Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

De commotie was enorm toen eind januari de commissie Regulering van Werk, in de volksmond ‘Commissie Borstlap’, met resultaten naar buiten kwam. Johan Zwemmer van de sectie Arbeidsrecht was lid van de commissie en zat als adviseur van Borstlap op de eerste rij. Hoe is het om als wetenschapper input te geven op politiek zeer gevoelige kwesties? Johan vertelt over zijn jaar in ‘Borstlap’.

De opdracht van de commissie

Eind 2018 stelde het kabinet de onafhankelijke commissie Regulering van Werk in. De opdracht: geef binnen een jaar een advies over de situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Passen de huidige regels en wetten nog bij de manier waarop we werken? De commissie bestond uit negen deskundigen, voornamelijk wetenschappers, de voorzitter was oud-topambtenaar Hans Borstlap.

In januari 2020 kwam het advies naar buiten, door de media omschreven als een ‘totale hervorming van de spelregels op de arbeidsmarkt’. De commissie stelt ingrepen voor in de loonbelasting, het arbeidsrecht en in de sociale zekerheid. Het meest concrete voorstel was: het terugdringen van flexwerk, het invoeren van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor iedere werkende, en de mogelijkheid om een vast contract aan te passen.

Johan Zwemmer, docent en onderzoeker bij de vakgroep Arbeidsrecht, was een van de deskundigen. Samen met andere wetenschappers uit recht en economie werkte hij een jaar lang aan een advies dat op 23 januari 2020 werd gepresenteerd aan de regering. Hij vertelt over zijn ervaringen tijdens zijn jaar in ‘Borstlap’.

Advies geven over de toekomst van de arbeidsmarkt

‘Eind 2018 kreeg ik een telefoontje van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Of ik interesse had om deel te nemen aan een commissie die een advies moest schrijven over de toekomst van de arbeidsmarkt. Het team bleek enorm gevarieerd, juristen en economen met heel uiteenlopende expertises maar allemaal met een focus op arbeid en de arbeidsmarkt. Het leek me ontzettend interessant om mijn wetenschappelijke expertise om te zetten in praktische oplossingen.

In 2012 ben ik gepromoveerd op het onderwerp werkgeverschap. In de laatste honderd jaar is de rol van de werkgever binnen de arbeidsovereenkomst ingrijpend veranderd. Op dit moment werkt een substantieel deel van de beroepsbevolking in Nederland op basis van uiteenlopende flex- en andere contracten onder juridische noemers die daarvoor helemaal niet bedoeld zijn. De vraag is dan: wie is de werkgever? Welke regels gelden er?

We hebben 1,3 miljoen zzp’ers in Nederland. Die hebben helemaal geen werkgever, zijn veelal niet verzekerd. Door de onzekerheid over werk en inkomen kunnen ze vaak geen huis kopen en stichten ze minder snel een gezin. Tijdens mijn promotie vond ik al dat er echt iets moet veranderen. Het is een vraag die de politiek nu ook enorm bezighoudt. De arbeidsmarkt knelt, zowel op het gebied van arbeidsrecht, als sociale zekerheid, belasting en onderwijs. Daarom was ik enorm gemotiveerd om me voor deze commissie in te zetten.’

Docent en onderzoeker Arbeidsrecht aan de UvA: Johan Zwemmer
Copyright: FdR
Het is spannend om aan de fundamenten te rommelen, maar ik ben ervan overtuigd dat het nodig is

 

‘Iedere maand op vrijdagavond kwamen we bij elkaar in Utrecht. Een vergadering begon om 16.00 uur, eindigde rond 21.00 uur. Vooraf kregen we stapels rapporten om door te nemen. De discussies waren soms hevig, maar argumenten werden altijd onderbouwd met feitelijk onderzoek. Het werk was enorm enerverend omdat we in opdracht van de regering werkten en van ons een duidelijk advies met concrete antwoorden werd verwacht. 

De meest uitdagende vraag ging naar mijn mening over het concept van overheidsingrijpen in de relatie tussen werkende en werkgevende. In hoeverre mag en moet de overheid nog met regels ingrijpen in de manier waarop mensen werken? Het gaat ook over de wens om autonomie en regie over je eigen leven te hebben. Voor een jurist is dit een zeer uitdagende vraagstelling. Want de vraag gaat veel verder dan simpelweg het uitleggen van een wet. Eigenlijk draai je het om: past de wet nog op de situatie?

Kritiek op het rapport

De reacties op het rapport waren fel. Iedereen had wel wat te klagen. Zzp-clubs en uitzendbureaus en payroll- en detacheerbedrijven vinden het paternalistisch of ouderwets. Politieke partijen, vakbonden, werkgevers en belangenorganisaties reageren vanuit hun eigen belangen en gedachtengoed. We hadden dit wel voorzien, omdat wij een integraal herontwerp adviseren van alle regels rondom werk op het gebied van arbeidsrecht, sociale zekerheid, fiscaliteit en persoonlijke ontwikkeling tijdens de loopbaan. Dat betekent veranderingen voor iedereen. Het is spannend om aan de fundamenten te rommelen, maar ik ben ervan overtuigd dat het nodig is.

Toch vond ik de kritiek vaak erg voor de bühne en ingegeven vanuit eigenbelang. Als commissielid en wetenschapper heb je dan heel erg de behoefte om uit leggen waarom je tot bepaalde keuzes komt. Je wilt eigenlijk op een zeepkist gaan staan en dat schreeuwend aan mensen vertellen. In de commissie is een beredeneerde afweging gemaakt. Het advies is niet ingegeven door deelbelangen of politieke kleur, maar is tot stand gekomen op basis van onderzoeken uit de afgelopen jaren, eigen expertise van de commissieleden en honderden gesprekken met belanghebbenden, zoals zzp’ers, ondernemers, vakbonden en ook millennials.

Inspirerende en leerzame ervaring

Al met al was het groot avontuur. Ik vond vooral de interdisciplinaire opzet erg inspirerend. Het leert je om niet vanuit je eigen juridische koker te kijken, maar daarbij ook economische en sociaal-maatschappelijke visies mee te nemen. Dit type onderzoek heeft me zo gegrepen dat ik nu deelneem aan vervolgonderzoeken waarin weer interdisciplinair wordt samengewerkt, zoals in het ‘Platform de Toekomst van Arbeid’. Ik werk samen met mensen uit het veld om concreet uit te werken wat in het Borstlap-rapport is geadviseerd. Uiteindelijk gaat het erom dat de maatschappij er beter van wordt. Ik ben ervan overtuigd dat regels rondom werk voor iedereen moeten kunnen werken!’