Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Van de Wet Auteurscontractenrecht, in het leven geroepen om de contractuele positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars te versterken, wordt in de praktijk nog weinig gebruik gemaakt. Dat blijkt uit onderzoek door Stef van Gompel, Bernt Hugenholtz, Joost Poort en Luna Schumacher (Instituut voor Informatierecht) in samenwerking met Dirk Visser (Universiteit Leiden). Minister Dekker overweegt aanpassing van de wet.

De Wet Auteurscontractenrecht werd in 2015 als een nieuw onderdeel van de Auteurswet ingevoerd. De gedachte was dat veel auteurs en artiesten in hun relatie met exploitanten een zwakke onderhandelingspositie innemen. Daarom bevat de Wet allerlei regels om oneerlijke contracten te voorkomen.  

Volgens de onderzoekers moet de Wet op een aantal van punten worden aangepast of verduidelijkt. Zo zouden exploitanten bij wet – of via subsidievoorwaarden – verplicht moeten worden om mee te werken aan procedures bij de geschillencommissie. Ook zou de overheid publiek gefinancierde of gesubsidieerde exploitanten, zoals de publieke omroep en (veel) filmproducenten, kunnen verplichten om het recht op billijke vergoeding beter na te leven. 

De huidige Wet voorziet verder in een speciaal vergoedingsrecht voor filmmakers en -acteurs. Deze geldt wel voor kabeldoorgifte maar nog niet voor VOD-diensten zoals Netflix. De bestaande vrijwillige vergoedingsregeling voor VOD blijkt in de praktijk slecht te werken; daarom wordt voorgesteld om ook deze vergoeding voortaan wettelijk te regelen.

Aanpassing

Op 18 november 2020 heeft minister Dekker (Rechtsbescherming), mede namens minister Van Engelshoven (OCW), het evaluatieonderzoek van de Wet auteurscontractenrecht aan de Tweede Kamer aangeboden. In een begeleidende brief schrijft de minister dat het rapport aanleiding geeft om aanpassing van de wet in overweging te nemen.