Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Op 15 augustus 2021 overleed Piet Abas, emeritus-hoogleraar Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.

Piet Abas startte zijn academische loopbaan in Amsterdam, waar hij achtereenvolgens studeerde en in 1972 promoveerde bij G.J. Scholten op een proefschrift over de beperkende werking van de goede trouw. Vanaf 1979 was hij tevens rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Haarlem.

Na een tussenstap als wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Leiden aanvaardde Piet Abas op 1 januari 1985 de leeropdracht Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zijn leeropdracht omvatte onder meer het bijzondere overeenkomstenrecht, met speciale aandacht voor de koopovereenkomst en het huurrecht. In het curriculum werd dat destijds aangeduid als 'Privaatrecht Blok B'. Piet doceerde in alle jaren van het curriculum, maar was pas echt in zijn element bij het keuzevak Capita Selecta Privaatrecht waarin de kernthema’s van het huurrecht centraal stonden in samenhang met de achterliggende beginselen van het algemene vermogensrecht.

Op 18 november 1985 sprak Piet Abas zijn oratie uit, getiteld De betekenis van de feiten: iets over de betekenis van de feiten in theorie, praktijk en onderwijs. De oratie borduurde voort op een onderwerp dat hem na aan het hart lag, het aan studenten leren hoe zij een casuspositie moeten oplossen. In Leiden ontwikkelde Piet daartoe samen met collega’s een studieboek voor het eerstejaarsvak Practicum Methoden en Technieken. 'De primaire taak van de rechter is het vaststellen van de feiten (…). Rechtsvorming is niet voor niets het op elkaar afstemmen van feiten en normen.' Aldus de zinnen die ik als Leids eerstejaarsstudent van Piet Abas onderstreepte in P. Abas, A. Broekers-Knol c.s. Een methode voor het oplossen van casusposities. Een juridisch practicum (Gouda Quint BV – Arnhem 1985, p. 13-14.)

Piet Abas had een grote kennis van het privaatrecht en beheerste vele talen waaronder het Italiaans. Met doorwrochte artikelen borduurde hij voort op zijn proefschrift over de beperkende werking van de goede trouw, zoals in de afscheidsbundel voor zijn promotor Scholten in 1979. In het voorwoord van zijn rechtsvergelijkende studie Rebus sic stantibus (1989) constateerde hij met voldoening dat zijn pleidooi voor het erkennen van de beperkende werking van de goede trouw door wetgever en rechtspraak was aanvaard. In de jaren daarna volgde hij de rechtsontwikkelingen op de voet en publiceerde hij zijn opvattingen in gezaghebbende juridische tijdschriften, zoals NTBR en WPNR. Piet was bewerker van het deel Bijzondere overeenkomsten 5-II, huur en pacht van de Asser-serie en auteur van de NBW-monografie Rechterlijke matiging van schulden. Hij schreef onder meer in de Stein-bundel, de Cahen-bundel en de Wedekind-bundel. Piet was medewerker van Ars Aequi waarvoor hij rechtsvragen beantwoordde over uiteenlopende onderwerpen zoals het huurrecht en het afbreken van onderhandelingen. Gedurende enige jaren was Piet Abas afdelingsvoorzitter Privaatrecht.

Tot slot een persoonlijke herinnering. Mijn eerste kennismaking met Piet Abas was in het eerste semester van collegejaar 1984-1985, mijn eerste jaar als avondstudent Rechten in Leiden. Soms kwam het met mijn baan als lerares Frans in het middelbaar onderwijs beter uit om overdag een werkgroep of een college te volgen en zodoende kwam ik terecht in een werkgroep Practicum met dagstudenten waarvan Piet de docent was. Ik kan me zijn prikkelende manier van lesgeven nog goed herinneren. In een Engelstalige tekst kwam the man in the Clapham-omnibus voor. Niemand (ook ik niet) had de moeite genomen om op te zoeken wat daarmee werd bedoeld. Piet sprong uit zijn vel en zonder verder aandacht te besteden aan de betekenis – de hypothetische redelijke persoon in het Engelse recht – wreef hij ons in dat we het niet zouden gaan redden als we niet leergierig en nieuwsgierig waren. Het is me daarna nooit meer overkomen dat ik een onbekend woord of een onbekende uitdrukking niet meteen opzocht en nadacht over de betekenis.

Een docent is een voorbijganger in het leven van vele jaargangen studenten. Een docent die kans ziet een academisch prikkelend vonkje over te laten springen op (een deel van) zijn studenten heeft iets moois bereikt.

Diana Dankers-Hagenaars, UHD Privaatrecht Afdeling Privaatrecht, oud-collega en oud-student van Piet Abas