Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Ze komen zelden naar een inspraakavond en ze schrijven geen bezwaarschriften. En dus worden achtergestelde groepen gezien als politiek inactief. Niets is minder waar, stelt Nanke Verloo. Zij ontving een Veni om te onderzoeken op welke andere manieren deze burgers hun wensen wel degelijk uiten, maar niet worden gehoord. En hoe dat beter kan.

portretfoto Nanke Verloo
Nanke Verloo: 'Veel mensen voelen zich niet zeker genoeg om te spreken tijdens een inspraakavond'

‘Burgerparticipatie heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen’, vertelt Verloo. ‘Inspraakavonden, meepraatmomenten, co-creatie, persoonlijke bezoeken van wethouders aan buurten: gemeenten trekken van alles uit de kast. En toch neemt er maar een klein deel van de burgers deel aan die processen. Met name achtergestelde groepen worden dan weggezet als politiek inactief.’

Kookclubs en buurthuizen

Ten onrechte, meent Verloo. ‘De stadsvernieuwingsprojecten waarover we het hebben, zijn van directe invloed op iemands huis of buurt. Reken maar dat ze daar wél een mening over hebben. Veel mensen voelen zich echter niet zeker genoeg om te spreken tijdens zo’n avond. Vergis je niet: ze praten wel degelijk over de veranderingen in hun buurt. Maar dan in kookclubs, buurthuizen et cetera. Deze informele participatie wordt niet opgepikt door politici. Die verwachten dat je naar hen komt, maar zo werkt het niet.’

Politici verwachten dat bewoners naar hen komen, maar zo werkt het niet

Taalgebruik niet politiek genoeg

Een ander deel van de burgers dat wél naar inspraakmomenten komt, uit zich vaak op een manier die niet herkend of goedgekeurd wordt door politici en beleidsmakers. ‘Bewoners beginnen bijvoorbeeld over hun persoonlijke wensen, of over het probleem van de hangjongeren in de buurt. Of ze bezigen taalgebruik dat niet “formeel” of “politiek” genoeg is. En dus worden ze weggewuifd. Terwijl juist ook dat soort individuele uitingen informatie geven over wat mensen belangrijk vinden voor hun buurt.’

Protest is ook een vorm van participatie

Nog een manier die vaak niet wordt opgepikt door politici: protest. ‘De vorming van actiegroepen, het bezetten van een gebouw of een demonstratie voor een gemeentehuis: ze worden vooral als lastig gezien, maar vooral niet als participatie. Terwijl nu juist protest heel waardevolle feedback kan geven.’

Informele participatie in Amsterdam en Bogotá

Om te onderzoeken hoe informele participatie in de praktijk werkt, bestudeert Verloo twee cases: een stadsvernieuwingsproject in Amsterdam Nieuw-West en een herinrichtingsproject in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. ‘In Nederland denken we vaak dat informaliteit alleen plaatsvindt in zuidelijke landen, maar ook in Nederland is veel van het besluitvormingsproces informeel, dat wil ik onderzoeken. We denken ook dat wij heel goed zijn in participatie, maar juist in Bogotá hebben ze verregaande vormen om met mensen samen te werken in stadsontwikkeling.  Door etnografisch mee te lopen en uitgebreid te praten met alle betrokkenen, van burgers tot politici, en van woningbouwcorporaties tot participatiemakelaars, probeer ik te achterhalen hoe we participatie inclusiever kunnen maken voor iedereen.’