Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Master Pedagogische wetenschappen: Forensische orthopedagogiek (track)

2007-2017: 10 jaar Forensische orthopedagogiek

Van pionieren naar een sterk klinisch programma

Interview met dr. Hanneke Creemers (mastercoördinator) en dr. Eveline van Vugt van de mastertrack Forensische orthopedagogiek.

Lisette Hamersma, Eveline van Vugt en Hanneke Creemers

Start in 2007

“In mei 2007 is onder leiding van Peter van der Laan begonnen met het ontwerpen van een programma voor een mastertrack Forensische orthopedagogiek aan de UvA. Dit vloeide voort uit de vraag van het ministerie van Justitie om het niveau van medewerkers in de justitiële zorg te verhogen, naar aanleiding van grote zaken die toen speelden, zoals het meisje van Nulde.

De eerste lichting studenten die in september 2007 startte had grotendeels al een andere master behaald en veel van hen werkten in de praktijk. Het was pionieren, samen met de studenten. In die zoektocht hebben we een nieuw vakgebied ontwikkeld en bleek dat we naast het strafrechtelijke ook aandacht moesten besteden aan het civielrechtelijk, ook omdat het in elkaar overloopt.

De stagebegeleiding was de eerste twee jaar nog gezamenlijk met Orthopedagogiek, maar vanwege een andere doelgroep en een eigen kader is daarna de stagebegeleiding in eigen hand genomen.

Groei

De opleiding is enorm snel gegroeid van ongeveer 45 studente in het eerste jaar naar 100 tot 120 vanaf het vijfde jaar. De achtergrond van de studenten veranderde ook; meer jonge studenten met een andere bachelor (dan Pedagogische wetenschappen UvA) als vooropleiding, meer doorstromers uit het HBO en minder studenten met werkervaring.

De staf groeide mee en ook de werkvormen moesten meegroeien, omdat de gekozen interactieve werkvormen niet toepasbaar zijn bij zo’n grote groep en de leeropbrengst niet genoeg was bij studenten met minder ervaring in het werkveld en minder academische training. We hebben al snel werkgroepen gevormd bij verschillende modules, maar nu hebben we in het vernieuwde programma pas echt de juiste vorm gevonden voor de practica Diagnostiek en Behandeling. Voorheen lag er meer nadruk op de diagnostiek, omdat studenten daarbij veel oefening nodig hebben. Om de kant van de behandeling ook genoeg aan bod te laten komen, is het opgesplitst in twee intensieve vakken van 6 EC (voorheen samen 9 EC), waarin toepassing van kennis en ontwikkeling van vaardigheden centraal staat.

Sterke klinisch programma

In het practicum Diagnostiek in de forensische praktijk leren studenten naast schrijfvaardigheden ook veel klinische vaardigheden, zoals gespreksvaardigheden. We begeleiden studenten intensiever  in meer werkgroepbijeenkomsten, waarin we ze prikkelen om na te denken waarom je iets doet en een koppeling te maken tussen de doelgroepen in de forensische orthopedagogiek en de diagnose en behandelingen. De doelgroepen zijn niet alleen jongeren in justitiële inrichtingen, maar ook vluchtelingen en licht verstandelijk beperkte jongen.

Dat is noodzakelijk bij deze doelgroepen, omdat er zoveel aan de hand is, dat je keuzes moet maken. Wat heb je aan informatie nodig en wat is bruikbaar? Het doel is namelijk een goed behandelplan maken. Naar het geheel kijken, niet alleen aan symptoombestrijding doen, en onderzoeken wat er moet gebeuren om zonder alles te weten toch te kunnen behandelen. Voor onze doelgroepen zijn namelijk nog geen goede meetinstrumenten en vaak trainingen sluiten niet aan, dus er ligt een grote rol voor forensisch orthopedagogen om dit te onderzoeken en ontwikkelen. Wij werken ‘evidence based’ in plaats van ‘authority based’ en leiden studenten op zodat ze in de praktijk kunnen ondersteunen en vernieuwen.

In het practicum Behandeling is de grootste slag gemaakt. Hierin gaan we samen met studenten in op de therapeutische relatie die zij met de cliënt zullen aangaan en waarbij ze zich heel bewust moeten zijn van de emoties en achtergrond van de cliënt. Dit doen we door studenten zelf te laten reflecteren op hun eigen achtergrond en wereldbeeld. Ook laten we studenten veel zelf lijflijk ervaren tijdens de bijeenkomsten, door middel van rollenspellen, praktische oefeningen en observaties. Dat is heel fysiek en gericht op het voelen en waarnemen in de ruimte. Daarnaast oefenen we met behandelingen, zoals EMDR en PMT, om studenten meer inzicht te geven in minder verbale behandelingen die vaak beter aansluiten op de doelgroep.”