Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

De kaderbrief is de start van een nieuwe planning- en controlcyclus. Alle eenheden van de UvA geven aan wat zij het komende jaar willen bereiken, wat zij daarvoor gaan doen en hoeveel geld daarvoor nodig is. Vervolgens beschrijven we welke externe ontwikkelingen we verwachten en binnen welke financiële kaders die gerealiseerd moeten worden. Met andere woorden, de kaderbrief geeft richtlijnen en biedt handvatten aan eenheden voor het opstellen van hun begroting voor het komende jaar. Het is daarmee een eerste stap om te komen tot een sluitende begroting.

Kaderbrief 2019 (pdf, 80 p.) Kaderbrief 2020 (pdf, 90 p.)
  • Welk effect hebben de adviezen in het rapport van de commissie Van Rijn op de inhoud van de kaderbrief 2020?

    In de kaderbrief wordt op meerdere plaatsen het rapport van de Commissie van Rijn met betrekking tot het onderzoek naar bekostiging van Nederlandse universiteiten benoemd. Dit rapport ‘Wissels om’ is verschenen op 15 mei 2019, na vaststelling van de kaderbrief door het CvB. De eventuele effecten van de adviezen in dit rapport zijn niet in de kaderbrief 2020 verwerkt. Het CvB heeft in een bericht na het verschijnen van het rapport een eerste reactie gegeven. Dit bericht ‘College van Bestuur UvA reageert op rapport Van Rijn’ is gepubliceerd op 15 mei. De minister van OCW heeft eerder laten weten voor het zomerreces een reactie te sturen naar de Tweede Kamer. In afstemming met de decanen gaat komende periode gekeken worden naar de effecten op de conceptbegroting 2020.

  • Wat zijn de belangrijkste financiële ontwikkelingen?

    De kaderbrief 2020 vertoont een stabiele ontwikkeling ten opzichte van de begroting 2019:

    • De totale baten van de UvA nemen naar verwachting beperkt verder toe, voornamelijk in de eerste geldstroom (onder andere kwaliteitsmiddelen).
    • Voor veel instituten zal er ook in 2020 enige extra financiële ruimte zijn, al zal de omvang van de plus kleiner zijn dan die in 2019.
    • Ondanks deze financiële ruimte bij enkele instituten, is de werkdruk binnen het wetenschappelijk onderwijs nog steeds onaanvaardbaar hoog. Om dat structureel op te lossen, is een forse investering dringend noodzakelijk. De universiteiten hebben dit reeds aangekaart bij OCW en de UvA zal dit blijven doen.
    • Om de werkdruk binnen de UvA nu reeds te verlagen, zal in 2019, 2020 en 2021 in totaal meer dan M€ 5 worden geïnvesteerd uit de UvA reserves door inzet van positieve resultaten van de afgelopen jaren. Daarnaast blijft voor faculteiten ruimte beschikbaar om uit de reserves te investeren in nieuwe kansen en ontwikkelingen. Op UvA-niveau is ook ruimte gevonden om interdisciplinaire, interfacultaire initiatieven te ondersteunen en is meer ruimte gemaakt om ontwikkelingen op het gebied van open science en IT voor onderzoek en onderwijs te ondersteunen.

    Met de huidige inzichten lijkt een ook een vorm van loon/prijs compensatie voor faculteiten haalbaar te zijn. De spanning waar wetenschappers en studenten mee te maken hebben zal op deze manieren enigszins kunnen worden verlicht. Een substantiële investering in de toekomst van het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek blijft echter dringend nodig.

  • Wat is de status van de inhoud van de kaderbrief 2020?

    Bij de huidige versie van de kaderbrief is nog sprake van een redelijke mate van onzekerheid, voornamelijk gedreven door politieke factoren.

    Over de ontwikkeling van de Rijksbijdrage voor de komende jaren komt pas met de voorjaarnota meer informatie beschikbaar. De verwachting is dat OCW nog voor 2020 aanpassingen zal maken op basis van de adviezen van de commissie van Rijn.

    Wat betreft de kosten is nog meer inzicht wenselijk in de verwachting van de loonkostenontwikkeling en de mate waarin deze gecompenseerd zal worden door de Rijksoverheid.

    Ook moeten de interne besprekingen nog worden afgerond.

  • Uit de kaderbrief blijkt ook dat de huisvestingsinvesteringen de komende jaren behoorlijk toenemen. Hoe komt dat?

    De belangrijkste financiële verandering is zichtbaar in de huisvestingsprojecten.

    • Voor de huisvestingsplanprojecten geldt dat deze in de eerste plaats als gevolg van marktontwikkelingen in de bouwsector duurder zullen worden. In antwoord op de maatschappelijke ontwikkelingen wil de UvA meer investeren in duurzaamheid en heeft daar de ramingen nu op aangepast. Voor de intensivering van het duurzaamheidsbeleid is ook extra capaciteit aangetrokken waarvoor in begroting middelen zijn gereserveerd.
    • Met betrekking tot huisvesting zijn sommige plannen bijgesteld om beter rekening te kunnen houden met wensen van de buren van de UvA en de bredere vragen vanuit de gemeente Amsterdam. Daar waar onderzoeksgroepen en opleidingen groeien, is bovendien sprake van een grotere ruimtevraag dan eerder gepland. In totaal neemt de omvang van de investeringen voor de komende jaren dan ook toe.
    • De impact van de huisvestingsprojecten blijft passen binnen de grenzen die de UvA voor zichzelf heeft gesteld. De huisvestingskosten blijven tussen de 10-12% van de omzet, de huisvestingsprijs stijgt niet meer dan eerder afgesproken en de UvA blijft voldoen aan de signaleringswaarden van de inspectie.

    De UvA vangt de hogere uitgaven op door de investeringen beter te plannen, de financieringslasten in te perken en zorgvuldig keuzes te maken in projecten. Daar waar sprake is van groei, is ook ruimte voor de hogere huisvestingskosten. In samenspraak met faculteiten worden projecten steeds gewogen en wordt gezocht naar een zo passend mogelijke huisvesting binnen de financiële randvoorwaarden.

  • De kaderbrief wordt nu besproken door de medezeggenschap. Wat gaat er daarna gebeuren?

    De medezeggenschap zal na afloop van de instemmingsperiode -die tot begin juli loopt- laten weten of zij instemmen op de hoofdlijn van de begroting zoals die in de kaderbrief is opgenomen. Na instemming stelt het CvB de kaderbrief definitief vast. Vervolgens zullen alle eenheden op basis van de kaderbrief een concept versie van hun eigen begroting op gaan stellen. Deze worden dan allemaal samengevoegd tot een UvA-brede conceptbegroting die door het CvB vastgesteld zal worden en die de basis vormt voor gesprekken met decanen over de definitieve begroting die volgens planning voor het einde van het jaar zal worden vastgesteld.

    Meer informatie over de stappen in de Planning- en Controlcyclus (pdf)