Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Studieprogramma

Religiewetenschappen

De bachelor Religiewetenschappen duurt drie jaar. Een studiejaar bestaat uit twee semesters. Een semester is opgebouwd uit twee blokken van 8 weken en een blok van 4 weken. Een studiejaar omvat 60 studiepunten (EC).

Het eerste studiejaar

In het eerste studiejaar, de propedeuse, krijg je een grondige introductie in het vakgebied Religiewetenschappen en maak je kennis met diverse religieuze tradities: het jodendom, het christendom, de islam en ook het hindoeïsme en boeddhisme.

  • Naast deze inleidende vakken volg je vakken waarin de menswetenschappelijke en filosofische reflectie op het fenomeen religie centraal staat: de godsdienstpsychologie en godsdienstwijsbegeerte.
  • Om alle onderdelen zoveel mogelijk in de praktijk te bekijken, bezoek je musea, bibliotheken en religieuze groeperingen.
  • Ook bekwaam je je in het doen van onderzoek, het geven van een mondelinge presentatie en het schrijven van wetenschappelijke essays.

Het tweede en derde studiejaar

De vakken in het tweede jaar bouwen grotendeels voort op de kennis die je hebt verworven in het eerste jaar, maar hebben een meer thematisch karakter. Je leert sociaalwetenschappelijk onderzoek te doen, waarbij je oefent in Amsterdam als ‘laboratorium’. Enkele vakken zijn:

  • In het vak ‘Western Culture and Counterculture’ kijk je vanuit een historische invalshoek naar de rol van religie in de westerse cultuur en maak je ook kennis met bewegingen die tegen dominante opvattingen en stromingen ingaan.
  • 'Godsdienstsociologie' gaat onder meer in op de vraag welke rol religie momenteel speelt bij fundamentele vraagstukken van samenleven: zingeving en identiteit, sociale cohesie en conflict, en legitimatie van en kritiek op de bestaande maatschappelijke orde.
  • In het vak ‘Religies in de hedendaagse samenleving’ wordt de veelkleurige religieuze wereld in Amsterdam vanuit een sociaalwetenschappelijk perspectief verkend en bestudeerd. Je sluit dit vak af met het maken en presenteren van een onderzoeksopzet naar een hedendaags religieus fenomeen.
  • In het tweede jaar volg je ook het vak ‘Wetenschapsfilosofie’, waarin vragen centraal staan als: wat is wetenschap en wat onderscheidt wetenschappelijke kennis van andere vormen van kennis.
  • Het derde jaar mag je voor een deel zelf invullen met bijvoorbeeld keuzevakken, een minor of een stage. Je sluit je bachelor af met een afstudeertraject van 18 EC, waarvan 12 EC bestemd zijn voor de afstudeerscriptie. 

Een overzicht van de vakken van Religiewetenschappen vind je in de digitale UvA Studiegids:

UvA Studiegids: Religiewetenschappen

Tijdsbesteding en toetsvormen

Als bachelorstudent ben je zo'n 42 uur per week met de studie bezig. Je besteedt in je eerste studiejaar ongeveer 12 tot 15 uur per week aan colleges, in je tweede en derde jaar zo'n 8 tot 10 uur. De rest van de tijd ben je bezig met zelfstudie (voorbereiding op colleges, werkstukken en tentamens).

  • Tijdens hoorcolleges licht de docent de literatuur toe die je van tevoren hebt bestudeerd.
  • Tijdens werkcolleges werk je intensief samen met je medestudenten, maak je opdrachten en houd je presentaties.
  • Toetsen bestaan uit schriftelijke of mondelinge tentamens, presentaties, werkstukken of referaten. De resultaten van de toetsen vormen samen het eindcijfer van het vak.

Studiebegeleiding en BSA