Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Socioloog Jan Willem Duyvendak gaat met pensioen. Bekend binnen zijn vakgebied, maar ook daarbuiten en bij het bredere publiek. De rode draad in zijn loopbaan: blootleggen hoe emoties de politieke arena zijn gaan domineren, vooral door het gretige gebruik van het begrip ‘thuis’. Waarom deze rode draad en wat kan een socioloog aan de samenleving bijdragen?

Na 23 jaar hoogleraar bij de Universiteit van Amsterdam, en 8 jaar directeur van het NIAS (Netherlands Institute for Advanced Study) houdt Jan Willem Duyvendak op vrijdag 24 april zijn afscheidsrede.

Zijn hele loopbaan heeft hij oog gehad voor de rol van emoties. Eerst in zijn onderzoek naar sociale bewegingen, en later met zijn analyses van politiek en polarisatie, vooral van de emotie  ‘thuis’ die een centrale rol ging spelen in menig politiek debat.

Emoties, politiek en thuis: waarom deze drie?

‘De politiek is altijd emotioneel geweest, en emoties kunnen een positieve rol spelen. Maar de laatste tijd gaat het vooral over negatieve emoties: angst en wrok, en wraak en afgunst.’

In de politiek gaat het niet alleen maar over je thuis voelen, het gaat bijna meteen over thuishoren

‘Ik raakte vooral gefascineerd door de term “thuis” en hoe deze steeds vaker de kop op stak in politieke debatten over nationale identiteit. Het is een term die op het eerste gezicht fijn, warm en onschuldig lijkt. Maar in de politiek gaat het niet alleen maar over je thuis voelen, het gaat bijna meteen over thuishoren en wie het thuisgevoel op het spel zet en daarom weg moet. Dat maakt het een hele venijnige term.’

En waarom is dit zorgelijk?

‘Als mensen erg emotioneel over iets zijn, vertekent dit vaak het beeld van de werkelijkheid. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat Nederland nog nooit zo ongelijk is geweest, dat de armoede nog nooit zo groot is geweest, of de afstand tussen hoger en lager opgeleiden nog nooit zo problematisch. Dit is aantoonbaar niet waar. Mensen overschatten volstrekt hoe groot de kloven tussen groepen zijn.’

‘Aan deze dramatisering dragen politici, journalisten en ook wetenschappers bij: door hoe we praten, waar we over schrijven en wat we onderzoeken. We moeten daar met elkaar veel verantwoordelijker mee omgaan.’

Wat voegt de blik van een socioloog toe?

‘Ik weet eigenlijk niet zo veel over emoties zelf en hoe mensen dit lichamelijk ervaren. Ik kijk naar hoe emoties functioneren en samenhangen met, heel klassiek sociologisch, machtsverschillen.’

Mensen waar voorheen niet naar werd geluisterd, hebben steeds meer een stem gekregen

‘Ik laat in mijn werk zien dat het behoorlijk schuurt tussen verschillende groepen. Niet omdat de kloof nog nooit zo groot is geweest, maar omdat machtsverhoudingen verschoven zijn en veel verschillen juist kleiner worden.’

‘Mensen waar voorheen niet naar werd geluisterd, hebben steeds meer een stem gekregen. En doordat bijna iedereen in Nederland serieus genomen wil worden, ontstaan er ook veel botsingen. Groepen die een gevestigde positie hadden, voelen zich door die nieuwkomers bedreigd. Als socioloog laat ik zien welke rol emoties in die machtsverschuivingen spelen.’

Waarom schreef jij ook voor het brede Nederlandse publiek?

‘Ik vind het belangrijk om ook boeken te schrijven voor een groter publiek. Door de  commentaren op mijn recente boek Spookkloven , en de vragen die ik kreeg tijdens lezingen hierover, merkte ik dat het onderwerp veel mensen aanspreekt. Dat bereik je niet met een wetenschappelijk artikel.’

‘Ik heb sowieso veel onderzoek gedaan waarvoor ik met inwoners van Nederland in gesprek moest. Maar dat is toch nog wat anders dan het resultaat ook weer delen met die mensen.’

Hoe publiek is de sociologie in Nederland nog?

‘Lang lag de nadruk op het publiceren in Engelstalige wetenschappelijke tijdschriften en was er veel minder aandacht voor het delen met een breder publiek. Maar ik ben blij te zien dat  de jongere generatie sociologen de blik verbreedt: niet alleen die academische focus, maar je ook mengen in het publieke debat.’

Je moet je altijd afvragen hoe je als wetenschapper aan het publieke debat deelneemt

‘Tegelijkertijd is dit een spanningsveld: je moet je altijd afvragen hoe je  als wetenschapper aan het publieke debat deelneemt -dan doet je mening er niet toe, maar tellen alleen je onderzoeksresultaten.’

En waarom zou iemand socioloog moeten worden?

‘We leven in weinig sociologische dagen. Mensen zien zichzelf (te) veel als het middelpunt van de wereld en hebben weinig oog voor hun afhankelijkheid van anderen. Maar dat middelpunt zijn we allemaal niet. Als je sociologie gaat studeren, val je van je stoel. Dan leer je naar de wereld te kijken zoals je dat niet eerder hebt gedaan en krijg je daar een veel beter begrip van.’

Waar ben je het meest trots op?

‘Hoe ik met collega’s op de kaart hebt gezet dat nativisme ook in Nederland bestaat. Dat is het politieke beleid dat belangen van de zogenaamde inheemse bevolking laat prevaleren boven die van migranten. We hebben echt een boost gegeven aan het wetenschappelijke en publieke debat hierover.’

‘En ik ben ook heel erg trots op de meer dan 50 promovendi die ik heb mogen begeleiden. Daar heb ik zo ontzettend veel plezier aan gehad en veel van geleerd.’

Hoe is het om afscheid te nemen?

‘Het heeft twee kanten. Het is goed dat anderen je erop wijzen dat er een tijd is om te gaan. Zo geef je plek aan een nieuwe generatie wetenschappers, en er is ook meer in het leven dan alleen maar werk. Maar ik vind 67 voor mezelf ook best vroeg en ben heel blij dat ik nog 5 jaar promovendi mag blijven begeleiden en actief kan blijven op interessante inhoudelijke dingen.’

Duyvendak houdt zijn afscheidsrede op vrijdag 24 april in de Aula van de Universiteit van Amsterdam: meer info