Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Europese visumsystemen beperken de mobiliteit van West-Afrikaanse burgers op onopvallende maar systematische wijze, al voordat zij ooit een grens bereiken. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek van Sebastian Carlotti laat zien dat het Schengenvisumbeleid niet alleen reizen reguleert, maar mensen actief categoriseert, filtert en uitsluit op basis van nationaliteit, leeftijd, gender en ingeschat ‘risico’. West-Afrikaanse landen en andere landen ten zuiden van de Sahara hebben wereldwijd de hoogste percentages afgewezen visumaanvragen. Carlotti verdedigt zijn proefschrift op 13 februari aan de UvA.

Carlotti baseert zich op uitgebreid veldwerk in Senegal, interviews met consulaire medewerkers en beleidsmakers, en de analyse van twintig jaar aan data over visumaanvragen uit Senegal en Nigeria. ‘Visa worden vaak gepresenteerd als neutrale administratieve instrumenten,’ legt hij uit. ‘Maar mijn onderzoek laat zien dat ze functioneren als krachtige selectie-instrumenten. Ze bepalen wie mag reizen en wie feitelijk wordt vastgehouden, lang voordat iemand Europa bereikt.’

Bureaucratische, digitale en financiële barrières

Centraal in het onderzoek staat het concept dat Carlotti “restrictieve selectiviteit” noemt. EU-visumsystemen maken steeds meer onderscheid tussen aanvragers en creëren lagen van bureaucratische, digitale en financiële barrières die onevenredig zwaar uitpakken voor mensen uit West-Afrika. Het gaat onder meer om moeilijk toegankelijke afspraaksystemen, hoge niet-restitueerbare kosten, lange reisafstanden naar consulaten en ondoorzichtige besluitvormingsprocessen.

Een belangrijke bevinding betreft de rol van risicoprofilering bij visumbeslissingen. Consulaire autoriteiten beoordelen aanvragers niet alleen op hun documenten, maar ook op aannames over de kans dat zij langer blijven dan toegestaan. Carlotti analyseerde data over individuele kenmerken van visumaanvragers (zoals gender, leeftijd en burgerlijke staat) en constateerde dat het hoogste afwijzingspercentage voorkomt bij mensen tussen 26 en 35 jaar (bijvoorbeeld 65,79% voor Senegal en 77,14% voor Nigeria). ‘In relatie tot economische ongelijkheid kunnen kenmerken als jong zijn, ongehuwd zijn of afkomstig zijn uit een bepaald land al voldoende zijn om iemand als “risico” te bestempelen,’ zegt Carlotti.

Uitbesteding aan private bedrijven

Het onderzoek laat ook zien dat visumverwerking steeds vaker wordt uitbesteed aan private bedrijven. Hoewel dit vaak wordt gepresenteerd als een manier om de efficiëntie te vergroten, toont Carlotti aan dat het in de praktijk juist nieuwe obstakels creëert. Aanvragers moeten complexe online systemen doorlopen, extra servicekosten betalen en zijn soms aangewezen op informele tussenpersonen om überhaupt een afspraak te kunnen maken. Bij de afwijzing van een visum zijn zij aanzienlijke bedragen kwijt, zonder duidelijke uitleg of mogelijkheid tot beroep.

Copyright: Sebastian Carlotti
Wanneer legale mobiliteitskanalen systematisch worden geblokkeerd of ontoegankelijk gemaakt, blijven mensen met zeer weinig opties achter. Sebastian Carlotti

‘Deze systemen worden voorgesteld als procedureel en neutraal,’ zegt Carlotti, ‘maar in de praktijk schuiven ze kosten en risico’s af op de aanvragers. Uitsluiting wordt daardoor minder zichtbaar en minder controleerbaar, en mensen worden feitelijk ontmoedigd om überhaupt een aanvraag te doen.’

Win-win-win-oplossingen?

Naast toerisme en kortdurend verblijf onderzoekt het proefschrift ook door de EU gesteunde tijdelijke arbeids- en circulaire migratieprogramma’s. Hoewel deze vaak worden gepresenteerd als “win-win-win”-oplossingen voor Europa, de herkomstlanden en de migranten zelf, stelt Carlotti dat ze dezelfde selectieve logica reproduceren. De toegang is strikt gereguleerd en de rechten zijn beperkt, wat ongelijke machtsverhoudingen tussen Europa en Afrikaanse partnerlanden bestendigt.

Belangrijk is dat het onderzoek het wijdverbreide idee ter discussie stelt dat ongedocumenteerde migratie louter het gevolg is van individuele keuzes. ‘Wanneer legale mobiliteitskanalen systematisch worden geblokkeerd of ontoegankelijk gemaakt, blijven mensen met zeer weinig opties achter,’ zegt Carlotti. ‘Visumregimes spelen een centrale rol in het ontstaan van ongedocumenteerde migratie doordat zij legale routes bij voorbaat afsluiten.’

Mobiliteit is meer dan beweging

De bevindingen van Carlotti dragen bij aan bredere debatten over mondiale ongelijkheid, migratiebestuur en de externalisering van Europese grenzen: het verplaatsen van grenscontrole en migratiebeheer naar landen buiten de EU. Door te laten zien hoe uitsluiting plaatsvindt via alledaagse administratieve praktijken, pleit hij voor meer transparantie, verantwoording en rechtvaardigheid in visumbesluitvorming.

‘Mobiliteit gaat niet alleen over beweging,’ zegt Carlotti. ‘Het gaat om toegang tot kansen, waardigheid en gelijke behandeling. Begrijpen hoe visumsystemen werken is een cruciale stap om de diepe ongelijkheden aan te pakken die bepalen wie zich in de wereld van vandaag kan bewegen.’