Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

‘Technologie zorgt ervoor dat we allemaal ons eigen nieuws voorgeschoteld krijgen. Daardoor krijgen we alleen die meningen te horen die stroken met de onze. Het gevolg: polarisatie’, luidt een veelgehoorde theorie. Daar blijkt in de praktijk maar weinig van te kloppen.  Althans, bij de doorsnee Nederlander. Volgens communicatiewetenschapper Judith Möller zou de invloed van zogeheten filterbubbels op groepen met radicale meningen wél groot kunnen zijn.

Portretfoto Judith Möller
Judith Möller: 'Mijn  theorie is dat filterbubbels wel degelijk bestaan,  maar dat we op de verkeerde plek zoeken'

Allereerst maar even het verschil tussen de zogeheten echokamer en de filterbubbel. Als individu neem je vrijwillig plaats in een echokamer (bijvoorbeeld in de vorm van een forum, of een facebook- of Whatsappgroep) waarbij je je omringt met mensen die dezelfde mening zijn toegedaan als jijzelf. ‘Noem het moderne verzuiling’, aldus communicatiewetenschapper Judith Möller, die onlangs een Veni-subsidie ontving voor haar onderzoek. ‘Mensen hebben altijd al de neiging gehad om zich te omringen met gelijkgestemden, en dat is op social media niet anders.’

Verschillende nieuwsbronnen naast elkaar voorkómen filterbubbel

In de filterbubbel krijg je, zonder dat je je daarvan bewust bent, op basis van algoritmes alleen maar nieuws en meningen voorgeschoteld die aansluiten bij jou als individu. Die bubbel zou ervoor zorgen dat de samenleving polariseert. Iedereen krijgt “zijn eigen waarheid” over zich heen uitgestort, waarbij ander nieuws weg wordt gefilterd. Bewijs daarvoor is echter, in elk geval in Nederland, niet te vinden, zegt Möller. ‘We gebruiken verschillende nieuwsbronnen naast elkaar – dus niet alleen Facebook en Twitter, maar ook radio, televisie en kranten. We lopen dus weinig risico om in een filterbubbel terecht te komen. Daar komt nog bij: het aandeel ‘nieuws’ op een gemiddelde Facebook-tijdlijn is minder dan 5 procent. En verder is gebleken dat veel mensen op social media juist vaker in aanraking komen met nieuws dat ze normaal gesproken zelf niet lezen of opzoeken. Bijna een omgekeerde bubbel dus.’

Bubbels aan de randen van het meningenspectrum

Toch wordt er, bijvoorbeeld tijdens verkiezingsperiodes, heel veel geld gestoken in het gebruik van algoritmes en kunstmatige intelligentie. Möller: ‘Er moet dus íets zijn. Mijn  theorie is dat filterbubbels wel degelijk bestaan,  maar dat we op de verkeerde plek zoeken. We moeten niet naar de mainstream kijken, maar naar groepen met radicale en/of afwijkende meningen die niet in het “midden” passen. Daar vormen zich, wat ik dan maar noem, fringe bubbles, filters aan de randen van het meningenspectrum.’

Mensen met obscure meningen kunnen plotseling heel zichtbaar worden

Van spiral of silence naar spiral of noise

Als voorbeeld hiervan noemt de onderzoeker de antivaccinatiebeweging. ‘Voorheen had deze groep te maken met de spiral of silence: als je in het openbaar, bijvoorbeeld tegen vrienden of familie, zei dat je je twijfels had bij vaccinaties, werd je dat niet in dank afgenomen. Het gevolg: je hield je stil. Deze groep vond elkaar echter op social media en als gevolg van filtertechnologie kregen de aanhangers te maken met de spiral of noise: ineens lijkt het erop alsof enorm veel mensen het met je eens zijn.’

De nieuwswaarde van radicale en afwijkende meningen

En zo kan het gebeuren dat mensen met obscure, radicale of afwijkende meningen plotseling heel vocaal en zichtbaar worden. ‘Vervolgens worden ze nieuwswaardig, verschijnen ze in gewone nieuwsmedia en weten daarmee ook een breder publiek aan te spreken. De fringe bubble schuift op naar het midden. Dat gebeurde bij de antivaccinatiebeweging, klimaatsceptici en de gele hesjes. Maar ook bij de groep die die zich keerde tegen de Sleepwet – eerst interesseerde niemand zich ervoor, maar uiteindelijk werd het toch groot nieuws en volgde er zelfs een referendum.’

Gevolgen kunnen positief en negatief zijn

In mijn onderzoek wil ik op zoek gaan naar dit soort afwijkende meningen en dan proberen te bepalen wat de invloed van algoritmes is op radicale groepen, in hoeverre er sprake is van filterbubbels en waarom het groepen met radicale meningen (niet) lukt om uiteindelijk in nieuwsmedia te verschijnen.
De gevolgen van deze processen kunnen zowel negatief als positief zijn, denkt Möller. ‘Sommige mensen beweren dat mensen vanuit het “midden” zich door deze aandacht aangetrokken voelen tot de randgebieden van de samenleving, met meer extreme meningen en afname van de sociale cohesie tot gevolg. Dat is zeker mogelijk. Aan de andere kant biedt dit proces ook voordelen: in een democratie horen we immers ook naar minderheidsmeningen te luisteren.’