Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Drie jaar bekleedde ze de Bregstein-leerstoel, nu neemt ze bijna afscheid. Ruth de Bock (1964), hoogleraar, advocaat-generaal bij de Hoge Raad en filosoof, zet zich al jaren in voor een toegankelijker rechtssysteem. ‘De procedures moeten minder ingewikkeld, en de kosten lager. Het recht moet toegankelijk blijven.’

Het Bregstein-symposium waarmee Ruth de Bock afscheid neemt van de Bregstein-leerstoel heeft als thema Rechtvaardigheid en de civiele rechter. Op 5 april van 13.00 tot 16.50 uur, in de Moot Court-zaal in gebouw REC A. Toegang is gratis.

Wat heb je de afgelopen drie jaar onderzocht?
‘Ik heb me verdiept in de werking van het civiele rechtssysteem. Ik vind het een zorgelijke ontwikkeling dat mensen vaker buiten de rechter om hun geschillen beslechten, omdat de civiele procedure onvoldoende toegankelijk is. De procedures zijn te traag, het is te ingewikkeld, en de kosten zijn te hoog. Soms net zo hoog als het bedrag waarover een geschil bestaat. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Een niet betaalde rekening van een paar duizend euro kan voor een kleine ondernemer het verschil betekenen tussen een faillissement of voortbestaan.’

Buitengerechtelijke alternatieven zijn soms goedkoper.
‘In sommige gevallen, maar er zijn ook nadelen. De civiele rechter mag niet buitenspel worden gezet. Dat zie je nu in Groningen gebeuren bij de aardbevingsschade. In de plannen die er nu liggen moeten mensen naar de bestuursrechter; de civiele rechter wordt als te ingewikkeld en te duur beschouwd. En bij e-Court, een commerciële online-rechter die actief was voor incassozaken, is gebleken dat openbaarheid en transparantie niet zijn gegarandeerd. Wel een mooie ontwikkeling vind ik de Regelrechter in Rotterdam, die, net zoals de rijdende rechter, op locatie het geschil gaat beoordelen. Op een laagdrempelige manier. Mensen kunnen hun zaak ook eenvoudig aanmelden.’

Wat kan beter? En eenvoudiger?

‘De geschilbeslechting moet worden verbeterd. Mijn pleidooi is, verrassend misschien, om de civiele rechter méér te belasten. De civiele procedure moet minder ingewikkeld, de procedures moeten anders ingericht. Én de kosten moeten lager. Dat kan door lagere griffierechten en het simpeler maken dat mensen zonder advocaat kunnen procederen. Een rechter geeft richting in de rechtsontwikkeling. Dat is een werking die veel verder gaat dan de oplossing van een individuele zaak: het gaat om de bescherming van de rechtsorde.’ 

Wat is gerechtigheid?

‘Mensen moeten hun recht kunnen halen. Zij hebben volgens de rechtsregels recht op een beslissing van de rechter. Op het moment dat die mogelijkheid niet reëel is of wegvalt, is er ook geen gerechtigheid. Het recht moet toegankelijk blijven.’ 

Ben je een roepende in de woestijn?
‘Nee, zo voel ik me zeker niet. De noodzaak van vernieuwing is doorgedrongen tot alle lagen van de rechtspraak. Dat is ook terug te lezen in het net verschenen visitatierapport, het vierjaarlijks rapport over de kwaliteit van de rechtspraak, dat niet heel positief van toon was. Belangrijk punt: de werkbelasting is te hoog, waardoor er onvoldoende aandacht gaat naar het aanpassen van de rechtspraak aan de eisen van deze tijd.’

De leerstoel, blijft die nu leeg?
‘Nee, het is een wisselleerstoel die elke drie kaar wisselt. Deze leerstoel is een nalatenschap van hoogleraar Marcel Bregstein, een Joodse Amsterdammer, die in de vorige eeuw privaatrecht doceerde aan de UvA. Na zijn vroege overlijden, een tragisch ongeval in Italië, werd de Bregstein-stichting opgericht, om de privaatrechtswetenschap aan de UvA te bevorderen. Elke hoogleraar die de leerstoel bekleedt, geeft daar een eigen invulling aan, dat is ook het leuke van deze leerstoel. Mijn voorganger Jelle Janssen was gespecialiseerd in rechtsgeschiedenis.’

Wat ga je nu doen?   
‘Ik krijg, waarschijnlijk, een kleine vaste leerstoel aan de UvA. Ja, geweldig vind ik dat. Daarin ligt de nadruk op onderwijs. Zo ga ik tweedejaars begeleiden bij het keuzevak Moot Court: praktijkleren in een oefenrechtbank. Leuk voor de UvA is dat ik zelf als rechter heb gewerkt. Doceren is geweldig leuk, die verbinding tussen theorie en praktijk is mijn sterke kant, vind ik. Ik doe het graag, naast mijn werk als advocaat-generaal bij de Hoge Raad in Den Haag.’  

Wat geef je je studenten mee?
‘Dat het niet alleen om de regels, maar om het dóel van de regels gaat. Het wordt pas boeiend als je gaat nadenken over het grotere plaatje van het civiele recht. Dat laat ik altijd teugkomen in mijn colleges. Ik hoop dat ik daarin een inspiratiebron kan zijn.’