Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Ellen Laan

Wie: Ellen Laan (1962)
Wat: Hoogleraar Biopsychosociale determinanten van seksuele gezondheid (in de volksmond hoogleraar Seksuologie)
Studie: Psychologie
Eerste baan: Bollen pellen in de bollenschuur
Favoriete plek op de UvA: Mijn eigen werkkamer op het AMC
Onmisbaar: Compassie en empathie

Sigarenmagazijn

'Mijn ouders hadden een herenkapsalon annex sigarenmagazijn. Als kind, toen ik nog maar nauwelijks boven de toonbank uit kon kijken, verkocht ik daar al pakjes shag en sigaren. Ik ben geboren in Westfriesland en toen ik twee was zijn we verhuisd naar Middenmeer, een dorp in de Wieringermeer. Daar is veel agrarische activiteit, vooral in de bloemensector. Tulpenbollen en andere bloembollen moeten er gepeld worden voor de export. Vanaf mijn tiende jaar werkte ik elke zomer als bollenpeller. De jongens mochten op het land werken, zij deden het zogenaamd ‘zware werk’. Ze verdienden ook meer, terwijl het bollen pellen ook zwaar was. De loonkloof was er eigenlijk toen al.'

Doe maar gewoon

'Het was niet vanzelfsprekend voor me om te gaan studeren. Ik was de eerste van mijn familie die naar de universiteit ging. Het was al helemaal niet logisch om Psychologie te gaan studeren. In de kop van Noord-Holland, waar ik opgroeide, is de tendens: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dat je complexe gevoelens zou kunnen hebben en dat je daar met andere mensen over kunt praten – in feite de klinische poot van het vak psychologie, dat was vreemd voor me. Wat psychologen deden wist ik dus niet goed, maar ik wist wél dat ik allerlei ingewikkelde gevoelens had. Bovendien speelde bij mij toen nog dat oude idee, het cliché dat het wel heel erg met je gesteld moet zijn, wil je naar een psycholoog moeten. En wie wil er nou half gek zijn? Ik ben dus eerst Neerlandistiek gaan studeren. Van kinds af aan las ik alles wat los en vast zat. Het was een logische keuze.'

'Een groot deel van ons werk als seksuologen is het weerleggen van aannames die niet kloppen.'

Van Neerlandistiek naar Psychologie

'Soms gaat het zo. Je komt ergens mee in aanraking. Twee jaar verder, toen ik twintig was, realiseerde ik me dat ik bij Neerlandistiek werd klaargestoomd voor het onderwijs. Mijn ouders zouden het fantastisch gevonden hebben als ik lerares was geworden en ik kan het hen niet kwalijk nemen dat zij zo dachten. Ik ben vrij ouderwets opgevoed als het gaat om genderrollen: vrouwen zijn onderwijzeressen of secretaresses en stoppen in elk geval met werken zodra ze kinderen hebben. Maar tijdens deze studie verloor ik mijn leesplezier. Bovendien vond ik de theorievorming van literatuurwetenschap weinig voorstellen. In die tijd leerde ik mensen kennen die psychologie deden. De vader van mijn toenmalige vriendje was psycholoog. Zijn vrouw en hij woonden in een groot huis en op de onderste verdieping was de praktijk. Toen ik er voor het eerst kwam en kennismaakte, ben ik de eerste drie uur niet verder gekomen dan die benedenverdieping. Ik ben niet eens naar boven gegaan om de moeder van mijn vriendje te begroeten. Ik praatte urenlang met zijn vader en dacht: wat gebeurt

hier? Ik was eindeloos gefascineerd over wat hij vertelde en kwam erachter dat je over allerlei dingen kunt praten - dingen die ik als kind nooit echt had kunnen bespreken. Niet lang daarna maakte ik de overstap naar Psychologie.'

Seksuologie

'Al snel had ik in de gaten: dit is stof die me echt interesseert. Psychologie is belangrijk. Ik denk dat mensen gelukkiger en verdraagzamer zijn als ze een betere psychologische hygiëne hebben. In het laatste jaar schreven we wat nu de masterthese heet. Samen met mijn medestudent Gerdy van Bellen klopte ik aan bij de nieuwe hoogleraar Walter Everaerd. Hij was net uit Utrecht naar Amsterdam gekomen en gaf de eerste cursus Seksuologie aan de UvA. We waren daardoor geïntrigeerd en zo werden we de allereerste studenten die onderzoek deden naar een seksuologisch onderwerp. Het was een psychofysiologisch onderzoek over de samenhang tussen gevoelens van seksuele opwinding en de genitale respons bij vrouwen. Die samenhang is veel minder sterk dan bij mannen. Mijn hypothese was dat de mainstream porno die er in die tijd beschikbaar was en die nog steeds de boventoon voert te eenzijdig is: zeer gericht op het genot van de man en niet op dat van de vrouw. Vrouwen krijgen door dit soort video’s wel een genitale respons, maar ze vinden het niet per se leuk om ernaar te kijken of herkennen zich niet in het typische pornoscript. Dat beïnvloedt hun seksuele beleving in negatieve zin. De belangrijkste bevinding uit deze studies was dat de genitale respons tot op zekere hoogte automatisch optreedt, of je dat nu wil of niet: ook als de context negatief is. Deze respons zegt dus niets over wat je wérkelijk wilt, zoals veel mensen nog steeds denken. We weten nu dat zo’n genitale respons ook optreedt in (levens)bedreigende situaties, zoals bij verkrachting. Hiermee draagt de kennis uit mijn onderzoek bij aan de verwerking van seksueel geweldservaringen. Aan mensen die genitaal responderen tijdens misbruik wordt nu uitgelegd dat zo’n respons niet betekent dat het toch geen misbruik was of dat je op enige manier schuldig bent aan wat er is gebeurd.'

'Mensen worden gelukkiger en verdraagzamer als ze een betere psychologische hygiëne hebben.'

Pionieren

'Ik had nooit gedacht dat ik zo gegrepen zou worden door de seksuologie. Het was door ons werkstuk dat ik geïnteresseerd raakte in wetenschap. Na mijn afstuderen kon er door het Emotie Instituut van Nico Frijda geld worden vrijgemaakt voor een promotieplaats. Zo’n vijf jaar later ben ik gepromoveerd. De seksuologie was een onontgonnen vak, in die tijd kon je nog alle literatuur op je vakgebied gelezen hebben. Dat bood de kans om te pionieren. Ik leerde met de pers om te gaan, maar ook met vragen van vakgenoten en niet-vakgenoten. Bij vrijmibo’s wilde iedereen met mij aan tafel zitten, omdat het dan over seks ging. Ik was een verlegen meisje, dus via dat onderwerp kon ik mijn sociale angst een beetje overwinnen. Ik vond wel dat de gesprekken tijdens de borrel over wetenschap moesten gaan. We hebben allemaal seks, dus iedereen is in zekere zin ervaringsdeskundig, maar ik was wel wat beducht voor de mening van anderen. Ik wist dat veel mensen seksuologen beschouwen als mensen die er zelf een losse seksuele moraal op nahouden, of als mensen die via dat vak hun eigen hang-ups met seks proberen op te lossen. Op persoonlijke vragen ging ik daarom nooit in. Gelukkig heb ik gaandeweg geleerd me steeds minder aan te trekken van wat anderen van me vinden.'

Descartiaanse scheiding

'Na mijn promotie kreeg ik een KNAW-fellowship en werd ik onderzoeker aan de UvA. Ondertussen kreeg ik steeds meer onderwijstaken, ik werd Universitair Docent en later Universitair Hoofddocent. Een aantal jaar later kreeg ik de kans om over te stappen naar het AMC, om onderzoek op te zetten in het kader van de seksuologische patiëntenzorg die daar wordt gedaan. Het is interessant om als psycholoog en seksuoloog te werken in een academisch ziekenhuis. In ons vak merken we bij uitstek de beperkingen van de Descartiaanse scheiding van lichaam en geest. De somatische en de geestelijke gezondheidszorg zijn in zorg en wetenschap nog steeds vrij strikt van elkaar gescheiden, terwijl seksuele problemen áltijd biopsychosociaal en relationeel van aard zijn. Wil je goede wetenschap bedrijven en goede zorg bieden, dan moet je eigenlijk psycholoog én dokter zijn. Nu vormt het klinische werk het grootste deel van mijn bezigheden, maar ik geef ook les en ik doe onderzoek. In 2016 werd ik benoemd tot hoogleraar Biopsychosociale determinanten van seksuele gezondheid aan de UvA. In september 2017 volgde ik Rik van Lunsen op als hoofd van de afdeling seksuologie. Het is een uniek carrièrepad geweest, ik had niet kunnen voorspellen dat ik op deze plek terecht zou komen. Ik vind dat ik een ontzettend leuk vak heb, ik ben echt gelukkig in mijn werk.'

'Mensen die seksuele problemen zien als luxeproblemen slaan de plank mis.'

Activisme

'In de laatste jaren heb ik de moed vergaard om nog een stap verder te gaan. Mijn wetenschap, klinische zorg en onderwijsactiviteiten komen steeds meer samen in een vorm van activisme. Ik richt me steeds meer op het grotere publiek met de boodschap dat mannen en vrouwen als het gaat om seks meer gelijk zijn dan verschillend, en dat het voor het seksuele welzijn van vrouwen én mannen beter is als er meer gelijkheid is in seksueel plezier. Want gelijkheid is er nu niet. Ik vind het onacceptabel dat zo’n 10% van de vrouwen altijd pijn heeft bij gemeenschap, dat vrouwen die met mannen vrijen veel minder vaak een orgasme hebben dan de mannen met wie ze vrijen, en dat zoveel vrouwen in hun leven te maken krijgen met seksueel geweld. Ik denk dat het idee dat mannen en vrouwen seksueel sterk van elkaar verschillen deze problemen in stand houden. Mensen die seksuele problemen zien als luxeproblemen slaan de plank echt mis. Er wordt ongelofelijk veel geleden door seksuele problemen en veel van dat leed wordt veroorzaakt door fundamentele misverstanden over wat seksualiteit is en hoe het werkt. Ook seksuele voorlichters zijn daarom voor mij een belangrijke doelgroep: veel leed kan worden voorkomen als mensen goed worden voorgelicht. Er is veel online informatie voorhanden die niet juist is en die het beeld versterkt dat seks op een bepaalde manier moet. Een groot deel van ons werk als seksuologen bestaat uit het weerleggen van aannames die niet kloppen.'

Vrijheid

'Toen ik student was, stond de UvA symbool voor vrijheid. Op de universiteit vond ik destijds de uitdaging mezelf intellectueel én emotioneel te ontwikkelen. Het beviel me goed aan de UvA. Ik ben er nooit meer weggegaan. Ook in het AMC is er de gedrevenheid en eigenzinnigheid die ik kenmerkend vind voor de UvA. Veel is veranderd sinds de tijd dat ik studeerde, ook aan de gebouwen. Science Park vind ik mooi, maar vooral Roeterseiland vind ik bewonderenswaardig goed opgeknapt. Er zijn ook oude gebouwen die nog op het terrein staan, die mooi zijn geïntegreerd in het geheel. Het is knap dat je zo’n mega-operatie doet terwijl mensen er gewoon kunnen blijven studeren. Soms geef ik nog college in de zaal waar ik tijdens mijn studie Psychologie vaak kwam. Die is te midden van al die veranderingen steeds hetzelfde gebleven.'