Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Borrelende flesjes, potjes met spannende etiketten, roze licht om de micro-organismen in de flessen extra snel te laten groeien... Professor Stanley Brul en student Delano Sanches lopen door Science Park 904 van het ene lab naar het andere. Welke plek geeft het beste weer wat er allemaal veranderd is in 20 jaar FNWI? Op het gebied van onderwijs of onderzoek, dat maakt niet uit. En het liefst ook nog een plek die er een beetje spannend uitziet voor de foto... De volgende ruimte zit vol pipetterende studenten in witte jassen, in een ander lab een onderzoeker in rode jas – een hoger veiligheidsniveau- want daar wordt gewerkt met pathogene micro-organismen, waarschuwingsbordjes op de deur...

Tekst: Edda Heinsman. Fotografie: Liesbeth Dingemans

Alles precies zoals je het verwacht bij een high tech biologisch laboratorium, een stuk geavanceerder dan de faciliteiten 20 jaar geleden, aldus de moleculair bioloog Stanley Brul. Maar voor het mooiste moeten we volgens de wetenschapper toch een verdieping lager zijn. Trap af, door een paar lange gangen. Er gaat een deur open en daar staat hij: de timsTOF- Pro. Een 2-meter grote machine, glimmend metaal, het neusje van de zalm voor het biochemisch onderzoek.

Masterstudent Delano Sanches is zichtbaar onder de indruk. 'Ik heb natuurlijk college gehad over dit apparaat, ik weet hoe hij werkt en wat hij kan. Maar ik heb er nog nooit mee gewerkt,' zegt Sanches. 'Geen idee dat hij zo groot was. Gaaf!' Wat kan het apparaat? Professor Brul legt uit dat het apparaat gebruikt wordt om eiwitten te bekijken. DNA in kaart brengen, dat kon twintig jaar geleden al. 'Na tien jaar voorwerk lukte het om het totale genoom van een mens in kaart te brengen- 3 miljard stukjes, tegenwoordig een middagje werk,' aldus Brul. 'Het genoom wordt de blauwdruk van het leven genoemd. Maar een echt bouwplan is het niet. Om het bouwwerk te begrijpen moet je weten hoe de blokjes gestapeld zijn, wat de structuur van de eiwitten is.' En daarvoor dus het stalen bakbeest. Hiermee kun je niet alleen zien uit welke elementen materiaal is opgebouwd, maar ook afleiden hoe deze in elkaar grijpen.

Delano Sanches, 21 jaar, rondde afgelopen jaar de bachelor Biomedische Wetenschappen af en studeert nu in de master Oncologie (onderdeel van de master Biomedical Sciences). Loopt stage bij het Louis Vermeulen-lab in het AMC en doet bij experimentele oncologie onderzoek naar een erfelijke vorm van darmkanker.

Brul: 'Vroeger was de cel iets wat je alleen van buiten kon bestuderen. Je kon hem beschrijven, natekenen. De namen van bacteriën zijn gebaseerd op de Latijnse namen voor hoe ze er uit zien: spirillus -met de vorm van een spiraal, bacillus -want die lijkt op een staafje, subtillis- niet heel groot. Maar wat er in zat, was een black box. Nu kunnen we steeds meer de processen echt ín de cel bekijken.' Sanches vult aan: 'Veel medicijnen gebruiken we puur symptomatisch: iemand probeerde iets en het bleek te werken. Alleen wat de onderliggende mechanismen zijn, hoe het medicijn echt werkt, weten we niet. Eiwitten vormen de kern in dit soort processen. Een essentieel onderdeel om te begrijpen hoe de cel werkt.' En dat is belangrijk: meer kennis van de cel is nuttig voor de meest uiteenlopende toepassingen: voor nieuwe geneesmiddelen maar ook bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid en biologische bestrijdingsmiddelen.

Naslagwerk

De afgelopen twintig jaar is niet alleen het onderzoek een stuk gevorderd, ook in het onderwijs hebben de nodige veranderingen plaatsgevonden. Zo is er steeds meer ruimte om te leren op je eigen manier. 'De colleges worden opgenomen, heel handig om dingen terug te kunnen kijken,' zegt Sanches enthousiast. 'Ik gebruik boeken niet om te leren, alleen nog als naslagwerk.' Brul, kersverse onderwijsdirecteur van het College of Life Sciences, pakt het vuistdikke boek Molecular Biology of the Cell erbij. 'Een bepaalde basiskennis is nodig, maar alles weten is onmogelijk. Ik ken ook niet dit hele boek uit mijn hoofd. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Iedereen wordt steeds specialistischer, daarom is het zo belangrijk om goed te blijven communiceren tussen de verschillende specialismen.'

"20 jaar FNWI is zeker reden voor een feestje"

Professor Stanley Brul studeerde scheikunde aan de UvA, promoveerde bij het AMC op het gebied van metabole stapelingsziekten en deed in Nijmegen een postdoc in de microbiologie. Na verschillende onderzoeksfuncties in het buitenland en bedrijfsleven werd hij in 1999 bijzonder hoogleraar in de microbiologie aan de UvA, een functie die hij lange tijd combineerde met onderzoek bij Unilever op het gebied van voedselveiligheid. Inmiddels is hij hoogleraar moleculaire biologie en opleidingsdirecteur van het College of Life Sciences (Biologie, Psychobiologie en Biomedische Wetenschappen).

Het belang van communicatie tussen specialismen ziet Brul dan ook als een van de grote uitdagingen die het vakgebied de komende twintig jaar te wachten staat. En er is meer: bijvoorbeeld omgaan met enorme bakken data. 'We gaan steeds meer toe naar gepersonaliseerde medicijnen, dat vraagt veel rekenkracht.' Brul wijst naar buiten, naar de grote dataopslagcentra en SURFsara. 'Het is de grootste Europese hub van de bioinformatica. Die samenwerking met het bedrijfsleven en informatica, dat is echt een voordeel hier van het Science Park. Het was allemaal best een uitdaging om het hier op het Science Park op te zetten, maar uiteindelijk is het mooi geworden, daar kunnen we best trots op zijn. 20 jaar FNWI is zeker reden voor een feestje.'