Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Werknemers die net wat meer doen dan van ze gevraagd wordt, komen niet op bestelling. Het is vooral de organisatie die bepaalt of werknemers ‘proactief’ zijn, zegt promovenda Renske van Geffen.

Renske van Geffen

Wanneer Renske van Geffen wil uitleggen wat een proactieve werknemer precies is, begint ze over de portier van de Agnietenkapel, de plek waar UvA-promovendi hun verdediging voeren om de graad van doctor te behalen. “Deze portier heeft besloten dat het zijn taak is om gestreste promovendi even tot rust te brengen. Hij spreekt ze even aan en zegt: ‘Zorg vooral dat je ervan geniet’. Verder ontvangt hij ouders en grootouders en maakt verbinding met mensen. Ik weet dat hij altijd zo optreedt bij promoties. Formeel hoeft hij dit als portier allemaal niet op deze manier te doen.”

Van Geffen maakte het zelf mee toen ze op 11 september promoveerde op het proefschrift met de titel ‘Proactivity in Concert; an Interactive Perspective on Employee Proactivity’. De portier voldoet volledig aan de definitie waar haar proefschrift om draait. “Proactiviteit is het op eigen initiatief vertonen van toekomstgericht gedrag om de werksituatie te verbeteren”, zegt Van Geffen. “Het komt erop neer dat iemand denkt: ‘Dit kan anders’. Dat kan zijn voor de eigen werksituatie of voor de hele werkomgeving. Het doel is het bewerkstelligen van een positieve verandering.”

Technologie

Van Geffen heeft een scherp oog ontwikkeld voor werk en hoe werknemers in samenwerking tot goede prestaties kunnen komen. “Een gezonde werkomgeving is belangrijk” zegt Van Geffen. “In de samenleving wordt gezond werk echter onvoldoende gestimuleerd en gewaardeerd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop bedrijven technologie inzetten. Doorgaans heeft technologie tot doel om te bezuinigen, maar het zou veel meer moeten worden ingezet om mensen de ruimte te geven om te doen wat ze goed kunnen en zo het beste uit ze naar boven te halen.”

Als voorbeeld noemt Van Geffen supermarkten die in toenemende mate overgaan tot ‘zelf afrekenen’. “Het is prima als daarmee werk wordt opgeheven dat niet zonder meer inspirerend is. Maar het zou goed zijn wanneer de overtollig medewerkers vervolgens worden ingezet om bijvoorbeeld de klanten in de winkel te helpen. Dat gebeurt echter niet. Per saldo wordt de winkelervaring voor klanten minder.” Van Geffen ziet het op veel plekken gebeuren; in de gezondheidszorg, de productie en in dienstverlenende omgevingen zoals restaurants.

Philips

Aan de Universiteit van Tilburg behaalde Van Geffen de bachelor Personeelswetenschappen, een studie die Van Geffen omschrijft als ‘alles wat met werk te maken heeft’. Het is een combinatie van psychologie, sociologie, economie en arbeidsrecht en valt onder de sociale studies. Daarop deed Van Geffen in Tilburg een tweejarige research master in Social Behavioral Sciences. In 2012 startte ze met haar promotie aan Amsterdam Business School (ABS) van de UvA.

“Het lag tijdens mijn bachelor voor de hand om in de human resources te gaan”, zegt Van Geffen. “Ik dacht altijd dat ik HR-manager bij een multinational zou worden en heb een half jaar stage gedaan bij Philips. Van die gedachte ben ik nu geheel verlost. Multinationals kunnen heel log zijn. Philips was ooit heel innovatief, maar ik zat in een omgeving waarin werd gereorganiseerd. Daarbij haalden ze niet het beste uit de mensen naar boven.” Ze geeft les nu aan de Hogeschool van Amsterdam en traint promovendi in Delft in het aanpakken van problemen bij het opzetten van hun onderzoek.

Proactiviteit

Uit het onderzoek van Van Geffen blijkt dat proactiviteit kan ontstaan in een omgeving waarbij aan ten minste drie belangrijke voorwaarden is voldaan. De eerste is zelfvertrouwen bij de werknemer. “Dat is niet zozeer een algemeen vertrouwen in jezelf, maar vertrouwen hebben dat je iets kunt.” Daarnaast speelt autonomie een grote rol. “Als alles binnen de organisatie vastligt en werknemers weinig speelruimte hebben, is voor proactiviteit weinig plaats.” Tot slot komt het aan op leiderschap. De wisselwerking tussen een manager en de werknemer bepaalt in hoge mate in hoeverre deze werknemers zich proactief opstellen.

Daarmee wordt direct duidelijk dat proactiviteit hoofdzakelijk wordt bepaald door hoe mensen samenwerken. “De mate van zelfvertrouwen is voor een groot deel afhankelijk van hoe anderen met jou omgaan. Dat geldt evenzeer voor autonomie, wat draait om hoeveel ruimte je krijgt van anderen. En uiteraard is leiderschap per definitie een vorm van samenwerking.” Proactiviteit is daarmee volgens Van Geffen wat anders dan creativiteit. “Iedereen is wel in zekere mate creatief, maar het gaat om de vraag of en hoe ideeën worden omgezet in daden. Daar heeft een organisatie grote invloed op, ook of deze daden een succes worden.” De tegenhanger van de proactieve werknemer is de ‘reactieve’ werknemer, iemand die alleen reageert op prikkels van buiten. “Ik zie tegenwoordig alles door de bril van samenwerking”, zegt Van Geffen.

Praktijk

Met het vaststellen van de voorwaarden voor proactiviteit zijn ondernemingen er nog niet. “Selecteer managers die een zekere mate van zelfvertrouwen hebben en dit bij hun medewerkers kunnen aanwakkeren. Onzekere leiders reageren vaak negatief op nieuwe ideeën.” Managers hebben volgens Van Geffen veel invloed op de werksituatie. “Wanneer een manager je in de weg zit, dan moet je wegwezen. Dat zeggen veel wetenschappers, het is vechten tegen de bierkaai.”

Het tweede is dat teams als geheel meer proactief zijn wanneer deze gebruikmaken van diverse visies binnen het team en deze openlijk bespreken. “Hoe meer verschillende visies mensen meebrengen, hoe beter dat is voor de proactiviteit van mensen en teams. Het omgekeerde kan echter ook het geval zijn.”

Als het aan Van Geffen ligt, worden ondernemingen zich bewuster van de waarde van hun werknemers en het belang van een gezonde samenwerking. “In bijna elke vacature kom je tegenwoordig tegen dat ze mensen zoeken met een ‘proactieve werkhouding’. De aanname is kennelijk dat als je veel proactieve mensen aanstelt, het vanzelf positief is.” Volgens Van Geffen is het maar de vraag of mensen zonder sturing en de goede samenwerking wel proactief blijven en of hun proactiviteit wel zinvol is. “Zo’n bedrijf legt de verantwoordelijkheid helemaal bij de werknemer. Dat is onjuist, omdat het vooral de organisatie is die mensen proactief kan maken.”

Meer weten? E-mail: R.E.vanGeffen@uva.nl