Studieprogramma

Muziekwetenschap

De bachelor Muziekwetenschap duurt drie jaar. Een studiejaar bestaat uit twee semesters. Een semester is opgebouwd uit twee blokken van 8 weken en een blok van 4 weken. Een studiejaar omvat 60 studiepunten (EC).

Het eerste studiejaar

In het eerste studiejaar maak je kennis met de verschillende disciplines van de muziekwetenschap.

  • Een deel van het propedeuseprogramma bestaat uit opleidingsspecifieke vakken. Je leert de beginselen van partituurlezen, krijgt aan de hand van talrijke voorbeelden een overzicht van de westerse muziek (vanaf de oudheid) en je bestudeert muziektradities uit Zuid-Amerika, Azië en Afrika.
  • Je volgt gehoortraining en harmonieleer.
  • Er zijn algemene kunst- en cultuurvakken, zoals het vak Cultuur en samenleving, dat je samen met andere studenten van Kunst- en cultuurwetenschappen volgt.
  • Daarnaast krijg je de vakken Onderzoeksvaardigheden en Wetenschappelijk schrijven.

Het tweede en derde studiejaar

In het tweede en derde jaar volg je de Cognitieve/culturele variant met focus op jazz, pop- en wereldmuziek, of de Historische variant met focus op westerse klassieke muziek.

  • In de Cognitieve/culturele variant bestudeer je de perceptie van muziek en de relatie tussen muziek en maatschappij. Je leert hoe je onderzoek verricht binnen deze discipline. In het vak Theoretical perspectives on pop music and media bestudeer je onder meer de interactie tussen tekst, muziek en video, en maak je in theorie en praktijk kennis met bijvoorbeeld Indiase muziektradities.
  • In de Historische variant staat de westerse muziekgeschiedenis centraal. Verschillende genres en componisten worden geanalyseerd en besproken. Hierdoor krijg je inzicht in verschillende muzikale denkwijzen. Ook verdiep je je in de harmonieleer, partituurlezen en instrumentkunde.

Als je alle onderdelen van het programma met succes hebt afgerond krijg het bachelordiploma Muziekwetenschap.

Een overzicht van de vakken van Muziekwetenschap vind je in de digitale UvA Studiegids:

Tijdsbesteding en toetsvormen

Als bachelorstudent ben je zo'n 42 uur per week met de studie bezig. Je besteedt ongeveer 14 uur per week aan colleges. De rest van de tijd ben je bezig met zelfstudie (voorbereiding op colleges, werkstukken en tentamens).

  • Tijdens hoorcolleges licht de docent de literatuur toe die je van tevoren hebt bestudeerd.
  • Tijdens werkcolleges werk je intensief samen met je medestudenten, maak je opdrachten en houd je presentaties.
  • Toetsen bestaan uit schriftelijke of mondelinge tentamens, presentaties, werkstukken of referaten. De resultaten van de toetsen vormen samen het eindcijfer van het vak.

Gepubliceerd door  Faculteit der Geesteswetenschappen

16 augustus 2017