Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Waar nog niet zo lang geleden de potten formaldehyde vol bijzondere dieren hoog opgestapeld stonden, is het nu een komen en gaan van toeristen, goed ingepakt tegen de kou, rolkoffers achter zich aanslepend. Tussen alle vakantiegangers vallen twee mensen op: aandachtig bestuderen ze een oude schoolplaat van delende cellen. Het zijn evolutiebioloog Hans Breeuwer en biologiestudente Zilva van Rossum.

Fotografie: Liesbeth Dingemans

Tekst: Edda Heinsman. Fotografie: Liesbeth Dingemans

Als er een plek is die goed laat zien wat er veranderde in twintig jaar FNWI, is het wel deze plek: het oude zoölogisch universiteitsmuseum; tegenwoordig een hotel.

Breeuwer moet lachen wanneer de deur naar het oude auditorium openzwaait. 'Ha wat is het hier veranderd!' Toch ook een beetje een feest der herkenning, geeft hij toe. Breeuwer neemt plaats op zijn vertrouwde plek voor het schoolbord, dat vandaag de dag als menukaart fungeert. Aan de desk is een biertap bevestigd. Van Rossum test ondertussen de ouderwetse collegebanken uit. Diverse details – zoals erlenmeyers als lampen – verwijzen naar de vroegere bestemming van het gebouw.

Mooi vak

Breeuwer, die de bachelor Biologie volgt, heeft heel wat uur doorgebracht in deze collegezaal. Toch is het niet waar zijn passie voor onderwijs ooit begon. Met beide ouders in het onderwijs, was hij eerst zelfs totaal niet in doceren geïnteresseerd. 'Maar biologie is gewoon zo'n mooi vak', zegt Breeuwer. 'En mensen hebben er heel veel vragen over. Op feestjes was ik er continu over aan het vertellen. Zo ontdekte ik dat ik het heel leuk vind om over biologie te praten en ben ik het vak ingerold.' Ook Van Rossum merkt dat ze -sinds ze biologie studeert- de meest uiteenlopende vragen krijgt. 'Mijn bijen hebben last van parasieten, wat moet ik doen?', geeft ze lachend als voorbeeld. 'Maar ik krijg ook veel serieuzere vragen, bijvoorbeeld over het Nederlandse stikstofbeleid of over de invloed van klimaatverandering op de natuur. Ik vind het mooi dat biologie gaat om dat soort grote vragen. Het is de reden waarom ik voor deze studie heb gekozen. Ik wil er aan bijdragen dat we hier met z'n allen goed gemotiveerde beslissingen over kunnen nemen.' Breeuwer: 'Dat is meteen een groot verschil met twintig jaar geleden: de studenten nu zijn veel geëngageerder, meer maatschappelijk betrokken dan vroeger. Bovendien zijn ze beter in communiceren; posters maken, praatjes geven. Een presentatie? Daar draaien ze hun hand niet voor om.

Zilva van Rossum, 20 jaar, studeerde kort geneeskunde, maar stapte over naar biologie. Ze zit nu in het tweede jaar van de bachelor. Is vooral aangetrokken door de maatschappelijke relevantie van de biologie.

Oncomfortabele collegebank

Tijd voor een foto. 'Ah, dat mis ik niet!' Zegt Breeuwer terwijl hij zich dubbel vouwt om naast Van Rossum op de oncomfortabele collegebank te zitten. 'Dit metalen randje aan het tafeltje, zogenaamd handig om je pen tegen te houden, dat snijdt zo lekker in je onderarm. Terwijl het tafeltje ook nog veel te klein is om goed aantekeningen te maken. Er past niet eens een A-viertje op'.

Meubilair is niet het enige wat veranderde in de tijd, ook de manier van informatie verzamelen is niet meer hetzelfde. Dat blijkt vooral in de oude bibliotheek. De statige trappen op, Breeuwer voorop, hij weet de weg. De bieb – een ruimte die nu gebruikt wordt voor yogalessen- lijkt op het eerste gezicht nog op de oude. Met een groot verschil: alle boeken zijn vervangen door oranje nepexemplaren. 'Hier zat ik elke week wel een dag', zegt Breeuwer. 'Hier kon je tot rust komen, vakliteratuur opzoeken. Je had een heel systeem van kaartjes met sleutelwoorden. Het was meteen een manier om dingen goed tot je te nemen. Zo bouwde je een eigen archief op'. Het was dus wel even slikken toen de onderzoekers met de verhuizing naar het Sciencepark hun meters archiefkast moesten verruilen voor slechts één meter plank per persoon. 'Wat zonde!' Zegt Van Rossum. Aan de andere kant geeft ze toe dat de meeste artikelen ook met een druk op de knop online te vinden zijn.

Opleidingsdirecteur Hans Breeuwer studeerde biologie in Groningen. Sinds zijn postdoc in 1993 is hij aan de UvA verbonden. In 1998 werd hij universitair docent en inmiddels is hij universitair hoofddocent. Breeuwer heeft een passie voor onderwijs en geeft uiteenlopende colleges, van Genetica en Evolutie tot Forensische Entomologie .

Contacturen

Breeuwer wijst op een oude biologieprent. 'Heel hip! Zegt Van Rossum. 'Veel studenten hebben er thuis een kopie van hangen.' En hoewel het nateken-practicum tegenwoordig misschien iets minder gedetailleerd is dan 20 jaar geleden – er wordt niet meer met vijf verschillende diktes potlood nagetekend- het bestaat nog steeds. Idee is dat je van tekenen beter leert observeren dan van het maken van een foto. Al die practica maken biologie wel een van de duurste opleidingen. Maar Breeuwer vindt ze het leukst om te geven. 'Ik hoop dat we studenten praktisch onderzoek kunnen blijven laten doen, zodat ze leren en ervaren hoe je feiten verzamelt waarmee je vraagstukken oplost'. Ook bij Van Rossum zijn de practica een favoriet onderdeel van de opleiding. 'Dat hoge aantal contacturen en practica in kleine groepen is geweldig. Heel anders dan bij de studie geneeskunde', zegt ze. 'Het meeste werk doe je op de universiteit; je maakt lange dagen, maar dat is ook gezellig met andere studenten en bovendien ben je dan thuis niet meer zo druk'.

Weer verder door het gebouw. 'Daar stond de printer, was je heel wat tijd kwijt aan dictaten uitprinten, ik heb er behoorlijk wat ruzie mee gehad', lacht Breeuwer. 'En tijdens college stond je te rommelen met een overhead projector'. 'Is dat met van die doorzichtige velletjes?' vraagt Van Rossum. Verontschuldigend: 'Ik besta zelf nog maar twintig jaar...'

DNA sequencing

Genoeg stilgestaan bij het verleden: hoe ziet de biologie er over twintig jaar uit? Van Rossum: 'Er wordt steeds meer data verzameld, er ontstaan enorme datasets die bovendien gedeeld worden. Dus big data wordt steeds belangrijker'. Breeuwer voegt toe: 'Dat is mede te danken aan de enorme sprongen in DNA sequencing. Toen wij begonnen met het in kaart brengen van een DNA profiel was je daar zo twee weken mee zoet. Tegenwoordig is het routinewerk.' Van Rossum: 'Wij leren niet eens meer om zelf te sequencen, het is een proces dat je uitbesteedt aan een bedrijf'.

Hoe ziet Breeuwer als opleidingsdirecteur de toekomst? 'Hopelijk is er nog meer samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek tussen de verschillende disciplines. Belangrijke maatschappelijke vraagstukken als duurzaamheid zijn zo groot dat er een multidisciplinaire aanpak nodig is waarbij de expertise van verschillende vakgebieden moet worden gebundeld. Het lijkt me mooi als we vanuit de verschillende vakgebieden – echt ieder met zijn eigen kennis – meer samen gaan werken aan de grote vragen, bijvoorbeeld op gebied van duurzaamheid. Daarvoor is de nieuwbouw op het Sciencepark, waarbij iedereen op hetzelfde terrein zit, ideaal.'