Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

​​​​​​​Nederlandse leerlingen in het eerste jaar van de middelbare school steunen in grote mate de kernwaarden van de democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd zijn er aan het begin van het voortgezet onderwijs al flinke verschillen tussen jongeren. Dat blijkt uit het Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen (ADKS) van de Universiteit van Amsterdam. Het ADKS is een nieuw meerjarig onderzoeksproject naar de ontwikkeling van democratische waarden onder leerlingen in het voortgezet onderwijs. Voor het onderzoek zijn 2500 eerstejaars leerlingen ondervraagd op een vijftigtal scholen in Nederland.

-

Steun voor de democratie en haar beginselen

De laatste jaren hebben politici en wetenschappers zorgen geuit over het belang dat jongeren hechten aan de democratische rechtsstaat. Maar die zorgen lijken overtrokken. Leerlingen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs betuigen veel steun aan de principes van de democratie. Zo is het merendeel van de jongeren voorstander van de vertegenwoordigende of de directe democratie. Ook onderschrijft een zeer groot deel van de leerlingen de scheiding der machten: de premier moet het oordeel van de rechter volgen, en mag onwelgevallige rechters niet ontslaan. Ook de bereidheid om te gaan stemmen is groot onder eerstejaars leerlingen. Maar liefst 77 procent van de leerlingen zegt waarschijnlijk of zeker te zullen gaan stemmen zodra zij achttien jaar oud zijn.

Net als onder volwassenen is het vertrouwen in politici onder eerstejaars leerlingen niet bijzonder hoog: vijftig procent van de leerlingen heeft vertrouwen in politici. Dat is aanzienlijk minder dan het vertrouwen in dokters, het leger, politieagenten, en rechters.

Al bij aanvang van de middelbare school een grote opleidingskloof

Al in de eerste klas van het voortgezet onderwijs bestaan er grote verschillen in steun voor democratische waarden, opvattingen over burgerschap, politiek vertrouwen, politieke interesse en politieke kennis tussen leerlingen naar het niveau waarop zij zijn ingestroomd. Met name vmbo- en vwo-leerlingen verschillen aanzienlijk. Al in het eerste jaar onderschrijven leerlingen van het vwo de democratie sterker, hebben zij meer interesse en politiek zelfvertrouwen, en zijn zij aanzienlijk sterker geneigd later te gaan stemmen.

Dat is opmerkelijk. Deze opleidingskloof wordt onder volwassenen al langer waargenomen. Blijkbaar is deze reeds aanwezig bij leerlingen die pas net aan het voortgezet onderwijs beginnen. Dit suggereert dat de opleidingsverschillen tussen leerlingen deels voortkomen uit de structurele positie in de samenleving. In vervolgonderzoek zal het ADKS-project zich richten op de vraag of deze opleidingskloof gedurende het voortgezet onderwijs kleiner of juist groter wordt, en welke rol de school daarbij speelt.

Meerderheidsbesluitvorming versus minderheidsrechten

Democratie kent allerhande botsende normen, zoals het dilemma tussen meerderheidsbesluitvorming en minderheidsrechten. Dit onderzoek heeft dergelijke democratische dilemma’s onder de loep genomen. Het merendeel van de leerlingen in het eerste jaar heeft een voorkeur voor besluitvorming op basis van consensus. Zelfs als er maar een kleine minderheid van de bevolking (20%) tegen een besluit over een wet zou zijn, pleit ruim zestig procent van de leerlingen nog voor een gezamenlijke oplossing. Eerstejaars leerlingen houden rekening met de belangen van de minderheid. Zo is de steun voor consensus (ten opzichte van een besluit door de meerderheid) groter wanneer het onderwerp van de wet belangrijk is voor de minderheid, als de minderheid meer verstand heeft van het onderwerp, als zij het zelf eens zijn met de minderheid, of als het besluit van de meerderheid nadelig zal zijn voor de minderheid.

Vrijheid en gelijkheid

Ruim tachtig procent van de jongeren in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs vindt dat mensen in Nederland dezelfde rechten en plichten moeten hebben. Wel maken zij daarbij een onderscheid tussen verschillende groepen. Zo vinden leerlingen dat het stemrecht niet zomaar mag worden ingeperkt. Maar die afwijzing is stelliger als het gaat over vrouwen, homoseksuelen of mensen die niet in God geloven, dan over mensen die niet in Nederland zijn geboren, weinig verstand hebben van politiek of een lage opleiding hebben.

Eerstejaars leerlingen verlenen daarnaast veel steun aan de vrijheid van meningsuiting, meer nog dan over het algemeen onder volwassenen wordt gevonden. Zij vinden echter ook dat de vrijheid van meningsuiting grenzen heeft wanneer andere groepen zich daar gekwetst of gediscrimineerd door kunnen voelen. Vooral meisjes en leerlingen met een migratieachtergrond zijn zich daarvan bewust. Zij zijn bijvoorbeeld minder voorstander van het maken van grappen over geloof of cultuur dan jongens en leerlingen zonder migratieachtergrond.

Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (MinBZK), ProDemos: Huis voor democratie en rechtstaat, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) werken samen om de ontwikkeling van democratische waarden bij jongeren in kaart te brengen. Meer informatie: www.adks.nl.

Meer informatie

Het gehele rapport is te vinden via https://adks.nl/2019/10/25/adks-rapport-democratische-kernwaarden-vo1/.

mw. dr. P.E. (Paula) Thijs

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Institutions, Inequalities and Life courses