. Han van der Maas, onlangs benoemd tot faculteitshoogleraar Complexe systemen in de maatschappij en gedragswetenschappen aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen (FMG), zet zich in voor een meer natuurwetenschappelijke benadering van maatschappelijke vraagstukken. Die benadering moet niet alleen leiden tot het verklaren, maar ook tot het oplossen van maatschappelijke problemen.

Han van der Maas
Han van der Maas: 'Als sociale wetenschappers staan we hiermee nog aan het begin, maar ook voor ons is de complexiteitsbenadering heel goed mogelijk'

In de natuurwetenschappen worden complexe systemen steeds beter begrepen. In complexe systemen kunnen geleidelijke veranderingen leiden tot plotselinge transities. Een klassiek voorbeeld is de geleidelijke daling van temperatuur, waardoor water plotseling in ijs verandert. En in cellen kunnen geleidelijk veranderingen plaatsvinden, die plotseling leiden tot celdeling. Natuurwetenschappers brengen die veranderingen in kaart, zodat ze transities kunnen voorspellen en controleren.

Wat kunnen sociale wetenschappen met de complexiteitstheorie?

‘Ook de sociale wetenschappen hebben te maken met complexe systemen, die bestaan uit veel met elkaar interacterende elementen. En of het nu gaat om water, cellen of sociale structuren, bij alle complexe systemen kunnen geleidelijke veranderingen leiden tot plotselinge transities naar andere evenwichtstoestanden. Zoals water ijs wordt of cellen plots gaan delen, zo worden mensen als gevolg van geleidelijke veranderingen plotseling depressief. Of heel religieus. Of juist atheïst. Of denk aan politieke omwentelingen als gevolg van geleidelijke maatschappelijke veranderingen.’

In de natuurkunde zijn die variabelen vrij gemakkelijk te meten; voor de sociale wetenschappen ligt dat wellicht wat ingewikkelder.

‘Als sociale wetenschappers staan we hiermee nog aan het begin, maar ook voor ons is deze complexiteitsbenadering heel goed mogelijk. In de natuurkunde bepaalt de luchtdruk bijvoorbeeld hoe geleidelijk de verandering van water naar ijs verloopt; bij ons speelt de mate van betrokkenheid een rol. Iemand die zeer betrokken is bij bijvoorbeeld abortus houdt vast aan deze overtuiging, ook als informatie voor het andere standpunt wordt aangeboden. Maar áls deze persoon dan toch van mening verandert, gebeurt dat vaak heel plotseling en heel radicaal. Ook de factor betrokkenheid moet we dus in kaart brengen om goede voorspellingen te kunnen doen. De meting van dit soort variabelen is echter geen eenvoudige zaak.'

En wat kunnen we met deze voorspellingen?

‘Met deze benadering kunnen we echt bijdragen aan oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken, doordat we beter in staat zijn om de variabelen die leiden tot transities te voorspellen én te controleren.’

Binnen 10-50 jaar gaan we écht problemen oplossen

We gaan dus echt problemen oplossen. Over welk tijdsbestek hebben we het dan?

‘Ik denk aan een periode van 10 tot 50 jaar. Met bijvoorbeeld een groot maatschappelijk probleem als verslaving boeken we steeds meer vooruitgang. Centraal  staat het conflict tussen automatische processen en bewuste controle.’

Op welke vraagstukken wil jij je met name focussen?

‘In algemene zin wil ik me richten op het toepassen van methoden en technieken uit het complexiteitsonderzoek in de sociale en gedragswetenschappen. En meer specifiek wil ik kijken naar polarisatie en radicalisering (binnen en tussen personen) en naar verslaving.’

Wat wil jij na een jaar bereikt hebben als faculteitshoogleraar?

‘Mijn faculteitshoogleraarschap sluit aan op het nieuwe zwaartepunt Urban Mental Health, waarin de FMG breed participeert. Ik wil daarin een verbindende rol spelen en adviseren over de modelmatige en technische kanten van dit type onderzoek. Daarnaast wil ik onderzoekers bij elkaar brengen op het thema van de complexiteit van sociale systemen en initieer ik discussies en debatten over onderzoeksmethoden. Tenslotte zal ik een brugfunctie vervullen naar het onderzoeksprogramma van het UvA Institute of Advance Study. Binnen een jaar moeten er op al deze terreinen nieuwe initiatieven van start zijn gegaan.’