Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

NWO-NRO heeft een subsidie van drie ton toegekend aan de Amsterdam Law Practice, voor praktijkgericht onderzoek naar ervaringsonderwijs in de rechtenopleiding. Naast de FdR zijn ook UvA-Onderwijswetenschappen, HvA Rechten en het SSR-Studiecentrum Rechtspleging betrokken bij het onderzoek.

De aanvraag bij NWO-NRO is in gang gezet door de Amsterdam Law Practice. De behoefte bestond om naast de ALP-pilot evaluatie ook zelf wetenschappelijk onderzoek te doen naar de invoering van ervaringsonderwijs aan de faculteit. Het onderzoek wordt samen uitgevoerd met  Onderwijswetenschappen van de UvA, HvA Rechten en met het SSR- Studiecentrum Rechtspleging (het opleidingsinstituut van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie).

Aanleiding en vraagstelling

Om studenten in juridische opleidingen voor te bereiden op de veranderende en wisselende rollen die ze in de maatschappij gaan vervullen, is het belangrijk dat ze al tijdens hun studie ervaring opdoen met het toepassen van wetenschappelijke kennis vanuit een beroepsrol. In de Verenigde Staten wordt dit onderwijs voor juristen al enige tijd aangeboden, in de vorm van experiential education, met goede resultaten. 

In Nederland is in de afgelopen vijftig jaar weinig veranderd aan de manier waarop juristen worden opgeleid. Met de start van de pilot Amsterdam Law Practice doet zich een unieke situatie voor om te onderzoeken hoe docenten ervaringsonderwijs kunnen inzetten als brug naar de samenleving, bijvoorbeeld in clinics, law labs en simulaties. Daarop richt zich het voorgestelde onderzoek.

Het juridische ervaringsonderwijs wordt in dit onderzoek geëvalueerd en onderzocht op basis van hun bijdrage aan professionele competenties, professionele identiteit, betrokkenheid, tevredenheid en prestaties van studenten, en de mechanismen die daaraan ten grondslag liggen. Op basis hiervan kunnen initiële ontwerpprincipes van ervaringsonderwijs voor het Nederlandse rechtenonderwijs worden aangescherpt.

Onderzoeksgroep

Vanuit Onderwijswetenschappen (UvA) zijn Monique Volman en Frank Cornelissen betrokken (met een gedeelde aanstelling bij de SSR en de UvA-onderwijswetenschappen). Vanuit HvA Rechten is Arnt Mein betrokken. Vanuit de FdR zijn Daphne Dijkman, Egbert Neels, Iris van Domselaar, Anniek de Ruijter, Benjamin van Rooij en Andre Nollkaemper betrokken.