Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Bètapartners is een netwerk waarin de VU, UvA, HvA, InHolland, ruim 44 middelbare scholen in de regio Groot Amsterdam en het bedrijfsleven samenwerken om kennis en innovatie in het bètaonderwijs te vergroten. Agnes Kemperman, programmamanager van Bètapartners, licht toe wat de kracht is van het netwerk.

Agnes Kemperman
Agnes Kemperman
highlight betapartners

De kwaliteit in het bètaonderwijs verbeteren, de doorstroom op peil houden en studiesucces vergroten: kortgezegd zijn dat de belangrijkste aandachtsgebieden van Bètapartners. Kemperman: ‘Het is een platform van ons allemaal, waarbij wij denken vanuit de inhoud.’

Terugloop van de instroom

In 2004 is het netwerk Bètapartners officieel van start gegaan, vertelt Kemperman. ‘De instroom van middelbare scholieren in het bètaonderwijs liep flink terug. Volgens decanen die destijds werkzaam waren bij de UvA en VU lag het probleem niet zozeer bij de werving. Zij constateerden dat te weinig scholieren kozen voor een zogeheten N-profiel (Natuur & Techniek of Natuur & Gezondheid in de bovenbouw havo/vwo). En juist dáár, op die middelbare scholen, moest de aansluiting naar het bètaonderwijs worden verbeterd.’

Professionaliseren van docenten

Inmiddels doen 44 scholen voor voortgezet onderwijs mee aan het netwerk. Een belangrijk element waar het netwerk zich op richt is het professionaliseren van docenten. ‘Elk jaar organiseren wij vier vakinhoudelijke nascholingscursussen voor docenten,’ licht Kemperman toe. ‘Soms verandert het aanbod, waardoor docenten vakken moeten geven waar ze weinig kennis van hebben, zoals biofysica of nanotechnologie. En waar kunnen ze deze stof beter leren dan in het brandpunt van de wetenschap?’ Hoogleraren aan de VU en UvA, en soms externe partners, verzorgen deze lessen.

‘Hierbij werken wij bottom up. De eerste vraag die we docenten stellen: Wat hebben jullie nodig om goed les te kunnen geven?’ Als voorbeelden noemt Kemperman ook middelen als e-Learning en flipping the classroom, waarbij lessen worden gefilmd die leerlingen vooraf bekijken. Vervolgens kunnen zij in de les vragen stellen.

Intensieve samenwerking

Volgens Kemperman werken de VU, UvA, HvA en Inholland intensief samen. Zo stellen de universiteiten gezamenlijk leskisten samen die gevuld zijn met materiaal voor proefjes. ‘Het gaat vaak om materiaal dat scholen maar één keer per jaar gebruiken, dat kostbaar is, maar wel een belangrijke aanvulling vormt op de lessen. Ook maken we afspraken over de manier waarop we activiteiten inrichten en spreken we onderling af wat scholen daarvoor betalen.’

‘Ja,' antwoordt Kemperman op de vraag of deze activiteiten geld kosten. ‘Het kost geld, wat soms een bezwaar is. Maar ik geloof dat we een deel van het geld dat we inzetten voor reparatie na de poort, beter vóór de poort kunnen investeren.’

Over grenzen heen kijken

Als voormalig onderwijskundige van beroep voelt Kemperman zich thuis in haar functie. ‘Het pionieren, verbinding leggen met partijen, het werken aan onderwijsconcepten en kwaliteitsverbeteringen voor het bètaonderwijs blijf ik uniek vinden. Sinds ik hier werk, is ons netwerk gegroeid van 24 naar 44 scholen. Dat vind ik een mooie prestatie.’ Hierbij prijst ze de samenwerkingsverbanden. ‘We worden allemaal beter van samenwerking, niet van concurrentie. Wij delen kennis en durven over grenzen heen te kijken. Ik wil Amsterdam sterker maken, goed bedienen en een zekere grip hebben op de keten en het proces.’

De komende tijd richt Kemperman ook haar aandacht op het alfa- en gamma-onderwijs dat het voorbeeld van het bètanetwerk volgt. ‘Het is belangrijk om een grotere structuur aan te kunnen bieden.’