Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Duizenden installaties voor het opwekken van duurzame energie staan in natuurgebieden die cruciaal zijn voor de biodiversiteit. Zorgwekkend, aangezien de installaties grote negatieve effecten kunnen hebben op de natuurlijke leefomgeving van vele soorten. Tot deze conclusie komt een internationaal team van onderzoekers, onder wie UvA-ecoloog James Allan. De resultaten zijn recent gepubliceerd in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift ‘Global Change Biology.

Guanacos in Chileens Patagonië, één van de laatste overgebleven wildernis gebieden. Credits: Francisco Hidalgo.

De onderzoekers brachten in kaart in welke natuurgebieden installaties staan voor onder andere het opwekken van zonne-energie, windenergie en waterkracht. Ze vonden meer dan 2.200 actieve installaties in wildernis- en (beschermde) natuurgebieden die belangrijk zijn voor de biodiversiteit. Daarnaast identificeerden zij nog eens 900 energie-installaties die momenteel in natuurgebieden worden gebouwd. José Rehbein van de Universiteit van Queensland, die het onderzoek leidde, is zeer verontrust over de bevindingen: ‘Energie-installaties, de infrastructuur daaromheen en de lokale toename in menselijke activiteit kunnen ongelooflijk schadelijk zijn voor de natuurlijke omgeving. Zeker als daar vooraf niet of onvoldoende op wordt geanticipeerd, laten de installaties zich niet verenigen met het behoud van biodiversiteit.’

Dringende oproep

Het onderzoeksteam toont aan dat de meeste bestaande duurzame-energie-installaties in natuurgebieden zich bevinden in West-Europa en ontwikkelde landen. De installaties die momenteel in aanbouw zijn, staan met name in belangrijke biodiversiteitsgebieden in Azië en Afrika. Dat zijn precies de gebieden waar een groot deel van de wereldwijde biodiversiteit te vinden is.

James Allan van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) van de UvA legt uit: ‘Effectieve inspanningen op het gebied van natuurbehoud en een snelle overgang naar duurzame energie zijn beide essentieel om uitsterving van soorten en catastrofale klimaatverandering te voorkomen. We erkennen dat de overgang naar duurzame energie cruciaal is om de CO2-uitstoot te verminderen, maar het is extreem belangrijk dat ervoor gezorgd wordt dat installaties voor het opwekken van duurzame energie worden gebouwd op plaatsen waar ze de biodiversiteit geen schade toebrengen.’

Het team roept overheden, industrie en ontwikkelingsorganisaties dan ook op om de uitbreiding van duurzame-energie-installaties zodanig te plannen dat belangrijke natuurgebieden worden vermeden. De onderzoekers benadrukken daarbij de urgentie van het probleem: de duurzame-energiesector zal naar verwachting tegen 2060 zijn vertienvoudigd gezien de ambitieuze doelstellingen van landen voor duurzame ontwikkeling. ‘Om echt duurzaam te zijn, moet bij de ontwikkeling van duurzame-energie-installaties rekening worden gehouden met zowel de biodiversiteit als het duurzaam gebruikmaken van onze grondstoffen’, besluit Allan.

dhr. dr. J.R. (James) Allan

Ecoloog