Zo optimaliseren we zorg voor kinderen met angststoornissen

24 november 2017

Hoe bereiken we dat steeds meer kinderen zeggen: ‘Ik ben niet bang meer’? Op dit moment is cognitieve gedragstherapie de meest effectieve psychotherapie voor kinderen met angststoornissen. Helaas is zo’n 40% van de kinderen erna nog niet opgeknapt. Lisbeth Utens, bijzonder hoogleraar Cognitieve gedragstherapie bij kinderen en adolescenten aan de UvA, pleit daarom in haar oratie om de zorg voor kinderen met angststoornissen te optimaliseren, te vernieuwen en meer op maat te maken. De oratie vindt plaats op vrijdag 1 december.

Angst hoort bij de normale ontwikkeling van kinderen. ‘Denk bijvoorbeeld aan de angst van peuters om gescheiden te worden van hun ouders’, vertelt Utens, bijzonder hoogleraar aan de UvA en klinisch psycholoog bij De Bascule. ‘Het kan echter gebeuren dat een kind overmatige angst heeft. De angst staat dan niet in verhouding met de bedreiging van buitenaf of past niet meer bij de leeftijd van het kind. Angst gaat vaak gepaard met piekeren over dingen die in de toekomst kunnen gebeuren. Dat noemen we anticipatie-angst. We spreken van een angststoornis als een kind erdoor belemmerd wordt in het dagelijks functioneren en niet meer kan genieten van normale levenservaringen.’

Schrijnend: 80% ontvangt geen hulp

Angststoornissen zijn de vaakst voorkomende psychiatrische stoornissen op de kinderleeftijd: 15 tot 20% van de kinderen krijgt er voor het 18de levensjaar mee te maken. Als geen behandeling plaatsvindt, is er een verhoogde kans op schooluitval, sociale isolatie, angst en depressie op volwassen leeftijd, alcoholisme en suïcidepogingen. ‘Schrijnend is dat het merendeel van de kinderen met een angststoornis - ongeveer 80% - geen hulp ontvangt’, aldus Utens.

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de meest effectieve, goed onderzochte psychotherapie voor kinderen met angststoornissen. Het is een kortdurende, gestructureerde therapievorm gericht op het heden en de toekomst, waarbij het uitganspunt is dat onze gedachten (cognities) bepalen hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen. Met CGT bij angststoornissen wordt ingegrepen op het samenspel tussen gedachten, gedrag en leerprocessen, en lichamelijke reacties. Dit gebeurt door het vervangen van negatieve niet-helpende gedachten door gedachten die wel helpen, oefenen met en blootgesteld worden aan moeilijke situaties, en ontspanningsoefeningen.

Smartphones, EHealth en VR-therapie

Utens: ‘Zo’n 60% is na CGT opgeknapt, maar circa 40% nog niet. Dit vraagt om actie om de zorg voor kinderen met angststoornissen te verbeteren én te vernieuwen. Bijvoorbeeld ook bij de vermindering van angst in het kinderziekenhuis, want na een medische ingreep of ziekenhuisopname ontwikkelt ongeveer 40% van de kinderen posttraumatische stressklachten.’  Utens wijst op het belang van onder andere goede diagnostiek en supervisie, het online monitoren van behandeluitkomsten, en het preventief inzetten van CGT voor vluchtelingkinderen en kinderen met een licht verstandelijke beperking. ‘Ook door het inzetten van smartphones, EHealth-tools en virtual reality-toepassingen in de psychotherapie denk ik dat we grote stappen kunnen maken. Maar dit alles vereist behoorlijke investeringen, in onderzoek maar bijvoorbeeld ook in budget voor de bijscholing van psychotherapeuten. ‘Betere zorg voor kinderen met angststoornissen? Dan is geld voor onderzoek en zorginnovatie nodig, van verzekeraars, lokale overheden én de Rijksoverheid!’, besluit Utens.

Praktische informatie

Mw. prof. dr. E.M.W.J. Utens, bijzonder hoogleraar Cognitieve gedragstherapie bij kinderen en adolescenten, vanwege de Mary Cover Jones Stichting: Ik ben niet bang meer! Cognitieve gedragstherapie bij kinderen en adolescenten.

De oratie vindt plaats op vrijdag 1 december in de Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam. Aanvang: 16.00 uur.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting