Faculteit der Rechtsgeleerdheid
3 juni 2026
Toen we dit voorjaar met Mick spraken, zat hij middenin een intensieve selectieprocedure. Het wedstrijdseizoen moest nog beginnen, maar de spanning was er al wel. ‘We zijn nu vooral intern wedstrijden aan het roeien om de ploegen te bepalen voor dit jaar,’ vertelt Mick. Hij heeft net een training achter de rug. ‘De selectie gebeurt voor een groot deel op basis van de afgelopen jaren. Als je goed hebt gepresteerd op het WK of tijdens de Olympische Spelen, dan heb je al snel goede papieren. Maar nu krijgen anderen ook weer een kans om zich te laten zien.’ Daardoor is deze periode spannend. ‘Het WK is pas in augustus, dus qua vorm lijkt het allemaal goed te komen.'
Zijn route naar de rechtenstudie verliep niet helemaal rechtstreeks. ‘Ik heb eerst een jaar economie gedaan,’ vertelt Mick. ‘Dat ging me goed af op de middelbare school. Maar die studie beviel me toch niet helemaal.’ Dus stapte hij over naar rechten. Die keuze bleek een gouden greep. ‘Er zijn elementen binnen rechten, zoals discussiëren, die heel goed bij mij passen. En ook het nadenken over wat rechtvaardig is, hoe het rechtssysteem in elkaar zit, vond ik interessant om te doorgronden.’
Die interesse kwam terug in zijn scriptie. ‘Mijn masterscriptie schreef ik over Urgenda, vanuit een meer rechtsfilosofisch perspectief,’ vertelt hij. Daar zat voor hem de aantrekkingskracht van het recht: niet alleen regels toepassen, maar nadenken over de fundamenten.
Hoewel Mick uiteindelijk niet de klassieke juridische route koos, merkt hij nog steeds de invloed van zijn studie. ‘Als rechtenstudent wissel je veel uit. In werkgroepen moet je een positie innemen en leer je je standpunt gestructureerd te onderbouwen.’ Die vaardigheid gebruikt hij nu ook in de boot. ‘Als roeier heb je soms verschil van inzicht. Over hoe je een toernooi moet benaderen, over hoe je technisch moet roeien. Dan heb je overtuigingskracht nodig. Dat is echt iets wat je tijdens een rechtenstudie leert.’
Ook in zijn werk heeft hij profijt van zijn studie. ‘Ik stel contracten op en weet hoe ik makkelijk dingen kan uitzoeken voor recruitment.’ Soms merkt hij het zelfs in zijn taalgebruik. ‘Ik denk dat ik zelf niet altijd doorheb dat ik als een jurist praat. Dat is tijdens de studie normaal geworden.’
Wat zijn studententijd bijzonder maakte, is dat Mick op dat moment pas ging roeien. ‘Ik ben op mijn 19e begonnen. Inmiddels ben ik 33.’ Hij had veel andere sporten gedaan, maar nergens viel alles zo op zijn plek als bij het roeien.
‘Roeien is een zeer tijdsintensieve sport,’ zegt hij. ‘Wij trainen nu 14 keer per week. We hebben op zondag vrij en trainen de andere dagen 2 of 3 keer per dag.’ Zo’n schema kost niet alleen tijd, maar ook veel energie. Juist daardoor bleek rechten een studie die relatief goed te combineren was met het roeien. ‘Rechten was een fijne studie om naast mijn sport te doen,’ zegt hij. ‘Je hoeft niet in een laboratorium te staan en hoorcolleges kun je terugkijken.’ Die flexibiliteit hielp, maar het was niet altijd makkelijk. ‘Het is verleidelijk om dingen uit te stellen. Daar ben ik wel achter gekomen.’ Vooral in het begin moest hij daar een weg in vinden.
Het combineren van topsport met een studie vergt niet alleen discipline, maar ook begrip vanuit de opleiding. ‘Tijdens mijn studie was ik nog geen officiële bondsroeier,’ vertelt hij. ‘Ik had nog geen A-status en behoorde nog niet echt tot de wereldtop.’
Juist voor die groep zouden de faciliteiten volgens hem beter kunnen. ‘Het hangt er heel erg vanaf hoe welwillend een studieadviseur is.’ Zelf heeft hij daar wisselende ervaringen mee. ‘Ik had een heel prettige studieadviseur die het allemaal supermooi vond en wilde meedenken. Maar ik heb ook wel eens meegemaakt dat dat minder het geval was.’
Ook zijn studentenleven kreeg een andere vorm toen het roeien serieuzer werd. Mick woonde op dat moment al op kamers in Amsterdam. ‘Voordat ik ging roeien, was ik lid bij het Amsterdamsch Studenten Corps. Toen ik ging roeien, nam dat mijn leven over.’
Toch bleef hij wel wonen met jaargenoten van het ASC. Had hij verwacht dat zijn leven er nu zo uit zou zien? ‘Nee, het is wel iets waar ik van droomde als kind. Maar ik had nooit de sport gedaan waar mijn talent lag.’ In het roeien kwam alles samen. ‘Ik ben 2 meter lang. Ik bleek veel gevoel te hebben voor roeien, voor hoe je een boot versnelt.’ Dat zagen anderen ook. ‘Er werd tegen me gezegd: jij kan hier heel goed in worden.’ Die erkenning motiveerde hem om door te gaan.
Naast het roeien werkt Mick nu bij Fortaegis Technologies, een start-up die zich richt op chipbeveiliging. Ook daar klinkt dezelfde gedrevenheid door. ‘We bouwen een heel veilige chip,’ legt hij uit. ‘Normaal doe je beveiliging van chips via software, maar wij doen dat in de hardware zelf. Dat is echt revolutionair.’
Mick houdt zich bezig met recruitment. ‘Ik doe nu eigenlijk alles op recruitmentgebied,’ vertelt hij. Een rol met veel verantwoordelijkheid, maar juist daardoor ook interessant. ‘We zijn hard aan het opschalen, dus het is heel belangrijk dat er goede mensen bijkomen.’
Dat deze baan goed te combineren is met zijn leven als roeier, is essentieel. ‘Mijn uren kan ik helemaal zelf indelen,’ vertelt hij. Dat hij olympiër is, speelde bovendien een rol in zijn aanstelling. ‘Ze streven een bepaalde cultuur na in het bedrijf.’ Samen met collega Edith Bos, judoka, helpt hij die cultuur vorm te geven. Ook hier komt zijn juridische achtergrond van pas. ‘We hebben wel eens onderhandelingen of conflicten met externe recruiters. Dan heb ik enorm voordeel van mijn rechtenopleiding.’
Niet alleen de inhoud trekt hem aan in het bedrijf, maar ook die cultuur. ‘We zien onszelf echt als het nieuwe ASML,’ zegt hij. Die ambitie herkent hij uit de sport. ‘Gewoon goed is niet genoeg. We willen iets exceptioneels doen.’
Micks loopbaan laat zien dat je pad tijdens je studie nog niet hoeft vast te liggen. Niet alles hoeft vooraf uitgestippeld te zijn. Zelf klinkt hij opvallend ontspannen over de toekomst. Hij heeft grote ambities, maar ook gevoel voor timing. Nu is het moment om nog volop te roeien. Later komt de rest. ‘Ik kan de rest van mijn leven nog op kantoor zitten,’ zegt hij lachend.