17 mei 2024
Een van de eerste stappen van aspirant-autocraten is het onder controle krijgen van de media. We zagen dit gebeuren in Rusland, Hongarije en Turkije. Tegenwoordig doen autocratische regimes dat meestal niet meer door het monopoliseren van alle mediaproductie, maar met juridische, economische en fysieke maatregelen die de redactionele keuzes van publieke en private media beïnvloeden. Dit alles om zichzelf en hun beleid in een gunstig daglicht te zetten voor het publiek. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn vaag gedefinieerde wetten, zoals anti-terrorismewetten en anti-nepnieuwswetten, die worden gebruikt om de oppositie het zwijgen op te leggen.
Om deze vorm van mediaovername door staten op te sporen, werden tot nu toe jaarlijks enquêtes onder deskundigen uitgezet. Politicologen Barnehl en Schumacher noemen deze enquêtes waardevol, maar stellen ook dat ze ontoereikend zijn. Zij lanceren nu een nieuwe methode die de precisie heeft om de invloed op redactionele beslissingen aan het licht te brengen, directe effecten van nieuwe censuurwetten kan beoordelen en onderscheid maakt tussen verschillende mediakanalen.
Heel eenvoudig uitgelegd, vergelijkt hun computationele methode de onderwerpen en toon van onafhankelijke versus regime-gecontroleerde media en dit door de tijd heen. ‘De onderwerpenagenda en toon zijn twee belangrijke componenten die autocratische leiders proberen te beïnvloeden. Zo willen ze namelijk onderwerpen benadrukken die gunstig zijn voor hun legitimiteit en een positieve toon forceren bij het noemen van het regime en leiders’, legt Barnehl uit.
Deze vergelijking kan het verlies van redactionele onafhankelijkheid bloot leggen, op het niveau van individuele media en op maandelijkse of zelfs wekelijkse basis. ‘Zo houden we er rekening mee dat het proces van mediaovername vaak niet gelijkmatig verloopt. Terwijl sommige media onafhankelijk blijven van het regime, zijn anderen, zoals die eigendom zijn van de staat of bondgenoten van de leider, al volledig overgenomen’, legt Barnehl uit.
Om te zien of de methode goed werkt, testten de auteurs deze in Nicaragua waar het regime de afgelopen jaren intensief optrad tegen de mediasector. 'Het land was een ideale kandidaat, omdat we er een scherpe achteruitgang van mediavrijheid zien en dit goed gedocumenteerd is,' verklaart Barnehl.
Hun methode blijkt inderdaad te laten zien hoe mediakanalen verschillend reageren op de druk van het regime. 'We vonden duidelijke verschillen in agenda en toon tussen de door het regime beheerde mediakanalen en de mediakanalen van de oppositie. Ook zagen we dat tijdens en na de mediarepressie onafhankelijke mediakanalen hun kritische houding qua toon en agenda meer los lieten en richting de voorkeuren van het regime verschoven', licht Barnehl toe.
Volgens de auteurs moet toekomstig onderzoek de geldigheid van hun methode voor verschillende mediasystemen en stadia van autocratisering verder evalueren. 'Maar onze methode kan de toekomstige studie van mediacensuur revolutionair veranderen,' stelt Barnehl. ‘Het kan laten zien welke mediakanalen het beste omgaan met onderdrukkende wetten en het helpt ons snel te begrijpen hoe nepnieuws- of lasterwetten de media eigenlijk beïnvloeden.’
Hennes-Michel Barnehl and Gijs Schumacher, ‘Media capture, captured a new computational methodology to measure deteriorating media freedom’, In: Democratization 1-28
Barnehl is inmiddels PhD kandidaat bij de University of California, San Diego. Dit onderzoek voerde hij uit tijdens zijn Masteropleiding aan de Universiteit van Amsterdam, onder begeleiding van Universitair Hoofddocent Gijs Schumacher.