Privacy Smart TV-kijkers onvoldoende beschermd

21 maart 2017

Beleidsmakers in Nederland en Europa moeten meer doen om de privacy van mediagebruikers te beschermen en dit niet volledig overlaten aan de wetgeving en instanties op het gebied van gegevensbescherming. Dat is een van de aanbevelingen die privacydeskundigen Kristina Irion en Natali Helberger van de UvA doen in hun onderzoek gepubliceerd in het tijdschrift 'Telecommunications Policy'.

Irion en Helberger wijzen in hun onderzoek op de problemen die het gebruik van Smart TV's met zich meebrengen aangaande de bescherming van de privacy en van gegevens. Net zoals andere op internet aangesloten apparatuur maken Smart TV's het mogelijk om het gedrag van kijkers on- en offline te volgen. Ook maken ze het mogelijk om informatie over hun sociale achtergrond, gewoonten en kijkvoorkeuren door te geven aan derden.

Doorspelen van privacygevoelige informatie

De Smart TV-sector ontwikkelt zich snel en aanbieders en fabrikanten proberen maximaal te profiteren van de persoonlijke gegevens van kijkers. Uit het verzameld materiaal blijkt hoe Smart TV's nu al privacygevoelige informatie doorspelen. Zo zijn er gevallen gemeld waarin TV's informatie over het kijkgedrag doorgeven aan de fabrikant of onbedoeld meeluisteren tijdens privégesprekken. De onderzoekers beoordeelden ook onderzoeken die de autoriteiten in Duitsland en Nederland uitvoerden naar privacyschendingen. ‘Zo worden consumenten onvoldoende geïnformeerd door fabrikanten en aanbieders en wordt hun privacy geschonden door de standaardinstellingen van Smart TV’s’, aldus Irion, senior onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de UvA.

Beroep op beleidsmakers

De onderzoekers doen een beroep op beleidsmakers op Europees en nationaal niveau om meer te doen aan de privacybescherming van mediagebruikers. ‘Vreemd genoeg wordt in het Europees mediabeleid niet gerept over nieuwe kwesties als het volgen en monitoren van mediaconsumptie, de rol van gerichte reclame en mogelijke positieve of negatieve effecten van personaliseringsstrategieën op het pluralisme van de media’, aldus Natali Helberger, hoogleraar Informatierecht. ‘Gelet op de belangrijke functie van de media in pluralistische en democratische maatschappijen schiet de huidige situatie volledig tekort, zowel binnen lidstaten als in de EU als geheel.’

Irion: ‘Ons onderzoek maakt duidelijk dat door de veranderingen in de markt het mediarecht en het gegevensbeschermingsrecht niet meer strikt los van elkaar staan. Het volgen en monitoren van de mediaconsumptie raakt de traditionele waarden en doelen van mediabeleid. Voor een adequate oplossing kan dus niet worden volstaan met het gegevensbeschermingsrecht, aangezien dan voorbij wordt gegaan aan het intrinsieke verband tussen mediaconsumptie en de vrijheid kennis te nemen van informatie, wat een van de pijlers is van het grondrecht op vrije meningsuiting. Het mediabeleid dient oog te hebben voor de specifieke rol die audiovisuele en online media vervullen in de wijze van meningsvorming, hetgeen vraagt om extra waarborgen tegen het voortdurende volgen en monitoren van kijkgedrag door talloze aanbieders.”

Aanbevelingen

Het invoeren van strengere wetgeving voor de bescherming van gegevens over mediagebruik en het extra beperken van het doorgeven van die gegevens aan derden zijn enkele aanbevelingen uit het onderzoek. Dergelijke maatregelen zijn nodig om te waarborgen dat bij het verzamelen van persoonlijke gegevens geen afbreuk wordt gedaan aan het recht op en de toegang tot informatie van gebruikers. De Europese Unie zou er volgens de onderzoekers goed aan doen dit voorstel mee te nemen in haar hervorming van de E-Privacy verordening.

Publicatiegegevens

Kristina Irion en Natali Helberger: ‘Smart TV and the online media sector: User privacy in view of changing market realities’ in Telecommunications Policy (2017). DIO: 10.1016/j.telpol.2016.12.013.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting