Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Master
Pedagogische wetenschappen: Forensische orthopedagogiek (track)
Vergelijk

Thema: Safer internet day

Op 9 februari is het Safer internet day, een dag waarop we stil staan bij een veilige online omgeving voor kinderen. Inge Wissink is Universitair Docent bij de afdeling Forensische Orthopedagogiek en doet onderzoek naar diverse online deviante gedragingen van jongeren (zoals cyberpesten, sexting, hacking, online bedreiging, geldezels [1]) en de factoren die dit gedrag verklaren (persoons-, gezins-, vrienden-, school- en maatschappelijke factoren). Ze werkt veel samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Raad voor de Kinderbescherming en de Nationale Politie. Wij stelden haar drie vragen over dit thema.

Dr. Inge Wissink

Kan het internetgebruik van kinderen en jongeren veiliger?

Ja zeker, we zien dat steeds meer jongeren online ‘over de schreef gaan’ en de corona-pandemie heeft daar natuurlijk niet bij geholpen. Al jonge kinderen raakten daardoor vertrouwd met online communicatiemiddelen voor hun schoolwerk, maar vonden de chat daar vaak ook (en niet altijd op even constructieve wijze zullen we maar zeggen). Pubers spenderen sinds de lockdowns nog meer tijd online. En de ouders? Die moesten opeens allerlei taken combineren en hadden daardoor nog minder tijd om bij het online gedrag van hun kinderen betrokken te blijven. Ik ben vast niet de enige ouder die wel eens heeft gezegd: ‘Dan moeten ze nog maar even achter het scherm..’. 

Wat is er vanuit onderzoek bekend over de risicofactoren?

Uit ons onderzoek bij meer dan duizend 14-15 jarigen op middelbare scholen bleek dat de jongeren die online strafbare gedragingen hadden gepleegd vaak ook veel tijd spendeerden online, meer depressieve gevoelens hadden, makkelijker gegevens e.d. deelden online, en vaker ook zelf slachtoffer werden online. Daarnaast bleken hun ouders minder vaak regels te hanteren over wat de jongeren online allemaal mochten doen (66% van de jongeren mocht van hun ouders online doen wat ze wilden). Een andere studie naar veroordeelde jonge plegers van bv. hacking en sexting liet zien dat een deel daarvan toch nog behoorlijk ‘naïef’ was geweest. Veel jongeren lijken nog steeds niet goed te weten waar de grenzen online liggen, en dat bepaalde gedragingen toch echt strafbaar zijn. En vergis je niet, alhoewel bepaalde groepen jongeren wel degelijk grotere risico’s lopen, de strafbare gedragingen komen in alle lagen voor, en dus ook bij welgestelde gezinnen. Een laatste literatuurstudie van mij wees ook op totaal overvallen ouders van veroordeelde ‘geldezels’ die wanhopig richting andere ouders uitriepen: ‘Praat hier alstublieft over met uw kinderen!’. Ouders van jonge online plegers schrikken zich vaak een ongeluk, omdat ze het helemaal niet in de gaten hadden.     

Wat is je advies aan ouders of andere volwassenen die met kinderen of jongeren werken?

Ik moet zeggen dat ik zelf, net als zoveel ouders, maar zoals ook bijvoorbeeld leerkrachten of begeleiders in de jeugdzorg, zo nu en dan worstel met het vinden van de juiste balans tussen aan de ene kant kinderen zoveel mogelijk willen begeleiden en behoeden voor risico’s en aan de andere kant ze willen leren zelf hun eigen weg daarin te vinden. Maar houd als volwassenen daarin ook contact met elkaar, we moeten met z’n allen het wiel een beetje uitvinden. Schroom niet om twijfels over de juiste aanpak met andere volwassenen uit te wisselen en elkaar ook te informeren als je iets ziet online of erover hoort. Dat is lastig, maar zoals ik al zei ‘het komt in de beste families voor’ en we helpen juist niet als we massaal wegkijken en doen alsof er niks gebeurt.

Wat ik vanuit de onderzoeken echter het meeste heb geleerd, is dat het als volwassenen vooral belangrijk is om erover te praten met de kinderen en jongeren zelf, dat je betrokken blijft bij wat ze bezighoudt online. Toon interesse, blijf (er)bij. Jongeren in ons onderzoek gaven nota bene zelf ook aan dat ze wel wat meer betrokkenheid van volwassenen wensten bij wat er zich online allemaal afspeelde. Dus: ga vooral dat gesprek met de kinderen zelf aan. En daarbij kan je heel goed (nogmaals) uitleggen dat bepaalde regels die offline super vanzelfsprekend zijn online net zo goed gelden, ook al is daar misschien wat minder toezicht van volwassenen. Dus voor kinderen regels als: pest niet, sluit niemand buiten; en voor jongeren: zet niemand voor schut, zet niemand aan tot geweld, en één van mijn favorieten: als iets te mooi is om waar te zijn, dan is het dat heel waarschijnlijk ook (oftewel: makkelijk geld verdienen bestaat niet). En vertel ze dan meteen dat ze elkaar daar ook best op mogen aanspreken!

Op die manier kunnen we er hopelijk aan bijdragen dat het internet weer wat veiliger wordt!

 

Bronnen:

Wissink, I.B. (2020). Jongeren en cybercrime. In: G.J.J.M., Stams, J. Hendriks, & J.J. Asscher (Eds.), Handboek forensische orthopedagogiek. Lemniscaat B.V. 

Wissink, I.B., Spanjaard, H. & Stams, G.J.J.M. (2020). Advies aanpassing landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen (LIJ) voor jeugdige online delinquenten. Universiteit van Amsterdam.

Wissink, I.B. (2021). ‘If it’s too good to be true, it’s too good to be true’: Een verkenning van de literatuur over de kenmerken van jonge geldezels. DOI: 10.13140/RG.2.2.11192.57604

 

[1] Geldezels zijn personen die hun bankrekening al dan niet bewust ter beschikking stellen aan criminelen ten behoeve van het wegsluizen van frauduleus verkregen gelden.