Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Twee internationale teams van astronomen, met aanzienlijke betrokkenheid van onderzoekers van het Anton Pannekoek Instituut, publiceren twee wetenschappelijke artikelen met nieuwe informatie over de beroemde snelle flitsende bron van radiostraling FRB20180916B. In een artikel in The Astrophysical Journal Letters meten zij bij de laagst mogelijke frequenties de straling van de uitbarstingen. En in Nature Astronomy onderzoeken ze de uitbarstingen in het grootst mogelijke detail. Hoewel de artikelen nieuwe informatie verschaffen, roepen ze ook nieuwe vragen op.

Artistieke weergave van hoe de snelle radioflits het Superterp telescoopcluster raakte
Artistieke weergave van de zogeheten Superterp van LOFAR in Drenthe waar de lage radiogolven van de snelle radioflitser FRB20180916B werden opgevangen. De flitser bevindt zich in een spiraalvormig sterrenstelsel op 500 miljoen lichtjaar van de aarde. (c) Daniëlle Futselaar/ASTRON/HST

In 2007 is de eerste snelle radioflits, of fast radio burst (FRB) ontdekt. Maar wat de flitsen precies veroorzaakt, is nog niet duidelijk. Sinds 2020 vermoeden wetenschappers dat er een verband is met sterk magnetische neutronensterren, zogeheten magnetars. Een van de bekendste snelle radioflitsers is FRB20180916B. Deze flitser werd in 2018 ontdekt en staat op "slechts" 500 miljoen lichtjaar van ons vandaan in een ander sterrenstelsel. De flitser is tot nu toe de dichtstbijzijnde en heeft een flitspatroon dat zich elke 16 dagen herhaalt: 4 dagen van flitsen, 12 dagen van relatieve rust. Die voorspelbaarheid maakt het voor onderzoekers een ideaal object om te bestuderen.

Laagste radiosignalen ooit

Een internationaal team van onderzoekers onder leiding van Ziggy Pleunis (afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, nu McGill University, Montréal, Canada) heeft de radioflitser bestudeerd met het Europese netwerk van LOFAR-radiotelescopen. Ze hadden de LOFAR-antennes afgesteld tussen de 110 en 188 MHz. Dat zijn bijna de laagst mogelijk frequenties die de telescoop kan ontvangen. Ze vingen 18 uitbarstingen op. Dat was onverwacht, omdat radioflitsers meestal in hoge frequenties uitzenden. FRB20180916B verbreekt hiermee het laagterecord. De onderzoekers vermoeden overigens dat de flitser in nog lagere frequenties straling uitzendt en gaan daar de komende tijd naar op zoek.

Naast records, leveren de waarnemingen ook nieuwe inzichten op. De lage radiostraling was behoorlijk "schoon" en kwam later aan dan flitsen met hogere radiostraling. Coauteur Jason Hessels (Nederlands instituut voor radioastronomie ASTRON en Universiteit van Amsterdam): 'Op verschillende tijden zien we radioflitsen met verschillende radiofrequenties. Mogelijk maakt de flitser deel uit van een dubbelster. Dan zouden we op verschillende momenten een ander zicht hebben op de plek waar deze enorm krachtige flitsen worden opgewekt.'

Grootste detail ooit

Een team van onderzoekers onder leiding van Kenzie Nimmo (ASTRON en Universiteit van Amsterdam) gebruikte het Europese VLBI-netwerk van radiotelescopen, met daarin een van de 12 Westerbork-telescopen in de Drenthe en de 100-meter grote Effelsberg-telescoop in Duitsland. Ze keken in het grootste detail ooit naar de zogeheten gepolariseerde microstructuur van de uitbarstingen. De astronomen zagen dat het uitbarstingenpatroon van FRB20180916B varieerde van microseconde tot microseconde. De meest logische verklaring voor de variatie lijkt een "dansende" magnetosfeer die een neutronenster omhult.

Publicatiedetails

Z. Pleunis et al. LOFAR Detection of 110–188 MHz Emission and Frequency-Dependent Activity from FRB 20180916B. In The Astrophysical Journal Letters, 9 april 2021.

Origineel: https://iopscience.iop.org/article/10.3847/2041-8213/abec72

Gratis preprint: https://arxiv.org/abs/2012.08372

 

K. Nimmo et al. Highly polarized microstructure from the repeating FRB 20180916B. In Nature Astronomy, 22 maart 2021.

Origineel: https://dx.doi.org/10.1038/s41550-021-01321-3

Gratis preprint: https://arxiv.org/abs/2010.05800